U bent hier :  Commissies » Openbaarheid van bestuur »Uitoefening van het toegangsrecht

Uitoefening van het toegangsrecht

  • print
Laatste nieuws

Geen nieuws in deze lijst:

Aanvraag

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Hoe?

    De aanvraag wordt schriftelijk gericht aan de administratieve overheid die over het gevraagde bestuursdocument beschikt. Onder ‘schriftelijk’ moet men op vandaag verstaan: per brief, per fax of per e-mail. Wens je persoonlijke toegang tot een bestuursdocument, te krijgen, dan moet je de aanvraag per brief doen of de aanvraag richten in een e-mail die met is gehandtekend met je elektronische identiteitskaart.

  • Vorm

    De wetgever heeft geen specifieke vorm opgelegd waarin de aanvraag dient te gebeuren, enkel dat ze schriftelijk moet zijn. Mondelinge en telefonische aanvrager kunnen bijgevolg niet. Wel bestaat de mogelijkheid om ter plaatse een aanvraag op te stellen of een aanvraagformulier in te vullen als dit voorhanden is. In elk geval is niet vereist dat de aanvraag aangetekend zou worden verstuurd.

  • Inhoud

    Bij voorkeur vermeld je het bestuursdocument waarvan je de toegang wenst te verkrijgen. Het is echter voldoende dat je duidelijk de betrokken aangelegenheid vermeldt voor zover een ambtenaar die normaal vertrouwd is met de materie begrijpt wat je bedoelt.

    Je moet geen belang aantonen, tenzij de vraag betrekking heeft op "documenten van persoonlijke aard". Een document van persoonlijke aard is een "bestuursdocument dat een beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen". Het belang is in dit geval het belang dat nodig is om een annulatieberoep bij de Raad van State in te stellen. Dit belang moet bijgevolg persoonlijk, rechtstreeks, actueel en wettig zijn. De aanvrager wordt geacht het vereiste belang te hebben als het document van persoonlijke levenssfeer op zichzelf betrekking heeft.

    Ook vermeld je in de aanvraag op welke wijze je je recht van toegang wenst uit te oefenen: door inzage te nemen, door uitleg te krijgen of door een kopie te verkrijgen.

    Opdat een administratieve overheid eventueel het gevraagde bestuursdocument zou kunnen toesturen is het nodig dat zij ook over je naam en adresgegevens beschikt. Een e-mailadres volstaat als tenminste als het gevraagde bestuursdocument ten volle openbaar is, d.w.z. dat iedereen er toegang toe kan krijgen.

    Buiten de vereiste van het aantonen van een belang, kan deze informatie nog later worden bezorgd.

  • Aan wie richten?

    De aanvraag wordt gericht aan de bevoegde federale administratieve overheid, ook wanneer deze het document in een archief heeft neergelegd.

De behandeling van de aanvraag

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • De registratie

    Wanneer een federale administratie overheid een aanvraag ontvangt, schrijft ze die zo snel mogelijk in een register in. Of en binnen welke termijn je een ontvangstbewijs ontvangt, hangt af van de interne regels binnen een federale administratieve overheid en zijn onder meer terug te vinden in het protocol waarmee een federale administratieve overheid het charter van de klantvriendelijke overheid heeft geconcretiseerd.

    Het moment van registratie vormt niet het startpunt van de termijn, wel het moment van aankomst van de aanvraag.

  • De doorverwijzingsplicht

    Als een federale administratieve overheid vaststelt dat zij het gevraagde bestuursdocument niet onder zich heeft, dan stelt ze de aanvrager daarvan onverwijld in kennis en ze deelt hem de benaming en het adres mede van de administratieve overheid die naar haar informatie het document onder zich heeft.

  • Het eerste onderzoek

    De administratieve overheid onderzoekt of de aanvraag wel voldoende duidelijk is en of er een belang wordt aangetoond als blijkt dat de aanvraag betrekking heeft op een document van persoonlijke aard. Ontbreekt het vereiste belang, dan moet de aanvraag voor dit soort van document worden geweigerd.

  • Het onderzoek van de uitzonderingsgronden

    De administratieve overheid onderzoekt vervolgens of er één of meerdere uitzonderingsronden moeten of kunnen worden ingeroepen. Dit geldt ook voor documenten van persoonlijke aard ook al is vastgesteld dat de aanvrager het vereiste belang heeft.

    De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur bevat drie soorten uitzonderingsgronden.

    Een eerste groep uitzonderingsgronden is terug te vinden in artikel 6, § 1: Deze uitzonderingsgronden moeten worden ingeroepen en gelden ten aanzien van alle administratieve overheden, dus ook de niet-federale administratieve overheden "in de mate dat deze wet op gronden die tot de federale bevoegdheid behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt". Specifiek aan deze uitzonderingsgronden is dat de openbaarmaking slechts kan worden geweigerd als de administratieve overheid heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van één of meer van volgende belangen:

    1. de veiligheid van de bevolking;
    2. de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden;
    3. de federale internationale betrekkingen van België;
    4. de openbare orde, de veiligheid of de verdediging van het land;
    5. de opsporing of vervolging van strafbare feiten;
    6. een federaal economisch of financieel belang, de munt of het openbaar krediet;
    7. het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;
    8. de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het document of de inlichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit.

    Een tweede groep uitzonderingsgronden is terug te vinden in artikel 6, § 2: Deze uitzonderingsgronden moeten evenzeer worden ingeroepen en gelden ook ten aanzien van alle administratieve overheden. De openbaarmaking moet hier worden geweigerd wanneer de administratieve overheid vaststelt dat de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet volgende belangen:

    1. aan de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift heeft ingestemd;
    2. aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting;
    3. aan het geheim van de beraadslagingen van de federale Regering en van de verantwoordelijke overheden die afhangen van de federale uitvoerende macht, of waarbij een federale overheid betrokken is.

    Het is niet het belang als dusdanig dat wordt beschermd als wel het gegeven dat door de openbaarmaking schade aan één van deze belangen wordt toegebracht.

    De derde groep uitzonderingen is terug te vinden in artikel 6, § 3: Deze uitzonderingsgronden zijn facultatief van aard en kunnen slechts worden ingeroepen door federale administratieve overheden als het

    1. een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking, om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
    2. een advies of een mening betreft die uit vrije wil en vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
    3. de vraag kennelijk onredelijk is;
    4. de vraag kennelijk te vaag geformuleerd is.

    De wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten bevat enkel deze derde categorie uitzonderingsgronden, maar meldt uitdrukkelijk dat daarnaast rekening moet worden gehouden met "de andere bij de wet, het decreet of de ordonnantie bepaalde uitzonderingen op gronden die te maken hebben met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid, de Gemeenschap of het Gewest".

De beslissing en zijn uitvoering

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • De beslissing

    De federale openbaarheidswetgeving bevat geen termijn, waarbinnen de beslissing moet worden genomen, maar wel een termijn waarbinnen de beslissing aan de aanvrager moet zijn meegedeeld. Die termijn bedraagt 30 dagen en kan - als dit nodig is - worden verruimd tot 45 dagen. Moet worden verlengd, dan moet dit worden gemotiveerd binnen de oorspronkelijke termijn van dertig dagen.

    Is de beslissing negatief, dan moet de weigering in concreto en op pertinente wijze worden gemotiveerd. Enkel uitzonderingsgrond die hun bestaansreden in een wet, decreet of ordonnantie hebben, kunnen worden ingeroepen. Die uitzonderingsgronden bevinden zich niet noodzakelijk enkel in de openbaarheidswetgeving.

    Is in een bestuursdocument een auteursrechtelijk beschermd werk aanwezig, dan moet dit worden vermeld.

  • De uitvoering van de beslissing

    Een positieve of gedeeltelijke positieve beslissing moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd. De wetgever heeft geen specifieke termijn vastgelegd. Wanneer de aanvrager kiest voor het inzagerecht, dan moet de mogelijkheid daartoe in onderling overleg gebeuren. Bovendien moet de aanvrager steeds in de praktijk de mogelijkheid hebben om zijn inzagerecht uit te oefenen.

  • Het betalen van een vergoeding

    Het inzagerecht en het recht op uitleg kunnen gratis worden uitgeoefend.

    Enkel voor een kopie kan een vergoeding worden gevraagd. Die vergoeding kan niet meer dan de kostprijs bedragen, d.w.z. de prijs voor het papier, de afschrijving van de kopiemachine, de inkt, .. maar niet de personeelskosten die hiervoor worden gemaakt.

    Voor de federale administratieve overheden werden de tarieven vastgelegd in het Koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument of een document met milieu-informatie.

    Het bedrag van de vergoeding wordt berekend voor elke aanvraag per bestuursdocument of per document met milieu-informatie.

    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat niet groter is dan formaat A4, wordt de vergoeding vastgesteld op 0,05 euro per bladzijde. De eerste vijftig bladzijden zijn gratis. Wanneer het document echter meer dan honderd bladzijden bevat, bedraagt de vergoeding slechts 0,02 euro per bladzijde vanaf de honderd en eerste.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat groter is dan formaat A4 maar niet groter dan formaat A3, worden de hiervoor vermelde vergoedingen per bladzijde verdubbeld.
    • Wanneer een bestuursdocument bladzijden bevat van verschillend formaat dan wordt de vergoeding berekend alsof het om twee aparte aanvragen gaat.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument geheel of gedeeltelijk in kleur of in een formaat groter dan A3 wordt gevraagd, is de vergoeding gelijk aan de kostprijs.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument op een andere drager dan papier wordt gevraagd, is de vergoeding gelijk aan de kostprijs.
    • Afschriften die via e-mail worden afgeleverd zijn gratis.

    De vergoedingen zijn contant betaalbaar als het afschrift door de aanvrager in ontvangst wordt genomen bij de administratieve overheid, die als bewijs van betaling een ontvangstbewijs afgeeft.

    Als het afschrift per post aan de aanvrager wordt verstuurd, dan moeten de vergoedingen vooraleer het afschrift wordt verzonden, worden betaald door overschrijving of storting op de postrekening van de rekenplichtige der ontvangsten van de overheid in kwestie. In dat geval moeten daarenboven de portkosten hieraan worden toegevoegd.

Status BELPIC :
Status RR :
BELPIC werkt stabiel
BELPIC (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
BELPIC is momenteel buiten dienst
Rijksregister werkt stabiel
Het Rijksregister (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
Rijksregister is momenteel buiten dienst