U bent hier :  Commissies » Toegang tot milieu-informatie »De uitoefening van het recht van toegang

De uitoefening van het recht van toegang

  • print
Laatste nieuws

Geen nieuws in deze lijst:

Archief

Aanvraag

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Hoe?

    De aanvraag wordt schriftelijk gericht aan de milieu-instantie die over de gevraagde milieu-informatie beschikt. ‘Schriftelijk’ betekent per brief, per fax of per e-mail. Wens je persoonlijke toegang tot milieu-informatie te krijgen, dan moet je de aanvraag per brief doen of de aanvraag richten in een e-mail die gehandtekend is met je elektronische identiteitskaart.

  • Vorm

    De wetgever heeft geen specifieke vorm opgelegd waarin de aanvraag dient te gebeuren, enkel dat het schriftelijk moet zijn. Mondelinge en telefonische aanvrager kunnen bijgevolg niet. Wel bestaat de mogelijkheid om ter plaatse een aanvraag op te stellen of een aanvraagformulier in te vullen als dit voorhanden is. In elk geval is niet vereist dat de aanvraag aangetekend zou worden verstuurd.

  • Inhoud

    Bij voorkeur vermeld je de milieu-informatie waarvan je de toegang wenst te verkrijgen. Het is echter voldoende dat je duidelijk de aangelegenheid waarover het gaat vermeldt. Het is immers voldoende dat een ambtenaar die normaal vertrouwd is met de materie begrijpt wat je bedoelt.

    Je moet geen belang aantonen.

    Ook vermeld je in de aanvraag op welke wijze je je recht van toegang wenst uit te oefenen: door inzage te nemen, door uitleg te krijgen of door een kopie te verkrijgen. Bovendien geefje ook de vorm of het elektronisch formaat op waarin de informatie bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld.

    Opdat een milieu-instantie eventueel de gevraagde milieu-informatie zou kunnen toesturen is het nodig dat zij ook over je naam en adresgegevens beschikt. Dit kan eventueel ook een e-mailadres zijn.

    Ontbreekt bepaalde informatie, dat kan je deze nog altijd later verstrekken. Het ontbreken ervan op het moment van de aanvraag vormt in elk geval geen reden om de aanvraag af te wijzen. Bovendien kan een milieu-instantie de aanvraag niet afwijzen omdat ze kennelijk te vaag is Ze moet in dit geval zo spoedig mogelijk vragen dat de aanvrager zijn aanvraag zou verduidelijken of vervolledigen. Pas wanneer dit laatste niet gebeurt, kan de aanvraag omwille van de kennelijke vaagheid worden afgewezen.

    De aanvraag kan ook een voorstel van termijn bevatten waarbinnen de aanvrager de milieu-informatie wenst te ontvangen. Kan een milieu-instantie hieraan niet voldoen, dan dient ze te motiveren waarom dit het geval is.

    Deze soepele procedure is niet van toepassing in specifieke gevallen, waar, gelet op de gevoeligheid van de gevraagde informatie, bijkomende elementen nodig zijn. Dit is het geval wanneer vertrouwelijke persoonsgegevens, vertrouwelijk commerciële of industriële informatie of informatie die door derden vrijwillig werd verstrekt, worden gevraagd en na de belangenafweging komt vast te staan dat het belang tot openbaarmaking niet zwaarder doorweegt dan het beschermde belang. Kan de aanvrager echter aantonen dat hij de instemming heeft verkregen van de betrokken persoon, dan vindt de openbaarmaking toch plaats, ook al zou de aanvraag moeten worden afgewezen als blijkt dat het belang van de openbaarmaking niet zwaarder doorweegt dan het beschermde belang. Kan de aanvrager dit niet vooraf aantonen, dan moet in de beslissing worden meegedeeld dat de aanvraag alsnog kan worden ingewilligd als de milieu-instantie deze instemming achteraf toch zou verkrijgen. Wenst de aanvrager toegang tot gegevens die op zichzelf betrekking hebben, dan dient hij zijn identiteit te bewijzen. Het is vanzelfsprekend dat de milieu-instantie de vraag om toestemming te krijgen aan de betrokkene stelt.

  • Aan wie richten?

    De aanvraag wordt gericht aan aan de bevoegde federale milieu-instantie, ook wanneer deze de milieu-informatie in een archief heeft neergelegd.

    De onmiddellijke toegang tot de gevraagde milieu-informatie

    Een milieu-instantie kan ervoor zorgen dat een aanvrager onmiddellijk zijn recht van toegang kan uitoefenen. Ze dient hiervoor een lijst op te stellen van milieu-informatie die onmiddellijk ter plaatse geraadpleegd kan worden en waarvan de aanvrager onmiddellijk een kopie kan ontvangen. Het betreft hier milieu-informatie die geen specifiek probleem oplevert, meer bepaald voor wat eventuele uitzonderingen betreft, en die vooraf door de milieu-instanties zijn gedefinieerd als informatie die rechtstreeks kan worden geraadpleegd of onmiddellijk kan worden meegedeeld.


Wanneer de toegang niet onmiddellijk kan gebeuren, behandelt een milieu-instantie een aanvraag op volgende wijze.

De behandeling van de aanvraag

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • De registratie

    Wanneer een federale milieu-instantie een aanvraag ontvangt, schrijft ze die zo snel mogelijk in een register in met vermelding van de datum van ontvangst. De milieu-instantie stuurt de aanvrager tegelijkertijd een ontvangstmelding waarin hij meldt dat de aanvraag is geregistreerd en waarin hij de datum van registratie vermeldt.

    Het moment van registratie vormt niet het startpunt van de termijn, wel het moment van ontvangst van de aanvraag. De datum van ontvangst doet immers de bindende antwoordtermijnen lopen.
    De registratie levert wel het bewijs van het moment waarop de aanvraag werd ontvangen. Als aanvrager heb je een onmiddellijk recht van toegang tot de registratiegegevens van je aanvraag.

  • De doorverwijzingsplicht

    Als een milieu-instantie vaststelt dat zij niet over de gevraagde milieu-informatie beschikt, dan stuurt ze de aanvraag zo spoedig mogelijk door naar de milieu-instantie die vermoedelijk over de milieu-informatie beschikt. De aanvrager wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht.

  • Het eerste onderzoek

    Een federale milieu-instantie onderzoekt of de aanvraag wel voldoende duidelijk is. Is de vraag kennelijk te vaag, dan neemt ze contact op met de aanvrager en verzoekt hem of haar zo spoedig mogelijk de aanvraag te verduidelijken of te vervolledigen. Ze deelt mee waarom de aanvraag kennelijk te vaag geformuleerd is. Voorzover dat mogelijk is, geeft ze tevens aan welke gegevens over de gevraagde informatie nodig zijn om de aanvraag verder te kunnen behandelen.

    Een nieuwe termijn van dertig dagen begint te lopen voor de milieu-instantie vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag heeft verduidelijkt of vervolledigd.

  • Het onderzoek van de uitzonderingsgronden

    Er moet vervolgens worden nagegaan of één of meerdere uitzonderingsgronden niet moet worden ingeroepen.

    Een aantal uitzonderingsgronden gelden voor voor elke aanvraag voor om het even welke milieu-informatie. Het betreft in de eerste plaats wanneer de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie die onvoltooid is of die niet af is en waarvan de openbaarmaking aanleiding kan geven tot misvatting. De milieu-instantie is verplicht de openbaarmaking te weigeren en bovendien moet ze in elk afzonderlijk geval het algemeen belang dat is gediend met openbaarmaking afwegen tegen het specifieke belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken.

    Een milieu-instantie moet een aanvraag afwijzen wanneer:

    1. de aanvraag kennelijk onredelijk is;
    2. de aanvraag kennelijk te algemeen geformuleerd blijft, na een verzoek van de milieu-instantie tot herformulering van de aanvraag.

    Buiten deze formele uitzonderingsgronden zijn er een aantal inhoudelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen milieu-informatie in het algemeen en emissies.

    Voor milieu-informatie in het algemeen geldt dat een milieu-instantie de openbaarmaking moet afwijzen als als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen:

    1. de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden en in het bijzonder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt;
    2. de openbare orde, de openbare veiligheid, hierin inbegrepen de fysieke beveiliging van radioactieve stoffen, of de verdediging van het land;
    3. het vertrouwelijk karakter van de federale internationale betrekkingen van België en van de betrekkingen van België met de supranationale instellingen en van betrekkingen van de federale overheid met de gemeenschappen en gewesten;
    4. de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;
    5. de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid voor eenieder om een eerlijk proces te verkrijgen;
    6. het geheim van de beraadslagingen van de federale regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen;
    7. het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie, wanneer deze informatie wordt beschermd om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarmaking instemt;
    8. wanneer de aanvraag betrekking heeft op een advies of een mening die een derde vrijwillig en vertrouwelijk aan een milieu-instantie heeft meegedeeld en waarvan hij uitdrukkelijk heeft gevraagd het als vertrouwelijk te behandelen tenzij hij met de openbaarmaking instemt;
    9. de bescherming van het milieu waarop de informatie betrekking heeft.

    Voorzover de verzochte informatie betrekking heeft op emissies in het milieu, zijn enkel de volgende uitzonderingsgronden inroepbaar:

    1. de openbare orde, de openbare veiligheid, hierin inbegrepen de fysieke beveiliging van radioactieve stoffen, of de verdediging van het land;
    2. het vertrouwelijk karakter van de federale internationale betrekkingen van België en van de betrekkingen van België met de supranationale instellingen en van betrekkingen van de federale overheid met de gemeenschappen en gewesten;
    3. de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;
    4. de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid voor eenieder om een eerlijk proces te verkrijgen.

    Maar ook voor deze uitzonderingsgronden geldt dat specifiek in aanmerking moet worden genomen dat het algemeen belang dat gediend is met de openbaarmaking van emissies vrij zwaar doorweegt.

    De in de wet bepaalde uitzonderingen gelden onverminderd de andere bij decreet of een ordonnantie bepaalde uitzonderingen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden van de gemeenschappen of de gewesten.


De beslissing en zijn uitvoering

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • De beslissing

    De beslissing over de aanvraag wordt genomen, onverminderd delegatie, door een bevoegd leidinggevend personeelslid van een milieu-instantie die over de milieu-informatie beschikt. Beschikt de milieu-instantie niet over personeel, dan wordt de beslissing genomen door de bevoegde persoon overeenkomstig de toepasselijke regelgeving en statuten.

    De milieu-instantie moet op de aanvraag schriftelijk antwoorden. Dit betekent dat de milieu-instantie per brief, via e-mail of fax zijn beslissing kan kenbaar maken aan de aanvrager zoals het ook de aanvrager vrijstaat zijn aanvraag per brief, e-mail of fax aan een milieu-instantie te richten. Haar beslissing is ofwel negatief en impliceert dus een afwijzing van de aanvraag, ofwel gedeeltelijk positief, dit wil zeggen dat een gedeelte van de gevraagde milieu-informatie kan worden geraadpleegd of meegedeeld, ofwel in haar geheel positief.

    De federale openbaarheidswetgeving bevat geen termijn waarbinnen de beslissing moet worden genomen, maar wel een termijn waarbinnen de beslissing aan de aanvrager moet zijn meegedeeld. Die termijn bedraagt 30 dagen en kan als dit nodig is worden verruimd tot 45 dagen. Moet de termijn worden verlengd, dan moet dit worden gemotiveerd binnen de oorspronkelijke termijn van dertig dagen. Enkel om twee redenen kan de termijn worden verlengd, namelijk als de gevraagde informatie moeilijk in de termijn van één maand kan worden verwerkt omdat ze te omvangrijk is, of als de toetsing aan de uitzonderingsgronden die eventueel moeten worden toegepast een langere termijn vereist. De termijn begint op de dag volgend op de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

    Is de beslissing negatief, dan moet dit worden gemotiveerd in concreto en op pertinente wijze. Enkel uitzonderingsgronden die hun bestaansreden in een wet, decreet of ordonnantie hebben, kunnen worden ingeroepen. Die uitzonderingsgronden bevinden zich niet noodzakelijk enkel in de openbaarheidswetgeving. Ongeacht of de milieu-instantie een administratieve overheid is of niet: de motivering dient te gebeuren aan dezelfde voorwaarden en uitzonderingen als geldt voor de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.

    Is in een bestuursdocument een auteursrechtelijk beschermd werk aanwezig, dan moet een milieu-instantie dit vermelden.

    Heb je in je aanvraag een voorstel opgenomen om binnen een bepaalde termijn toegang te krijgen tot de gevraagde milieu-informatie, dan geldt een bijkomende motiveringsplicht als een milieu-instantie de voorgestelde termijn van de aanvrager niet kan respecteren om de informatie ter beschikking te stellen. Die motivering moet wel niet binnen de door de aanvrager voorgestelde termijn worden meegedeeld.

  • De uitvoering van de beslissing

    Een positieve of gedeeltelijke positieve beslissing moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen. De mededelingstermijn van de beslissing en de uitvoeringstermijn zijn dus allebei vastgesteld op maximaal 30 kalenderdagen. Ingeval van verlenging geldt ook voor de uitvoeringstermijn een verlenging van 15 dagen.

    Deze termijnen mogen wel niet worden opgeteld, maar overlappen elkaar. Het is dus best mogelijk dat een milieu-instantie een beslissing treft op dezelfde dag dat ze die uitvoert. Men kan zich ook het tegenovergestelde geval voorstellen waarin een milieu-instantie haar beslissing 15 dagen na de aanvraag neemt, maar ze slechts uitvoert binnen de maximaal voorziene termijn, d.w.z. 30 dagen na ontvangst van de aanvraag.

    De milieu-instanties geven, als de informatie voorhanden is en hierom wordt gevraagd, aan welke meetmethodes zijn gebruikt bij het samenstellen van de informatie met inbegrip van de methodes voor analysering, monstername en voorbehandeling van de monsters, of ze verwijzen naar een gebruikte standaardprocedure. Dit moet de aanvrager toelaten de kwaliteit van de verstrekte informatie te beoordelen.

    Als de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn recht op inzage, dan stelt de milieu-instantie die over de milieu-informatie beschikt in overleg met de aanvrager de plaats, de datum en het tijdstip van inzage vast. Bovendien moet de aanvrager steeds in de praktijk de mogelijkheid hebben om zijn inzagerecht uit te oefenen.

    Wanneer de aanvrager vraagt om milieu-informatie in één van de schriftelijke vormen of in één van de elektronisch formaten te ontvangen, dan dient dit verzoek in principe gerespecteerd te worden. Als dit niet mogelijk blijkt, dan deelt de milieu-instantie in de beslissing mee op welke andere vorm of vormen of in welk ander elektronische formaat of formaten de gevraagde milieu-informatie wel beschikbaar zijn. Van een milieu-instantie mag wel een minimum aan goodwill wordt verwacht om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de door de aanvrager gevraagde vorm («redelijkerwijze kunnen ter beschikking stellen»).

  • Het betalen van een vergoeding

    Het inzagerecht en het recht op uitleg kunnen gratis worden uitgeoefend.

    Enkel voor een kopie kan een vergoeding worden gevraagd. Die vergoeding kan niet meer dan de kostprijs bedragen, d.w.z. de prijs voor het papier, de afschrijving van de kopiemachine, de inkt, .. maar niet de personeelskosten die hiervoor worden gemaakt.

    Voor de federale administratieve overheden werden de tarieven vastgelegd in het Koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument of een document met milieu-informatie.

    Het bedrag van de vergoeding wordt berekend voor elke aanvraag per bestuursdocument of per document met milieu-informatie.

    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat niet groter is dan formaat A4, wordt de vergoeding vastgesteld op 0,05 euro per bladzijde. De eerste vijftig bladzijden zijn gratis. Wanneer het document echter meer dan honderd bladzijden bevat, bedraagt de vergoeding slechts 0,02 euro per bladzijde vanaf de honderd en eerste.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat groter is dan formaat A4 maar niet groter dan formaat A3, worden de hiervoor vermelde vergoedingen per bladzijde verdubbeld.
    • Wanneer een bestuursdocument bladzijden bevat van verschillend formaat dan wordt de vergoeding berekend alsof het om twee aparte aanvragen gaat.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument geheel of gedeeltelijk in kleur of in een formaat groter dan A3 wordt gevraagd, is de vergoeding gelijk aan de kostprijs.
    • Wanneer het afschrift van een bestuursdocument op een andere drager dan papier wordt gevraagd, is de vergoeding gelijk aan de kostprijs.
    • Afschriften die via e-mail worden afgeleverd zijn gratis. De vergoedingen zijn contant betaalbaar als het afschrift door de aanvrager in ontvangst wordt genomen bij de administratieve overheid, die als bewijs van betaling een ontvangstbewijs afgeeft.

    Als het afschrift per post aan de aanvrager wordt verstuurd, dan moeten de vergoedingen vooraleer het afschrift wordt verzonden, worden betaald door overschrijving of storting op de postrekening van de rekenplichtige der ontvangsten van de overheid in kwestie. In dat geval moeten daarenboven de portkosten hieraan worden toegevoegd.

Status BELPIC :
Status RR :
BELPIC werkt stabiel
BELPIC (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
BELPIC is momenteel buiten dienst
Rijksregister werkt stabiel
Het Rijksregister (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
Rijksregister is momenteel buiten dienst