U bent hier :  Rijksregister » FAQ »Wat is het Rijksregister van de natuurlijke personen?

Wat is het Rijksregister van de natuurlijke personen?

  • print
Laatste nieuws

Geen nieuws in deze lijst:

Archief

Vragen – antwoorden over het Rijksregister van de natuurlijke personen: wetgeving en reglementering, indiening van aanvragen tot toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen en tot gebruik van het identificatienummer, verkrijging van toegangsmachtigingen, bijzondere gevallen.

Wat is het Rijksregister van de natuurlijke personen?

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat is het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Volgens artikel 1 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, is dit een "systeem van informatieverwerking dat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet instaat voor de opneming, de memorisatie en de mededeling van informatie betreffende de identificatie van natuurlijke personen".

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen is geen Big Brother die het mogelijk maakt om ons van op afstand te controleren voor vage of obscure doeleinden, maar een databank die bepaalde wettelijke informatie bevat, die door de wet beperkt wordt. Deze databank maakt het mogelijk om de natuurlijke personen die erin vermeld staan, te identificeren. Het Rijksregister van de natuurlijke personen is dus de originele of “authentieke” bron voor al deze informatie en speelt een heel belangrijke rol als het gaat om iemand identiteit te kunnen vaststellen, met name in geval van identiteitsfraude. Het maakt het eveneens mogelijk om de verschillende administratieve bestanden die worden bijgehouden door de verschillende diensten, snel en efficiënt bij te werken.

    De werking en het beheer van dit bestand, alsook de toegang tot de informatie erin en de mededeling van deze informatie, worden bovendien streng gereglementeerd door wettelijke en reglementaire normen. De bedoeling hiervan is om de veiligheid zo goed mogelijk te verzekeren en de informatie over de natuurlijke personen vertrouwelijk te houden.

    Om beter te kunnen betgrijpen wat het Rijksregister van de natuurlijke personen is, kan het nuttig zijn om eerste de omstandigheden te beschrijven waarin dit centrale bestand gecreëerd werd (zie vraag : “Sinds wanneer bestaat het Rijksregister van de natuurlijke personen? (historiek)”).

    Het kan bovendien interessant zijn om de verschillende wettelijke gronden te kennen die de werking ervan regelen (zie vraag : “Welke zijn de wettelijke gronden die het Rijksregister van de natuurlijke personen regelen?”).

    Tot slot kan het eveneens nuttig zijn om het Rijksregister van de natuurlijke personen te kunnen onderscheiden van andere databanken.

  • Sinds wanneer bestaat het Rijksregister van de natuurlijke personen? (historiek)

    Het Rijksregister is in feite het eindresultaat van de administratieve praktijk die ontstaan is met de gemeentelijke bevolkingsregisters.

    Deze bevolkingsregisters werden opgericht in de 19e eeuw, meerbepaald na de eerste volkstelling van het Rijk in 1846. De bevolkingsregisters, die officieel ingevoerd werden bij de wet van 2 juni 1856, waren dan al een systeem om de bevolking te registeren. Op deze manier konden de eerste wetenschappelijke registraties plaatsvinden, waardoor de bevolking precies geteld kon worden en bevolkingsstromingen vastgesteld konden worden.

    Concreet werden in elke gemeente registers bijgehouden waarin de voornaamste identificatiegegevens opgetekend werden van de mensen die op het grondgebied van de gemeente woonden. Deze registers werden rechtgezet en aangevuld in functie van de resultaten van de algemene volkstelling, die elke tien jaar plaatsvond. Elke verandering van verblijfplaats van de ene gemeente naar de andere werd erin opgetekend.

    Zo is het interessant om vast te stellen dat vanaf de invoering van de bevolkingsregisters, het feit of men zijn hoofdverblijf had op het grondgebied van de gemeente, het inschrijvingscriterium was. De wetgeving van nu over de bevolkingsregisters en het Rijksregister van de natuurlijke personen baseren zich nog steeds op het begrip hoofdverblijfplaats. Deze hoofdverblijfplaats is “de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft” (zie artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten).

    De bevolkingsregisters waren dus de plaats waar de gegevens over de identificatie en de lokalisatie van de burgers werden bewaard en bijgewerkt. Doorheen de tijd werd andere informatie opgetekend in de bevolkingsregisters en zijn deze de basis geworden van de administratieve actie van de gemeenten op verschillende domeinen. Zo worden ze bijvoorbeeld gebruikt om de kiezerslijsten op te stellen, sociale hulp te organiseren en lokale belastingen te innen. Beetje bij beetje zijn andere machtsniveaus eveneens gebruik beginnen te maken van de bevolkingsregisters om hun eigen opdrachten eenvoudiger te maken.

    Aan het einde van de jaren ’60 werden de bevolkingsregisters steeds systematischer en werden sommige bevolkingsregisters beetje bij beetje digitaal gemaakt. De gemeentebesturen maakten hun updates zo nauwkeuriger en rationeler, maar elk van hun kant en op hun manier.

    De administratieve bestanden werden dus stilaan, maar los van elkaar, digitaal gemaakt en de bijwerking van deze al dan niet digitale bestanden moest gestroomlijnd worden. Daarom werd in 1968 op federaal niveau bij beslissing van de Ministerraad van toen beslist om een centraal systeem op te richten.

    Zo werd een « Rijksregister van de natuurlijke personen » opgericht binnen het departement Openbaar Ambt, meer in het bijzonder bij de Algemene Directie van de Algemene Administratie. Dit Rijksregister bevatte enerzijds op nationaal vlak de informatie over identificatie en de lokalisatie van de personen die ingeschreven waren in de door de gemeenten bijgehouden bevolkingsregisters, maar anderzijds eveneens de informatie van de consulaire registers over Belgen die bij een Belgisch consulaat of ambassade in het buitenland waren ingeschreven.

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen werd dus opgericht dankzij de medewerking van verschillende gemeenten die wilden meewerken aan deze belangrijke administratieve vereenvoudiging, welke vereenvoudiging toen nog niet het belangrijkste leitmotiv was geworden van de administratie, zoals het laatste decennium het geval is. Het Rijksregister van de natuurlijke personen vereenvoudigde immers de administratieve lasten van de gemeenten, maar hielp hun eveneens bij met computerwerken zoals statistieken.

    Op het moment dat het Rijksregister van de natuurlijke personen werd opgericht, beschikten de gemeenten nog niet allemaal over een informatica-uitrusting om de informatie rechtstreeks in te voeren in het bestand van het Rijksregister van de natuurlijke personen. De informatie werd toen met de hand gecodeerd door de gemeentebeambten op specifieke formulieren. Deze formulieren werden vervolgens doorgestuurd naar de regionale afvaardigingen van het Rijksregister van de natuurlijke personen in elke provincie, die zich bezighielden met de digitale registratie van deze gegevens in het centrale bestand. In de loop van de jaren ’80 zijn de gemeenten meer en meer uitgerust met computers en konden ze zo rechtstreeks verbonden worden met de centrale database.

    Gedurende een vijftiental jaren werkte het Rijksregister van de natuurlijke personen met de gemeenten op conventionele basis.

    Er werden werkgroepen georganiseerd met de eerste gemeenten die zich aansloten bij het Rijksregister van de natuurlijke personen, om vast te leggen welke gegevens doorgestuurd moesten worden naar het Rijksregister om de toegang ertoe te vergemakkelijken, terwijl de privacy beschermd bleef. De bedoeling was immers niet om de gemeentelijke informatie eenvoudig te “kopiëren-plakken” in het Rijksregister van de natuurlijke personen. De invoering van deze lijst met gegevens werd gebaseerd op de ervaring van de gemeentelijke bevolkingsdiensten inzake identificatie en lokalisatie. Momenteel regelen trouwens twee verschillende wetten enerzijds het houden van de bevolkingsregisters (de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, die de oude wet van 2 juni 1956 betreffende de bevolkingsregisters heeft opgeheven) en anderzijds het Rijksregister van de natuurlijke personen (de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen).

    Het is immers pas in 1983 dat de wetgever tussenkomt en het Rijksregister van de natuurlijke personen regelt.

    In die periode werden enkel de basisgegevens die de meeste administratieve gemeentebestanden gemeenschappelijk hadden, geregistreerd. Het ging om de naam en voornamen, de geboorteplaats en –datum, het geslacht, de nationaliteit en het adres.

    Er werd eveneens andere informatie geregistreerd die bijvoorbeeld altijd onmiddellijk moest – en nog steeds moet – meegedeeld worden aan bepaalde administratieve diensten om betaling van onverschuldigde bedragen en kosten voor terugwinning te vermijden. Het gaat om de informatie over de plaats en datum van overlijden, over de burgerlijke staat en de gezinssamenstelling.

    Ondertussen beheert het departement Binnenlandse Zaken het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    In 1994 werd het wachtregister opgericht. Dit register werd in elke gemeente aangemaakt en gecentraliseerd op het niveau van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Zo konden de gegevens over vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend, geregistreerd worden. Ter gelegenheid van de oprichting van dit wachtregister werden twee nieuwe informatiegegevens geregistreerd in het Rijksregister van de natuurlijke personen, namelijk de vermelding van het register waarin een persoon ingeschreven is (bevolkingsregisters, consulaire registers of wachtregister), alsook de administratieve situatie van de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.

    Tot slot werden recenter nog drie andere informatiegegevens aangemaakt binnen het Rijksregister om de technologische en sociologische evolutie te volgen. Het gaat om de informatie over het bestaan van het identiteits- en handtekeningcertificaat, over wettelijke samenwoning en over de verblijfssituatie van vreemdelingen. De twee eerste informatiegegevens werden ingevoerd bij de wet van 25 maart 2003 (die de elektronische identiteitskaart creëerde) en het derde informatiegegeven bij artikel 166 van de programmawet van 27 december 2006 (zie volgende vraag : “Welke zijn de wettelijke gronden die het Rijksregister van de natuurlijke personen regelen?”).

  • Welke zijn de wettelijke gronden die het Rijksregister van de natuurlijke personen regelen?

    In het kort :

    • de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
    • de belangrijke wijzigingen die aan deze wet werden aangebracht:
      • de wet van 24 mei 1994
      • de wet van 23 maart 2003
      • de wet van 15 mei 2007
    • de koninklijke besluiten van uitvoering
    • de andere belangrijke wetten
    1. De wettelijke basis van het Rijksregister van de natuurlijke personen is de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 21 april 1984.

      Deze wet verduidelijkt alle aspecten over de organisatie en de werking van het Rijksregister van de natuurlijke personen:

      • de opdrachten die eraan zijn toegekend,
      • de personen van wie de gegevens worden geregistreerd,
      • de lijst van de gegevens die worden geregistreerd,
      • de toekenning van een identificatienummer,
      • de procedure die het mogelijk maakt om toegang te krijgen tot de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen, om deze meegedeeld te krijgen en om het rijksregisternummer te mogen gebruiken,
      • de overheid die bevoegd is om deze machtigingen toe te kennen,
      • ...
    2. Sinds deze wet in 1983 werd aangenomen, heeft ze verschillende wijzigingen onderaan, waarvan sommige redelijk belangrijk zijn.

      ? De wet van 24 mei 1994 tot oprichting van een wachtregister voor vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend.

      Deze wet, die op 21 juli 1994 gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, voorziet in de aanleg, in elke gemeente, van een wachtregister waarin de vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend en die niet in een andere hoedanigheid in de bevolkingsregisters zijn ingeschreven, worden ingeschreven op de plaats waar zij hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben.

      Om de asielaanvragen die ingediend worden door kandidaat-vluchtelingen te rationaliseren en om bepaalde misbruiken te vermijden, zoals meervoudige inschrijvingen in verschillende gemeente, wordt het wachtregister dat in elke gemeente wordt bijgehouden, gecentraliseerd op het niveau van het Rijksregister en kan het zo geraadpleegd worden door alle gemeenten van het Rijk.

      De wet verduidelijkt dat de inschrijving van kandidaat-vluchtelingen aan de Minister is tot wiens bevoegdheid de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen behoren of aan zijn gemachtigde, zodra deze vreemdelingen in België zijn aangekomen of zodra hun aanwezigheid op het grondgebied is vastgesteld. In de praktijk zijn het de diensten van de Dienst Vreemdelingenzaken die de inschrijvingen doen.

      De informatiegegevens over de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister, wordt opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, net zoals de gegevens uit de bevolkingsregisters. Zo worden dezelfde wettelijke informatiegegevens opgenomen als deze over Belgen of vreemdelingen die opgenomen zijn in de bevolkingsregisters, maar eveneens bijzondere informatie die te maken heeft met het vluchteling of asielzoeker zijn.

      Gelet op de bijzonder gevoelige aard van deze gegevens, heeft de wet van 24 mei 1994 voorzien in een zeer beperkt toegangssysteem tot deze informatie, aangezien enkel de overheden die op een of andere manier moeten tussenkomen in de procedure van toekenning of weigering van het statuut van vluchteling of die sociale hulp toekennen aan of controle uitoefenen over asielzoekers, en die bij name aangehaald worden in de wet van 8 augustus 1983, toegang kunnen krijgen tot de gegevens over de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.

      Zo werd het wachtregister door de administratieve praktijk lange tijd beschouwd als een apart bestand binnen het Rijksregister van de natuurlijke personen waarvoor uitdrukkelijke toestemming door de wet nodig was om toegang te krijgen tot de gegevens ervan.

      In 2004 heeft de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zijn mening echter herzien en maakte deze een onderscheid tussen de zogenaamd "signalitieke" informatiegegevens, d.w.z. gemeenschappelijk voor alle personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen (naam, voornamen, geboortedatum…) en deze die meer specifiek gingen over het feit dat men ingeschreven was in het wachtregister.

      Sinds deze wending in de rechtspraak van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zal elke instantie die gemachtigd is om toegang te krijgen tot alle/enkele informatiegegevens uit het Rijksregister van de natuurlijke personen zonder onderscheid toegang kunnen krijgen tot de gegevens over de Belgen en vreemdelingen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters alsook tot deze over de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.

      Voor meer informatie over de zogenaamde "signalitieke" gegevens, wordt verwezen naar vraag nr. 1 van het tweede deel: " Wat zijn "signalitieke gegevens"? ".

      ? De wet van 25 maart 2003 tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

      Een lange titel voor een wet die de volledige procedure omgooit voor een machtiging tot toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, de mededeling ervan en het gebruik van het identificatienummer.

      In 1983, bij de aanneming van de organieke wet van het Rijksregister van de natuurlijke personen, heeft de wetgeving immers beslist om de machtiging tot toegang tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen, de mededeling ervan en het gebruik van het identificatienummer toe te vertrouwen aan de Koning, om de vertrouwelijke aard van deze gegevens zo goed mogelijk te beschermen.

      Deze procedure bleek echter te zwaar te zijn en was vooral onnuttig lang.

      De openbare overheden of organismen van openbaar belang konden dan wel vrij snel, d.w.z. in enkele maanden, een toegangsmachtiging tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen krijgen, dit was niet meer het geval indien de aanvraag ingediend werd door een instelling van Belgisch recht voor de informatie die taken van algemeen belang vervult en/of indien de aanvraag vergezeld was van een aanvraag tot gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister. In deze gevallen begon een lang proces met een hele reeks onvermijdelijke stappen.

      • advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
      • advies van de Inspecteur van Financiën,
      • akkoord van de Minister van Begroting,
      • overleg in de Ministerraad,
      • advies van de Raad van State,
      • contraseing van de Minister en ten slotte, ondertekening door de Koning.

      Zo kon het uiteindelijk soms twee jaar duren vooraleer een toegangsmachtiging werd toegekend.

      Gelukkig werd de procedure in 2003 uitgebreid vereenvoudigd. Voortaan was het immers aan het Sectoraal Comité van het Rijksregister om de machtigingen toe te kennen voor toegang tot de gegevens over de personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen (behalve, in die periode tenminste, deze over de personen ingeschreven in het wachtregister), de mededeling van deze gegevens of het gebruik van het identificatienummer.

      Dankzij de wet van 25 maart 2003, die met name de termijnen bepaalt waarbinnen de adviezen gegeven en de beslissingen genomen moeten worden, en voor zover de aanvraag tot toegang, mededeling of gebruik van het identificatienummer beschouwd wordt als normaal, kan een machtiging momenteel binnen de twee manden gegeven worden.

      Voor meer informatie over de huidige procedure tot machtiging van de toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, de mededeling ervan en het gebruik van het identificatienummer, wordt verwezen naar het derde deel van deze "Vragen-antwoorden": "Hoe toegang krijgen tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen?"

      Bovendien moet verduidelijkt worden dat deze zelfde wet van 25 maart 2003 eveneens de elektronische identiteitskaart en de bestanden van de bestanden van de identiteitskaarten heeft ingevoerd.

      ? De wet van 15 mei 2007 waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister.

      In 2003, heeft de wet van 25 maart 2003 (zie hierboven) aan het Sectoraal Comité van het Rijksregister enkel de bevoegdheid toegekend om de toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen te machtigen in de 'strikte' zin, in die zin dat de toegang tot de gegevens over de personen die ingeschreven waren in het wachtregister nog steeds onder de bevoegdheid van de Koning viel.

      De wet van 15 mei 2007 harmoniseert de procedures. Zo is het Sectoraal Comité van het Rijksregister eveneens bevoegd om toegang te geven tot niet enkel de specifieke gegevens die te maken hebben met het feit of men ingeschreven is in het wachtregister, maar eveneens tot de gegevens die opgenomen zijn in de registers van de identiteitskaarten.

    3. Bovendien werden, in toepassing van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, een hele reeks Koninklijke besluiten genomen, om bepaalde eerder technische punten van de wet te verduidelijken of om de toegang tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen toe te kennen.

      Tot 1 januari 2004, de datum de nieuwe toegangsprocedure die door de wet van 25 maart 2003 vereenvoudigd werd, van toepassing werd, was het aan de Koning om de toegangsmachtigingen tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, toe te kennen.

      De lijst van de vele Koninklijke besluiten van machtiging zijn beschikbaar op deze website:

      http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/toegang-tot-het-rijksregister/

      Vele koninklijke besluiten regelen ook verschillende aspecten van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

      De belangrijkste ervan worden hieronder aangehaald :

      • het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de toegang door sommige openbare overheden tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, alsmede betreffende het bijhouden en de controle van de informaties,
      • het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de samenstelling van het identificatienummer van de personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen,
      • wat het wachtregister betreft:
        • het koninklijk besluit van 1 februari 1995 tot vaststelling van de in het wachtregister vermelde informatiegegevens en tot aanwijzing van de overheden die bevoegd zijn om die gegevens in het wachtregister in te voeren,
        • het koninklijk besluit van 3 februari 1995 tot voorschrift van de inschrijving in het wachtregister van de familieleden van de vreemdeling die zich vluchteling verklaart of die vraagt om als vluchteling te worden erkend,
      • wat het recht op raadpleging en verbetering betreft:
        • het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de uitoefening van het recht op toegang en verbetering door de personen ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen,
        • het koninklijk besluit van 5 juni 2004 tot vaststelling van het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen,
        • het koninklijk besluit van 13 februari 2005 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en van het stelsel van het recht tot kennisname van de overheden, instellingen en personen die de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt (zie vraag : " Wat is "mijn dossier" ? "),
      • het koninklijk besluit van 8 januari 2006 tot bepaling van de informatietypes, verbonden met de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (eveneens het KB "IT" genoemd),
      • het koninklijk besluit van 19 maart 2008 tot regeling van de procedure voor het mededelen van de verschillen die vastgesteld worden tussen de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen en die van de registers bedoeld in artikel 2 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (wat dit onderwerp betreft, moet ook verwezen worden naar de omzendbrief van 23 juni 2008 betreffende de toepassing van het koninklijk besluit van 19 maart 2008 tot regeling van de procedure voor het mededelen van de verschillen die vastgesteld worden tussen de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen en die van de registers bedoeld in artikel 2 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 april 2008).

      Alle uitvoeringsbesluiten kunnen geraadpleegd worden op de verschillende websites over wetgeving:

    4. Tot slot dienen verschillende wetten vermeld te worden die een belangrijke invloed hebben op de werking van het Rijksregister van de natuurlijke personen.

      Ten eerste, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, welke wet natuurlijk eveneens van toepassing is op het Rijksregister van de natuurlijke personen.

      Vervolgens dient eveneens de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen vermeld te worden, alsook de vier voornaamste uitvoeringsbesluiten ervan:

      • het koninklijk besluit van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister (BS 15/08/1992),
      • het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister (BS 15/08/1992),
      • het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister (BS 15/08/1992),
      • het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het recht op toegang tot de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en betreffende het recht op verbetering van deze registers (BS 15/08/1992).
  • Wie beheert het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    De autoriteit die het Rijksregister van de natuurlijke personen beheert, is momenteel de Algemene Directie Instellingen en Bevolking (afgekort « ADIB ») van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Het is eveneens deze directie die belast is met het beheer van de centrale bestanden waarin de gegevens over de identiteitskaarten opgenomen zijn, met name het Register van de identiteitskaarten en het Register van de vreemdelingenkaarten.

    Met deze doelstellingen werd, bij artikel 92 van de programmawet van 9 juli 2004, een Staatdienst met afzonderlijk beheer opgericht belast met het beheer van de identiteitskaarten, alsook van het Rijksregister. Dit beheercomité stelt de jaarbegroting op en keurt het jaarlijkse investeringsplan goed.

    De Algemene Directie Instellingen en Bevolking, waarvan de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen deel uitmaken, bevindt zich op volgend adres:

    Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
    Algemene Directie Instellingen en Bevolking
    Park Atrium
    Koloniënstraat 11
    1000 Brussel.

    Het organogram van deze algemeen directie is beschikbaar op volgend adres :

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/algemene-directie/organogram/

    De Algemene Directie Instellingen en Bevolking groepeert verschillende diensten, waaronder deze van het Rijksregister van de natuurlijke personen, die geleid wordt door mevrouw Christiane Rouma, Operationeel Directeur.

    De Dienst Rijksregister is zelf tweeledig en bestaat uit de dienst Applicaties, die zich voornamelijk bezig houdt met de programmering en de aanmaak van de toegangen, en de dienst Exploitatie, die zich voornamelijk bezighoudt met het onderhoud van het systeem.

    Binnen deze Algemene Directie is een andere dienst eveneens belast met de betrekkingen met het publiek, of het nu gaat om burgers die vragen stellen of organismen die toegang wensen te krijgen tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen of er mededeling van wensen te krijgen, of nog een machtiging die ze verkregen hebben, willen alten gelden.

    Deze dienst heet terecht de dienst Externe Betrekkingen. De gegevens van de contactpersonen van deze dienst zijn de volgende:

    De gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen kunnen 24 uur op 24, 7 dagen op 7 geraadpleegd worden.

    Voor updates is het Rijksregister van de natuurlijke personen bereikbaar van 7.30 tot 20.30 uur van maandag tot vrijdag en van 9 tot 13 uur op zaterdag.

  • Waar kan ik documentatie vinden over het Rijksregister van de natuurlijke personen ?

    Alle informatie over het Rijksregister van de natuurlijke personen is natuurlijk beschikbaar op deze website :

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/toegang-tot-het-rijksregister/

    Het is eveneens interessant om de verschillende omzendbrieven die verspreid werden (en die beschikbaar zijn op voornoemde website) te vermelden om de aandacht van de gebruikers en de gemeenten te vestigen op verschillende aspecten betreffende de toepassing vna de wetgeving over het Rijksregister van de natuurlijke personen :

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/reglementering/omzendbrieven/

    Bovendien kunnen volgende websites ook zeer interessant zijn :

    Wetgeving:

    Belgische instellingen:

    Interessante websites:

  • Van waar komen de informatiegegevens die opgenomen zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen ?

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen is een systeem waarin informatie wordt opgenomen. Deze informatie wordt "verzameld" bij verschillende bronnen:

    • De bevolkingsregisters en de vreemdelingenregisters die gehouden en bijgewerkt worden door de gemeentebesturen ; deze registers vormen de voornaamste bron van het Rijksregister van de natuurlijke personen;

    • De registers die gehouden worden bij de Belgische diplomatieke en consulaire posten in het buitenland. In deze registers zijn de gegevens opgenomen van de Belgische onderdanen die niet opgenomen zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente aangezien ze in het buitenland verblijven en die beslist hebben om zich als dusdanig in te schrijven bij een diplomatieke of consulaire post;

    • De wachtregisters betreffende de asielzoekers, waarvoor de Dienst Vreemdelingenzaken een algemene bevoegdheid heeft betreffende de bijwerking van de informatiegegevens. Hierover dient vermeld te worden dat behalve door de Dienst Vreemdelingenzaken, bepaalde informatie meegedeeld wordt door andere instanties die tussenkomen in de onthaalprocedure van asielzoekers: het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatloten, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (afgekort FEDASIL), de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de Raad van State alsook de directeurs van de onthaalcentra voor vluchtelingen.

    In toepassing van artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, delen overheden die belast zijn met het houden van deze verschillende registers, de wettelijke informatiegegevens ambtshalve mee aan het Rijksregister. Het gaat om de informatiegegevens vermeld in artikel 3, eerste lid, van deze wet.

    Dezelfde overheden zijn verantwoordelijk voor de conformiteit van de doorgegeven informatiegegevens met de aktes en documenten die ze in hun bezit hebben.

  • Wat is het verschil tussen het Rijksregister van de natuurlijke personen en de bevolkingsregisters ?

    In de eerste plaats moet een terminologische verduidelijking gebeuren, aangezien met « bevolkingsregisters » de bevolkingsregisters alsook het vreemdelingenregister bedoeld worden. In deze registers zijn niet enkel de Belgen ingeschreven, maar eveneens de vreemdelingen die de toelating of machtiging hebben om meer dan drie maanden te verblijven op het grondgebied van het Rijk, alsook deze die de machtiging hebben om zich er te vestigen.

    De voornaamste bron van het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn de bevolkingsregisters. Het Rijksregister van de natuurlijke personen werd immers gemaakt om een gecentraliseerd systeem te verkrijgen dat automatisch de identificatie- en lokalisatiegegevens opneemt die op niveau van de gegevens worden geregistreerd.

    Aangezien het Rijksregister van de natuurlijke personen de wettelijke informatie rechtstreeks ontvangt van de bevolkingsregister, mogen er in principe geen verschillen bestaan tussen de informatie in het Rijksregister en die in de bevolkingsregisters. Als dit echter wel het geval is, bestaat een procedure van rechtzetting van gegevens (zie vraag "Wat moet ik doen als mijn gegevens in het Rijksregister fout of onvolledig zijn?")

    Hoewel het Rijksregister en de bevolkingregisters zeer dicht bij elkaar staan en nauw verbonden zijn, zijn er verschillen :

    • In de wetgeving : hoewel het Rijksregister van de natuurlijke personen geregeld wordt door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, worden de bevolkingsregisters geregeld door de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, alsook door de vier koninklijke besluiten van uitvoering van 16 juli 1992;

    • In het toepassingsgebied : dit is gemeentelijk voor de bevolkingsregisters en nationaal voor het Rijksregister van de natuurlijke personen. Men zou zelfs kunnen zeggen dat, omdat het Rijksregister van de natuurlijke personen eveneens gegevens opneemt van de consulaire registers, het toepassingsgebied ervan de grenzen van het Rijk overschrijdt;

    • In de informatie die erin wordt opgenomen : het Rijksregister van de natuurlijke personen bewaart momenteel enkel de veertien wettelijke informatiegegevens, terwijl de bevolkingsregisters veel meer informatie bevatten – hierover wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister;

    • In de toegankelijkheid van de gegevens : er bestaan verschillende procedures voor de toegang tot ofwel de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen ofwel deze van de bevolkingsregisters. Deze procedures verschillen met name in de bevoegde overheid, de wijze van indiening van de aanvraag, de instanties of personen die een dergelijke aanvraag kunnen invoeren en de doeleinden waarvoor de aanvraag aanvaard kan worden; ...

    Momenteel zijn de informatiegegevens die voor elke natuurlijke personen bijgehouden worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen er minder dan deze in de bevolkingsregisters die gehouden worden door de gemeenten. Het dient echter opgemerkt te worden dat sinds de aanmaak ervan, het Rijksregister van de natuurlijke personen beetje bij beetje verrijkt werd met nieuwe wettelijke informatiegegevens, die in het begin "alleen" informatiegegevens op gemeentelijk niveau waren.

    Zo hebben in het verleden bijvoorbeeld parlementsleden voorgesteld om wettelijke informatiegegevens in het Rijksregister te maken van de informatie betreffende de afstamming of de juridische capaciteit, welke gegevens momenteel gegevens op niveau van de bevolkingsregisters zijn. Het doel hiervan was om de toegang tot deze gegevens door de bevoegde overheden die gemachtigd zijn om ze te raadplegen, te vergemakkelijken.

    Tot op heden zijn deze wetsvoorstellen nog niet afgerond.

    Bovendien kunnen de gemeente, in toepassing van artikel 3, derde lid van dezelfde wet van 8 augustus 1983, de gemeenten eveneens vragen dat de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen andere informatie opnemen dan de wettelijke informatiegegevens.

    In de praktijk passen de meeste gemeenten zo dit artikel 3, derde lid, toe en worden de meeste gegevens die op gemeentelijk niveau opgenomen worden dit ook op gecentraliseerd niveau door de diensten van het Rijksregister. Wat dit betreft is het belangrijk om te wijzen op het feit dat de zogeheten "bevolkingsgegevens" in de praktijk opgenomen worden door de "diensten van het Rijksregister" en niet door de diensten van het "Rijksregister van de natuurlijke personen". Deze opneming gebeurt immers op vraag en voor rekening van de gemeenten, maar de gegevens in kwestie verliezen op geen enkele manier hun aard van "bevolkingsgegevens": enkel de wetgeving en de reglementering betreffende de bevolkingsregisters zijn van toepassing.

  • Wat is het verschil tussen het Rijksregister van de natuurlijke personen en de registers van de burgerlijke stand?

    Deze vraag zou anders gesteld moeten worden, namelijk « Wat is het verschil tussen de bevolkingsregisters en de registers van de burgerlijke stand? »

    Naar het voorbeeld van de bevolkingsregisters, worden de registers van de burgerlijke stand immers op gemeentelijk niveau gehouden. Artikel 164 van de Grondwet bepaalt het volgende: "Het opmaken van de akten van de burgerlijke stand en het houden van de registers behoren bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de gemeentelijke overheid".

    Momenteel bestaat echter (nog) geen gecentraliseerd register van de burgerlijke stand. Wegens het gebrek aan parallellisme is het dus moeilijk om een vergelijking te maken tussen de registers van de burgerlijke stand en het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    In elke gemeente wordt dus een register van de burgerlijke stand gehouden, waarin de akten van de burgerlijke stand worden bewaard, d.w.z. alle officiële akten die in zekere zin een leven samenvatten: geboorte, huwelijk, erkenning van afstamming en overlijden.

    Op basis van deze akten van burgerlijke stand worden bepaalde informatiegegevens van de bevolkingsregisters ingevoerd. Het gaat met name om de gegevens betreffende de naam en voornamen, het geslacht, de afstamming (die, ter herinnering, nog geen wettelijk gegeven is dat opgenomen wordt in het Rijksregister van de natuurlijke personen), het huwelijk, het overlijden.

    Maar buiten deze gelijkenissen zijn deze twee soorten van registers relatief verschillend, alleen al wat de overheden betreft die bevoegd zijn voor de toepassing van de wetgeving ter zake: de Minister van Justitie alsook de Procureur des Konings en de Rechtbank van Eerste Aanleg voor de registers van de burgerlijke stand en de Minister van Binnenlandse Zaken voor de bevolkingsregisters.

    Ten slotte dient, vanuit praktisch oogpunt, vastgesteld te worden dat er een vrij uitgesproken verschil bestaat tussen deze twee soorten van registers wat de digitalisering ervan betreft. Hoewel de bevolkingsregisters "geneigd" zijn naar een steeds grotere digitalisering, blijven de ambtenaren van de burgerlijke stand vasthouden aan geschriften, zelfs als vastgesteld kan worden dat meer en meer gemeentekiezen voor geïntegreerde systemen, die informaticasystemen van verschillende gemeentediensten onderling verbinden en de automatisch en systematische uitwisseling van informatie vergemakkelijken.

    Tot slot schuilt het voornaamste verschil tussen deze twee soorten van registers in de doelstellingen die de registers van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters nastreven.

    De registers van de burgerlijke stand hebben als doel de verschillende akten die ze bevatten, openbaar te maken. Wat dit betreft wordt verwezen naar het Burgerlijk Wetboek, artikel 45, waarin het principe van de openbaarheid van de akten van burgerlijke stand, ten minste wat de akten van meer dan 100 jaar betreft en waarin geen melding wordt gemaakt van de afstamming van de personen op wie de akten betrekking hebben. De Rechtbank van Eerste Aanleg kan echter, op eenvoudige vraag en voor zover men doet blijken van een familiaal, wetenschappelijk of een ander wettig belang, toestemming verlenen om bepaalde opzoekingen te laten verrichten of een eensluidend afschrift of een uittreksel te laten afgeven over de afstamming van de personen op wie de akte betrekking heeft.

    De toegang tot de bevolkingsregisters is daarentegen beperkter en enkel toegestaan indien aan welbepaalde voorwaarden die door de reglementering bepaald worden, voldaan wordt, met het oog op de bescherming van de privacy van de personen die erin zijn ingeschreven.

    Zo is de raadpleging van de registers, krachtens het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister, verboden aan private personen. De raadpleging is enkel toegestaan aan gemeentediensten voor doeleinden van intern beheer. Wat de raadpleging door andere overheden of openbare organismen betreft, wordt deze slechts toegestaan door of krachtens de wet. Bovendien gebeurt de mededeling aan derden van informatie inde bevolkingsregisters onder de vorm van uittreksels of certificaten. De schriftelijke en ondertekende aanvraag moet de wettelijke of reglementaire bepaling vermelden die de mededeling van deze informatie bepaalt of toestaat.

    Dit verschil betreffende de openbaarheid en de toegankelijkheid van de informatie in deze twee soorten van registers blijkt vrij duidelijk in het kader van de aanvragen tot toegang die ingediend worden door genealogen.

    Een genealoog die specifiek afgevaardigd is door een notaris voor opzoekingen inzake erfrecht (opzoeking van erfgenamen, vaststelling van de hoedanigheid van erfgenaam) geeft blijk van een voldoende legitiem belang gezien de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de erfenissen (zie artikelen 718 en volgende van het Burgerlijk Wetboek) om een uittreksel te verkrijgen uit de registers of een certificaat dat opgesteld werd naar de bevolkingsregisters betreffende een welbepaalde inwoner van de gemeente (toepassing van de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992).

    Een genealoog mag daarentegen niet materieel het papieren of gedigitaliseerde bestand met alle gegevens uit de bevolkingsregisters raadplegen om zijn onderzoek te verrichten. Het is hem evenzeer verboden om de bevolkingsregisters te raadplegen, zelf meer dan 100 jaar na het overlijden van de betrokken persoon. De reden daarvoor is dat de bevolkingsregisters eveneens gegevens bevatten over de echtgenoot, de kinderen en de kleinkinderen en andere personen die het gezin vormen. Zelfs na het overlijden van een persoon kan het bevolkingsdossier van deze persoon dus nog informatie bevatten over andere nog levende personen en bestaat een risico dat de raadpleging van het bevolkingsdossier, zelfs 100 jaar na het overlijden van een persoon, een inbreuk op de privacy van een persoon inhoudt.

    De akten van burgerlijke stand van meer dan 100 jaar zijn echter wel raadpleegbaar in de Rijksarchieven.

    Het Burgerlijk Wetboek bepaalt echter dat niemand een eensluitend afschrift kan krijgen van een akte van burgerlijke stand van minder van 100 jaar als men niet doet blijken van een familiaal, wetenschappelijk of een ander wettig belang. In dit geval is het aan de Rechtbank van Eerste Aanleg om de afgifte van kopieën of uittreksels van de registers van de burgerlijke stand goed te keuren. Het begrip "een familiaal, wetenschappelijk of een ander wettig belang" blijft echter vrij groot in verhouding tot de noodzaak om de wettelijke of reglementaire basis voor te leggen die de aanvraag tot toegang tot de bevolkingsregisters rechtvaardigt.

    Bovendien moet eveneens opgemerkt worden dat, volgens de huidige wetgeving, de genealogen geen toegang hebben tot de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Wat is het verschil tussen het Rijksregister van de natuurlijke personen en het wachtregister?

    Het wachtregister werd opgericht door de wet van 24 mei 1994 tot oprichting van een wachtregister voor vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend.

    In elke gemeente wordt dus een wachtregister gehouden waarin de vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend, worden ingeschreven. Dit register wordt gecentraliseerd door het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat het voor elke gemeente mogelijk maakt om toegang te krijgen tot de informatie over alle kandidaat-vluchtelingen.

    Bij een koninklijk besluit van 3 februari 1995 bewaart dit wachtregister eveneens de gegevens over de familieleden van de asielzoekers.

    Behalve de informatie die reeds voorzien werd in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, neemt het wachtregister eveneens de gegevens op over de bijzondere administratieve situatie die te maken heeft met het asielzoeker-zijn (proces van onderzoek van de erkenning van het statuut van vluchteling, de verschillende administratieve beslissingen die genomen worden ten opzichte van de betrokken persoon…). Deze bijzondere gegevens die te maken hebben met de administratieve situatie worden bepaald in het koninklijk besluit van 1 februari 1995 tot vaststelling van de in het wachtregister vermelde informatiegegevens en tot aanwijzing van de overheden die bevoegd zijn om die gegevens in het wachtregister in te voeren.

    Deze twee nieuwe informatiegegevens werden zo toegevoegd in het Rijksregister van de natuurlijke personen ter gelegenheid van de aanmaak van het wachtregister, om deze bijzondere gegevens te kunnen opnemen. Het gaat enerzijds om de vermelding van het register waarin een persoon ingeschreven is (het gaat om het 10e wettelijke informatiegegeven), wat overeenkomt met de werkelijkheid van het statuut van inschrijving, en, anderzijds om de informatie betreffende de administratieve situatie van de asielzoekers (het gaat om het 11e wettelijke informatiegegeven).

    De Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van de vreemdelingen, of zijn afgevaardigde, in de praktijk de Dienst Vreemdelingenzaken, dient de inschrijving in het wachtregister te verrichten, en dit vanaf de aankomst van deze personen in België of zodra hun aanwezigheid op het grondgebied werd vastgesteld. De asielzoekers blijven er ingeschreven totdat zij het statuut van vluchteling krijgen, in welk geval ze ingeschreven worden in het vreemdelingenregister (bevolkingsregisters) of totdat ze het grondgebied verlaten hebben.

    De gegevens die voortkomen uit het wachtregister maken integraal deel uit van het Rijksregister van de natuurlijke personen, net zoals de gegevens uit de bevolkingsregisters en het vreemdelingregister.

    Gelet op de bijzondere gevoelige aard van deze gegevens, heeft de wet van 24 mei 1994 in een eerder beperkend systeem voorzien om toegang te krijgen tot deze informatie, aangezien enkel de overheden die op één of andere manier moeten tussenkomen in de procedure van toekenning of weigering van het statuut van vluchteling of die sociale hulp toekennen aan of controle uitoefenen over asielzoekers, en die bij name aangehaald worden in de wet van 8 augustus 1983, toegang kunnen krijgen tot de gegevens over de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.

    Zo werd het wachtregister door de administratieve praktijk lange tijd beschouwd als een apart bestand binnen het Rijksregister van de natuurlijke personen waarvoor uitdrukkelijke toestemming door de wet nodig was om toegang te krijgen tot de gegevens ervan.

    In 2004 heeft de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zijn mening echter herzien in zijn advies nr. 16/2004 van 25 november 2004 en maakte deze een onderscheid tussen de zogenaamd "signalitieke" informatiegegevens, d.w.z. gemeenschappelijk voor alle personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen (naam, voornamen, geboortedatum…) en deze die meer specifiek gingen over het feit dat men ingeschreven was in het wachtregister.

    Sinds deze wending in de rechtspraak van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zal elke instantie die gemachtigd is om toegang te krijgen tot alle/enkele informatiegegevens uit het Rijksregister van de natuurlijke personen zonder onderscheid toegang kunnen krijgen tot de gegevens over de Belgen en vreemdelingen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters alsook tot deze over de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.

    Voor meer informatie over de zogenaamde "signalitieke" gegevens, wordt verwezen naar vraag nr. 1 van het tweede deel: ">Wat zijn "signalitieke gegevens"?".

    Sinds de wet van 27 mei 2007, die de procedures voor toegang tot de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen geharmoniseerd heeft, kent het Sectoraal Comité van het Rijksregister de toegangsmachtigingen toe tot de specifieke gegevens die te maken hebben met de inschrijving in het wachtregister.

Wat is de rol van het Rijksregister van de natuurlijke personen?

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat is de rol van het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Volgens artikel 1, § 1er, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, is dit een systeem van informatieverwerking dat instaat voor de opneming, de memorisatie en de mededeling van informatie betreffende de identificatie van natuurlijke personen.

    In dat opzicht, is het Rijksregister van de natuurlijke personen de authentieke bron voor alle identificatiegegevens betreffende de natuurlijke personen. Het is in zeker zin de drager van de elektronische communicatie wat de identificatiegegevens van de natuurlijke personen betreft.

    De 2e paragraaf van dit artikel 1 bepaalt de wettelijke opdrachten van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Het Rijksregister stelt een nationaal bestand ter beschikking van de overheden, de instellingen en de personen door:

    • de uitwisseling van informatiegegevens tussen administraties te vergemakkelijken;
    • de automatische bijwerkingen van de bestanden van de openbare sector wat betreft de algemene gegevens over de burgers mogelijk te maken;
    • het gemeentelijk beheer over de bevolkingsregisters te rationaliseren;
    • sommige administratieve formaliteiten die geëist worden van de burgers te vergemakkelijken.

    In het kort is het Rijksregister van de natuurlijke personen de authentieke bron des identificatiegegevens van de natuurlijke personen, maar eveneens een krachtig middel voor de elektronische mededeling van deze gegevens, niet enkel ten dienste van de administratieve overheden maar eveneens van de burgers Het maakt het immers mogelijk ter vermijden dat verschillende keren op onsamenhangende wijze informatie wordt verzameld en updates worden uitgevoerd.

  • Vanuit het standpunt van de burger?

    ⇒ Net als de bevolkingsregisters, maakt het Rijksregister van de natuurlijke personen het mogelijk om de burgers nauwkeurig te lokaliseren "Waar woont deze persoon?" "Wie woont op dit adres? ..." Zo kan, indien nodig, de bescherming van hun lichamelijke integriteit gewaarborgd worden in verschillende omstandigheden (brand, natuurramp, misdaadpreventie en criminaliteit in het algemeen ...).

    Door de identiteit van de burgers te bewaren, draagt het Rijksregister van de natuurlijke personen, referentiebron voor identificatie, ook bij tot de preventie en de strijd tegen identiteitsfraude en identiteitsdiefstal en kunnen de burgers, die bijvoorbeeld slachtoffer worden van dergelijke fraude, hun identiteit vastleggen of herstellen.

    ⇒ Vervolgens is één van de opdrachten die expliciet is toegewezen aan het Rijksregister van de natuurlijke personen om bepaalde administratieve formaliteiten voor burgers te vereenvoudigen.

    De burger wordt vaak gevraagd om allerlei uittreksels voor te leggen, betreffende de gezinssamenstelling, certificaten van woonplaats… waardoor hij verplicht wordt om naar zijn gemeentebestuur te gaan.

    Om deze ongemakken te vermijden, heeft de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen het principe van de unieke gegevensinzameling ingevoerd.

    Vanaf het moment dat een overheid gemachtigd is om toegang te hebben tot de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen, is deze immers niet meer gemachtigd om deze informatie rechtstreeks aan de burgers te vragen. Zo leidt de toegangsmachtiging tot het Rijksregister tot het verbod om rechtstreeks dezelfde gegevens aan de betrokken persoon te vragen.

    De Federale Overheidsdienst Financiën, die gemachtigd is om toegang te krijgen tot de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen, mag u bijvoorbeeld niet meer vragen om een uittreksel of een certificaat voor te leggen over een of ander informatiegegeven dat opgenomen is in voornoemd register.

    Zo mogen de overheden die toegang hebben tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen zich niet tot de burgers richten om hun gegevensbestanden te updaten.

    ⇒ Op dezelfde wijze bepaalt artikel 4 van voornoemde wet van 8 augustus 1983 dat de gegevens die in het Rijksregister worden opgenomen en bewaard gelden tot bewijs van het tegendeel. Deze informatie kan geldig worden gebruikt en vervangt de informatie in de registers: een elektronisch uittreksel van het Rijksregister van de natuurlijke personen via de toepassing « Mijndossier » (zie vraag :"Wat is "Mijndossier"?") heeft dus dezelfde waarde als een papieren uittreksel dat uitgereikt werd door de gemeentebesturen vanuit de bevolkingsregisters.

    ⇒ Bovendien, heeft iedere burger, dankzij zijn elektronische identiteitskaart, een veilige manier om zich te authenticeren en zijn handtekening te plaatsen in het kader van elektronische communicatie, zowel in de openbare als de privésfeer. Met behulp van zijn elektronische identiteitskaart, kan hij ook, via de toepassing "Mijndossier", toegang krijgen tot zijn gegevens die opgenomen werden in het Rijksregister van de natuurlijke personen, waardoor hij hun juistheid kan controleren en, indien nodig, hun rechtzetting vragen. Bovendien kan de burger, dankzij deze applicatie, de transacties raadplegen die uitgevoerd zijn in zijn dossier tijdens de afgelopen 6 maanden, alsook de auteur van deze transacties.

    Een elektronisch dossier hebben bij het Rijksregister van natuurlijke personen heeft nog een voordeel, namelijk dat dit dossier automatisch de persoon zal volgen wanneer deze verandert van verblijfplaats. De nieuwe gemeente van verblijfplaats, of de diplomatieke post, als het gaat om een Belg die zich in het buitenland gaat vestigen en zich laat inschrijven bij de diplomatieke of consulaire post, neemt simpelweg het beheer van het dossier van de betrokken persoon over.

    Bij een verhuis dient dus de adreswijziging doorgegeven te worden aan het gemeentebestuur, ofwel van de gemeente waarin men al is ingeschreven, indien het gaat om een verhuis op het grondgebied dezelfde gemeente, ofwel bij de gemeente waar men van plan is zich te vestigen, als het om een andere gemeente gaat. Deze verklaring kan gebeuren door persoonlijk naar de gemeentelijke diensten te gaan, per post, per fax of e-mail.

    Om deze administratieve stap gemakkelijker te maken, hebben de diensten van het Rijksregister van natuurlijke personen hebben een speciale toepassing ontwikkeld die de burger helpt zijn toekomstige verhuis mee te delen aan de betrokken gemeentelijke overheden. Deze toepassing, genaamd "Declar" is beschikbaar via de toepassing "Mijndossier." Deze is momenteel echter nog in ontwerp en is operationeel in een aantal pilootgemeenten (u mag natuurlijk informatie inwinnen bij uw gemeente). Ze wordt wel verder ontwikkeld.

    In dit verband moet worden opgemerkt dat sommige gemeenten ook hun eigen softwaretoepassing hebben ontwikkeld om de verklaring van adreswijziging mogelijk te maken. De toepassing "Mijndossier" vermeldt, in voorkomend geval, een link naar de toepassingen van deze gemeenten.

    ⇒ Laten we tot slot niet vergeten dat hoewel het Rijksregister van de natuurlijke personen effectief toegankelijk is voor bepaalde controle-instanties (politie, FOD Financiën controlediensten RVA, ...), het ook geraadpleegd wordt door andere instanties, zoals instanties die kinderbijslag, pensioenen en andere uitkeringen of diensten betalen. In het kader van de vervulling van al deze opdrachten, draagt het Rijksregister van de natuurlijke personen in ieder geval bij tot het algemeen belang, aangezien dit eigenlijk pas kan worden bereikt op basis van identificatie en een correcte lokalisatie van de burgers.

  • Voor de administratieve overheden?

    Momenteel beschikken vele openbare instellingen reeds over een toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen met het oog op het vervullen van hun opdrachten: de meeste federale, regionale en communautaire overheidsdiensten, de provincies en gemeenten, vele intercommunale instellingen (verdeling van gas en elektriciteit, waterverdeling, afvalbeheer …), organismen van sociale zekerheid, de OCMW's, de notarissen, de advocaten, de gerechtsdeurwaarders ...

    Een precieze identificatie van de natuurlijke personen is immers essentieel om het voor deze verschillende openbare overheden en organismes mogelijk te maken om efficiënt en coherent de competenties die aan hen werden toevertrouwd, te verzekeren.

    Door de informatie-uitwisseling tussen de administraties te vergemakkelijken en, als authentieke bron, de automatische bijwerking van de gegevens van de verschillende bestanden van natuurlijke personen die door de verschillende openbare administraties worden bijgehouden, mogelijk te maken, vergemakkelijkt het Rijksregister van de natuurlijke personen de administratieve acties, en dit op alle machtsniveaus.

    Zo zouden, zonder het Rijksregister van de natuurlijke personen, al deze instellingen met databases of bestanden die nodig zijn voor de goede uitoefening van hun taak, geen andere mogelijkheid hebben dan zich te wenden tot elke gemeente en zelfs, indien nodig, de diplomatieke of consulaire posten, om de informatie te krijgen die ze nodig hebben om deze databases of bestanden aan te leggen. Deze instellingen zouden onophoudelijk aan de burgers allerhande verklaringen en certificaten vragen.

    Om over actuele gegevens te beschikken, zouden ze verplicht zijn zelf hun eigen databases of bestanden bij te werken, met als gevolg risico's op onveiligheid, onbetrouwbaarheid en onvolledigheid van de gegevens. Er zou immers geen mogelijkheid bestaan tot automatische bijwerking van gegevens vanaf een enkele bron.

    Zonder het Rijksregister van de natuurlijke personen zou de werklast van de gemeenten ook sterk worden verhoogd, zelfs te veel zijn, wat onvermijdelijk zou leiden tot vertragingen in de verwerking van de aanvragen, vertraging die zou worden doorgegeven aan andere instellingen die bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor de toekenning van pensioenen en andere voordelen ...

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen maakt het dus ook mogelijk om de administratieve lasten en de kosten van het verzamelen van identificatiegegevens en de bijwerking ervan aanzienlijk te verminderen.

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen is dan ook echt de ruggengraat van de communicatie van identificatiegegevens van de natuurlijke personen.

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen maakt het ook mogelijk om de kwaliteit van de gegevens beter te behouden. Doordat alle gegevens centraal opgeslagen worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen en dat dit laatste de authentieke bron van identificatiegegevens van de natuurlijke personen vormt, worden meervoudige en uiteenlopende registraties vermeden, alsook het risico op fouten en inconsistenties die noodzakelijkerwijs voortkomen uit het houden van diverse bestanden beheerd door verschillende instanties.

    Ook moet worden opgemerkt dat het vooral op basis van deze gegevens die zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, is dat de jaarlijkse bevolkingscijfers worden gepubliceerd, evenals verschillende statistieken over de bevolking en de bewegingen ervan.

    Tot slot is het Rijksregister van de natuurlijke personen in staat om, bij gemeenten of andere organisaties, informaticawerken te leveren, zoals bijvoorbeeld opgestelde statistieken (gezinssamenstelling, stratenlijsten...).

  • Wat betekent het dat het Rijksregister van de natuurlijke personen een “authentieke bron” is?

    Om de privacy te beschermen, worden de werking en het beheer van het Rijksregister van de natuurlijke personen strikt geregeld door wettelijke en reglementaire normen met als doel de veiligheid en vertrouwelijkheid van de gegevens over de identificatie van de natuurlijke personen te verzekeren. Deze normen komen tussen op het moment van de inzameling en de opneming van de informatie maar regelen eveneens de toegang tot deze informatie alsook de mededeling en behandeling ervan.

    Aangezien het zich kan beroepen op de nodige veiligheidsgaranties, is het Rijksregister van de natuurlijke personen de primaire (of referentie-) en betrouwbare bron wat de identificatiegegevens betreft. Dat betekent dat zij in de eerste plaats geraadpleegd moeten worden voor alles wat identificatie van natuurlijke personen betreft.

    In het advies nr. 14/2005 van 28 september 2005, heeft de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dit zo verwoord:

    (…) Het Rijksregister is de primaire identificatiebron. Het bevat immers de gegevens van alle personen die in België zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, vreemdelingenregisters, wachtregisters, diplomatieke en consulaire registers en op wie in beginsel de diverse bepalingen m.b.t. de sociale zekerheid van toepassing zijn. Het Rijksregister vormt een authentieke bron waarvan de fundamentele doelstelling identificatie is.

    Het feit dat het Rijksregister van de natuurlijke personen de authentieke bron is inzake identificatie heeft implicaties op de kwaliteit van de gegevens die erin zijn opgenomen. Zo bekrachtigt artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen de bewijskracht van de wettelijke informatie van het Rijksregister van de natuurlijke personen omdat deze gegevens voortaan geldig gebruikt kunnen worden ter vervanging van de informatie in de bevolkingsregisters.

    Als authentieke bron is het Rijksregister van de natuurlijke personen eveneens een krachtig middel om identiteitsfraude te bestrijden. Dankzij de garanties die het biedt inzake de kwaliteit van de gegevens die erin zijn opgenomen, maakt dit register het immers mogelijk voor de burger om over een betrouwbare, unieke en door een autoriteit erkende identiteit te beschikken. De burger kan zo zijn identiteit "bewaren" waarop hij zich kan beroepen tegenover derden en overheden. Bovendien maakt het Rijksregister van de natuurlijke personen het eveneens mogelijk om eventuele pogingen tot fraude op te sporen.

    Met het oog op de duidelijke verhoging van de criminaliteit die te maken heeft met misbruik van identiteit, zal het Rijksregister van de natuurlijke personen, als authentieke bron, in de volgende jaren een steeds belangrijkere rol spelen in de strijd tegen dit soort van criminaliteit.

Welke personen zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Welke personen zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    In het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ingeschreven:

    • alle Belgen die in België verblijven en alle vreemdelingen die in België verblijven en die de toelating of machtiging hebben om zich in het Rijk te vestigen of er te verblijven (verplichte inschrijving in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister),
    • alle Belgen die in het buitenland verblijven en zich laten inschrijven in de consulaire registers die gehouden worden in de Belgische diplomatieke of consulaire posten in het buitenland (facultatieve inschrijving in de consulaire registers),
    • alle vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend en die niet in een andere hoedanigheid in de bevolkingsregisters zijn ingeschreven (verplichte inschrijving in het wachtregister).

    Voor elke persoon die ingeschreven is in het Rijksregister van de natuurlijke personen wordt een uniek elektronisch identificatiedossier aangemaakt, met name het identificatienummer. Het elektronische dossier wordt aangemaakt bij de geboorte of wanneer de persoon zich in België vestigt of beslist om zich bij een diplomatieke of consulaire post in te schrijven.

    Vreemdelingen moeten natuurlijk voldoen aan de verblijfsvoorwaarden die bepaald worden door de wetgeving over de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

    Er moet ook gewezen worden op twee bijzondere categorieën van personen:

    • de Europese ambtenaren: de identiteit van de Europese ambtenaren die voor een langere of kortere periode op het grondgebied van het Rijk verblijven, evenals die van hun gezin, worden meegedeeld aan de gemeentelijke overheden van de verschillende Europese instellingen waartoe zij behoren. Deze Europese ambtenaren zijn strikt genomen niet ingeschreven in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, maar ze worden erin vermeld. Niets belet een EU-ambtenaar echter om zich bij zijn gemeentebestuur te laten inschrijven in het bevolkingsregister, waardoor de vermelding wordt verwijderd en vervangen door inschrijving in de bevolkingsregisters. Merk op dat personen die vermeld worden in de bevolkingsregisters, onder dezelfde voorwaarden als de personen die ingeschreven in dezelfde registers, van alle diensten genieten die worden aangeboden door de gemeente, zowel op bestuurlijk als op sociaal, cultureel, sport- en ander niveau. De vermelding maakt het echter mogelijk om te worden vrijgesteld van de formaliteiten met betrekking tot de inschrijving als een vreemdeling die worden bepaald door de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
    • de diplomaten en personen die onschendbaarheden genieten die analoog zijn met die van het diplomatieke korps, zijn vrijgesteld van inschrijving in het bevolkingsregister en staan daarom niet in het Rijksregister van de natuurlijke personen. Hetzelfde geldt voor militair personeel bij SHAPE en NAVO, dat niet moet worden ingeschreven in de bevolkingsregisters en daarom niet opgenomen is in het Rijksregister van de natuurlijke personen; deze uitzondering is echter niet van toepassing op hun familieleden of op burgerpersoneel.
  • Ik ben een Belg die in het buitenland verblijft?

    Elke Belg die in het buitenland verblijft, heeft de mogelijkheid om zich in te schrijven bij een diplomatieke of consulaire post. Door deze inschrijving wordt de betrokken persoon automatisch eveneens opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Deze inschrijving zal het voor hem bijvoorbeeld mogelijk maken om deel te kunnen nemen aan de Belgische wetgevende verkiezingen.

    In dit opzicht is het interessant om op te merken dat een Belg die nooit in België heeft gewoond en zich nooit heeft ingeschreven bij een Belgische diplomatieke of consulaire post, nooit opgenomen zal worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Ik ben een vreemde onderdaan die in België verblijft?

    De inschrijving van vreemde onderdanen in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en, bijgevolg, in het Rijksregister van de natuurlijke personen, is onderworpen aan de wetgeving betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

    Om ingeschreven te kunnen worden in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregisters, moet de vreemdeling immers toegestaan of gemachtigd zijn om meer dan drie maanden in het Rijk te verblijven, gemachtigd zijn om zich er te vestigen, of er ingeschreven zijn omwille van een andere reden in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

    Toeristen of studenten die verblijven op het grondgebied van het Rijk in het kader van bijvoorbeeld een Erasmusprogramma, zullen nooit ingeschreven worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Deze laatste kunnen echter altijd hun inschrijving vragen in de bevolkingsregisters van de gemeente waarin ze effectief verblijven.

  • Ik ben een onderdaan van de Europese Unie die in België verblijft?

    De onderdanen van de Europese Economische Ruimte, d.w.z. de onderdanen van een van de 27 Lidstaten van de Europese Unie, worden beschouwd als onderdanen van de Europese Unie, alsook de onderdanen van Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, en Zwitserland.

    Zodra een onderdaan van de Europese Unie zich aanbiedt bij het gemeentebestuur om zich te laten inschrijven in de bevolkingsregisters, meer in het bijzonder het vreemdelingenregister, zal deze tijdelijk ingeschreven worden in het wachtregister (met een bijzondere code om deze te onderscheiden van een asielzoeker) totdat een controle van woonplaats gebeurt. Als deze laatste positief is, wordt de betrokkene ingeschreven in het vreemdelingenregister. In geval van negatieve controle zal deze persoon ambtshalve afgevoerd worden van het wachtregister.

    Hij zal dus voorkomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen vanaf zijn aangifte bij de gemeente.

  • Ik ben een Europees ambtenaar?

    De ambtenaren en medewerkers van de instellingen van de Europese Unie, met name het Parlement, de Raad, de Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité, alsook hun familie, worden niet ingeschreven in de bevolkingsregisters, maar worden erin vermeld. Deze vermelding geldt als inschrijving in de bevolkingsregisters. Hun identiteit, alsook deze van hun familieleden, wordt doorgegeven aan de gemeentelijke overheden door de verschillende Europese instellingen waarvan ze afhangen.

    Niets verhindert een Europees ambtenaar echter om naar zijn gemeente te gaan om zich te laten inschrijven in de bevolkingsregisters, waarbij de vermelding geschrapt wordt en vervangen door de inschrijving in de bevolkingsregisters.

    De gegevens over deze personen worden eveneens opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, maar een speciale code maakt het mogelijk om te weten dat het gaat om een vermelding in de bevolkingsregisters en niet om een inschrijving.

    Personen die vermeld worden in de bevolkingsregisters genieten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die ingeschreven in dezelfde registers, van alle diensten die worden aangeboden door de gemeente, zowel op bestuurlijk als op sociaal, cultureel, sport- en ander niveau. De vermelding maakt het echter mogelijk om te worden vrijgesteld van de formaliteiten met betrekking tot de inschrijving als een vreemdeling die worden bepaald door de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

    Als een EU-ambtenaar in België na de beëindiging van zijn dienstverband met een instelling van de Europese Unie blijft verblijven, kan hij worden toegelaten of gemachtigd tot verblijf, in overeenstemming met de bovengenoemde wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

  • Kan men ervoor kiezen om niet opgenomen te worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Nee.

    De wetgeving met betrekking tot de bevolkingsregisters en het Rijksregister van de natuurlijke personen moet worden beschouwd als van openbare orde. Het is niet mogelijk om deze niet na te leven door bijvoorbeeld te weigeren om te worden ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar men woont en/of in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Wat als iemand spoorloos wil verdwijnen?

    Het is moeilijk ons in te beelden dat iemand in de huidige samenleving buiten de samenleving zou leven of volledig onopgemerkt zou blijven. Dit zou betekenen dat men zich niet alleen aan alle verplichtingen voor burgers zou onttrekken, maar ook, en vooral, dat men niet meer in staat zou zijn om zijn rechten te doen gelden. Het zou ook betekenen dat men niet langer zou worden vermeld in openbare databases: die van Financiën, Dienst Inschrijving der Voertuigen, mutualiteiten, banken, ...

    Dit zet ons onvermijdelijk aan om na te denken over de daklozen en thuislozen. Ongeacht of het nu op vlak is van sociale, economische, of kiesrechten, de huidige samenleving is zo georganiseerd dat het onmogelijk is om van de meest fundamentele rechten te genieten zonder zijn identiteit te bewijzen.

    Daarom heeft de wetgeving inzake bevolking in een aantal mechanismen voorzien om het voor al deze kansarme mensen mogelijk te maken om zich te laten inschrijven op referentieadressen en dit om het voor deze mensen mogelijk te maken om van al hun rechten te genieten, met name van deze waardoor ze de nodige bestaansmiddelen verkrijgen.

    Ook een andere groep van personen dient aangehaald te worden, die, op dit moment, niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters en het Rijksregister van de natuurlijke personen, hoewel ze op het grondgebied van het Rijk verblijven. Dit zijn personen die zich in een onregelmatige verblijfssituatie in het Koninkrijk bevinden, d.w.z. illegalen, een begrip waaronder niet alleen de vreemde onderdanen vallen die op Belgisch grondgebied verblijven zonder stappen te ondernemen om een verblijfsvergunning voor het Belgische grondgebied aan te vragen, maar ook andere categorieën van mensen, bijvoorbeeld vreemdelingen die geen gevolg hebben gegeven aan een uitzettingsbevel en wiens aanwezigheid toch wordt vastgesteld na de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten, vreemde niet-begeleide minderjarigen ...

  • Is men er zeker van dat alle personen die opgenomen moeten worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen, dit ook effectief zijn?

    In de mate van het mogelijke, ja.

    Het Rijksregister van de natuurlijke personen heeft immers als doel om zo veel mogelijk gegevens over natuurlijke personen te verzamelen op zo’n uitgebreid en volledig mogelijke manier, maar eveneens op zo’n correct mogelijke manier.

    Om deze doelstelling te bereiken, bestaan verschillende mechanismen die het mogelijk maken om de effectieve verblijfplaats van de burgers te controleren en het zo voor de gemachtigde overheden mogelijk temaken om de correcte naleving van de reglementering te controleren: « Wie woont waar? », Verblijft deze persoon daadwerkelijk op dit adres? », « Gaat het om een fictieve verblijfplaats om illegaal van verschillende voordelen te genieten? »…

    Het gaat er eerst en vooral om om controles van de verblijfplaats te organiseren, in toepassing van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten. Deze controles worden met name uitgevoerd door de wijkagenten, maar eveneens, in geval van betwistingen of zelfs geschillen, door de bevolkingsinspecteurs die afhangen van de verschillende regionale afvaardigingen van het Rijksregister van de natuurlijke personen in elke provincie.

    Er kunnen ook synchronisatieverrichtingen tussen verschillende bestanden georganiseerd worden.

    Zo wordt de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen regelmatig vergeleken met deze in de Kruispuntbank, waardoor het mogelijk wordt om eventuele verschillen te vinden en grondige controles uit te voeren, alsook de rechtzettingen die hieruit volgen. Andere regelmatige synchronisatieverrichtingen met verschillende bestanden, zoals deze die bijgehouden worden door de Dienst Inschrijving der Voertuigen, de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid… worden eveneens voorzien in de nabije toekomst.

Welke informatiegegevens zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Welke informatiegegevens zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    De informatiegegevens die opgenomen zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen worden opgesomd in artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Het gaat om volgende informatiegegevens:

    1. de naam en voornamen,
    2. de geboorteplaats en –datum,
    3. het geslacht,
    4. de nationaliteit,
    5. de hoofdverblijfplaats,
    6. de plaats en datum van het overlijden, of, in het geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de overschrijving van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid,
    7. het beroep,
    8. de burgerlijke staat,
    9. de samenstelling van het gezin,
    10. de vermelding van het register waarin de betrokken persoon is ingeschreven,
    11. de administratieve toestand van de in artikel 2, eerste lid, 3°, bedoelde personen, met name de asielzoekers,
    12. in voorkomend geval, het bestaan van het identiteits- en handtekeningscertificaat,
    13. de wettelijke samenwoning,
    14. de verblijfstoestand voor de vreemdelingen.

    In werkelijkheid bevatten deze informatiegegevens meer informatie. Het eerste informatiegegeven "1° naam en voornamen" bestaat bijvoorbeeld niet alleen uit achternaam en voornaam, maar ook, in voorkomend geval, uit de adellijke titel en/of het pseudoniem, alsook de informatie over de mogelijke wijziging van de naam, achternaam of adellijke titel.

    Deze verschillende "componenten" van een wettelijk informatiegegeven worden "informatietypes" of, in het kort, "IT" genoemd.

    Deze verschillende "IT" die samenhangen met wettelijke informatie worden bepaald en opgesomd in het Koninklijk Besluit van 8 januari 2006 tot vaststelling van de soorten informatie in verband met de informatie, bedoeld in artikel 3,eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inmiddels ingevuld bij de koninklijke besluiten van 22 januari 2007 en 27 januari 2008. Voor meer informatie over de "IT" wordt verwezen naar vraag nr. 1 van het 2e deel : "Wat is een IT (informatietype)?".

    Daarnaast slaat het Rijksregister van de natuurlijke personen alle wijzigingen op in de hierboven vermelde informatie. Het is immers een van de verplichtingen van het Rijksregister deze op te slaan. Merk op dat om deze veranderingen te kennen, men uitdrukkelijk gemachtigd moet worden (zie vraag nr. 4 van deel 2: "Waarin bestaan de wijzigingen die aangebracht worden aan de gegevens die zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen ?").

    De informatie wordt bewaard gedurende dertig jaar te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon.

  • Waar zoekt het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn informatie? Van waar komt deze informatie?

    De informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen vinden hun bronnen in:

    • De bevolkingsregisters en de vreemdelingenregisters die gehouden en bijgewerkt worden door de gemeentebesturen;
    • De registers die gehouden worden bij de Belgische diplomatieke en consulaire posten in het buitenland. In deze registers zijn de gegevens opgenomen van de Belgische onderdanen die niet opgenomen zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente aangezien ze in het buitenland verblijven en die beslist hebben om zich als dusdanig in te schrijven bij een diplomatieke of consulaire post;
    • De wachtregisters betreffende de asielzoekers, waarvoor de Dienst Vreemdelingenzaken een algemene bevoegdheid heeft betreffende de bijwerking van de informatiegegevens.
  • Wat is de waarde van de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Aangezien het Rijksregister van de natuurlijke personen de authentieke bron is, moet dit geraadpleegd worden voor de identificatiegegevens.

    In toepassing van artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, gelden de informatiegegevens die in het Rijksregister worden opgenomen en bewaard tot bewijs van het tegendeel.

    Deze informatiegegevens kunnen geldig gebruikt worden ter vervanging van de informatie in het bevolkingsregister : een elektronisch uittreksel uit het Rijksregister van de natuurlijke personen verkregen via de toepassing « Mijndossier » heeft dezelfde waarde als een papieren uittreksel dat uitgereikt werd door de gemeentelijke overheden vanuit de bevolkingsregisters.

  • Kan de informatie over mijn gezondheid op een dag ook opgenomen worden door het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Artikel 22 van de Grondwet bepaalt het volgende: « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald ».

    De keuze van de informatiegegevens die opgenomen worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen hangt bovendien af van de exclusieve bevoegdheid van de federale wetgever, d.w.z. onze politieke vertegenwoordigers die zetelen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.

    Medische gegevens zijn bijzonder gevoelige gegevens waarvan de verwerking strikt gereglementeerd is, met name door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

    In principe belet echter niets de wetgever op een dag besluiten om dergelijke informatie te registreren.

    In het verleden hebben sommige afgevaardigden en senatoren al voorgesteld geen medische gegevens op te nemen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, maar de elektronische identiteitskaart te gebruiken als toegangssleutel tot een medische databank. Deze wetsvoorstellen voorzagen er met name in dat het aan de die burgers was te bepalen welke van hun eigen gegevens zij beschikbaar wensten te stellen in deze medische databank, bijvoorbeeld hun bloedgroep, allergieën, diabetes, bepaalde ziekten… Alleen medische diensten, zoals hulpdiensten, zouden toegang hebben tot deze database via de elektronische identiteitskaarten, die van de arts voor toegang tot de database, en die van de patiënt om zijn eventuele medische gegevens vast te leggen.

    Deze wetsvoorstellen, bijvoorbeeld dit om de bloedgroep rechtstreeks op de identiteitskaart te vermelden, zijn echter nooit geslaagd, gezien het advies nr. 13/2005 dat op 7 september 2005 geformuleerd werd door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, die zeer kritisch stond tegenover deze wetsvoorstellen.

    De wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer reglementeert de opneming en het gebruik van deze gevoelige gegevens immers veel strenger dan andere persoonsgegevens: het is dus in principe verboden om gegevens die als gevoelig beschouwd worden, met inbegrip van medische gegevens, te verzamelen, op te nemen of om de mededeling ervan te verzoeken. Dit verbod is onderworpen aan strafrechtelijke sancties.

    Deze gevoelige gegevens mogen slechts in zeer specifieke gevallen worden verwerkt, na verkrijging van de schriftelijke toestemming van de betrokkene (behalve indien de verantwoordelijke voor de verwerking de werkgever van de betrokkene is of indien de betrokken persoon zich ten aanzien van de verantwoordelijke voor de verwerking in een afhankelijke positie bevindt, wat hem belet vrij zijn toestemming te verlenen).

    Deze gegevens kunnen ook worden verwerkt in het kader van zorgverlening of indien dit op grond van de arbeidswetgeving of in het kader van een wetenschappelijke studie nodig blijkt te zijn.

    Zo worden mutualiteiten bijvoorbeeld gemachtigd om medische gegevens over hun leden op te nemen, of toch als zij deze gegevens niet doorgeven zonder de toestemming van de betrokken personen.

    Een ander voorbeeld: een universitaire onderzoeksgroep mag, na het verkrijgen van alle benodigde vergunningen, met name van het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid, medische gegevens verzamelen en opslaan in een studie naar de doeltreffendheid van bepaalde behandelingen om bijzondere ziekten te behandelen.

    Maar hoe zit het met het Rijksregister van de natuurlijke personen? Op het eerste gezicht valt het niet onder de opdrachten die eraan worden toevertrouwd, om medische gegevens op te nemen. Dit zijn namelijk geen identificatiegegevens in de strikte zin van het woord, noch gegevens die de lokalisatie van burgers mogelijk maken.

    Als de wetgever echter zou beslissen om dergelijke gegevens op te nemen, zouden deze toch van bijzondere bescherming genieten die wordt gegarandeerd door wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zowel in de toegang ertoe als de mededeling ervan.

    Het gaat hier eigenlijk om een sociale kwestie waarin het parlementaire debat voluit haar rol moet spelen als bewaker van de democratie en de beschermer van de privacy.

  • Bestaat het risico dat mijn politieke of religieuze overtuigingen of mijn seksuele geaardheid op een dag eveneens opgenomen worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    In navolging van vorige vraag over medische gegevens, belet in principe niets de wetgever op een dag besluiten om in het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens over politieke, religieuze of filosofische overtuigingen of seksuele geaardheid te registreren.

    Artikel 22 van de Grondwet bepaalt het volgende: "Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven", maar bepaalt nader "behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald".

    De keuze van de informatiegegevens die opgenomen worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen hangt dus af van de exclusieve bevoegdheid van de federale wetgever, d.w.z. onze politieke vertegenwoordigers die zetelen in de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

    Er bestaat echter een hele reeks mechanismen om de privacy van de burgers te beschermen, waarvan de eerste en niet de minste de Grondwet is. Deze garandeert bijvoorbeeld zelf de vrijheid van godsdienst en bepaalt in artikel 11 het volgende: "Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden. Te dien einde waarborgen de wet en het decreet inzonderheid de rechten en vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden.".

    Net als voor de medische gegevens, reglementeert de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zeer strikt de opneming en het gebruik van gevoelige gegevens.

    Het is in principe verboden om gegevens die als gevoelig beschouwd worden, te verzamelen, op te nemen of om de mededeling ervan te verzoeken. Dit verbod is onderworpen aan strafrechtelijke sancties. Als gevoelige gegevens worden alle gegevens beschouwd die betrekking hebben op ras, politieke opvattingen, godsdienstige of filosofische overtuigingen, seksuele geaardheid, alsook, zoals we al hebben gezegd, gegevens over de gezondheid, maar ook over lidmaatschap van een vakbond of over administratieve of strafrechtelijke verdenkingen, vervolgingen of veroordelingen.

    Deze gevoelige gegevens mogen enkel worden verwerkt in sommige zeer specifieke gevallen, met name na de schriftelijke toestemming van de betrokkene, met uitzondering van gerechtelijke gegevens.

    Zoals voor medische gegevens, zal zelfs de toestemming van de persoon het verwerken van de gegevens niet toelaatbaar maken als de verantwoordelijke voor de verwerking de werkgever van de betrokkene is of indien de betrokken persoon zich ten aanzien van de verantwoordelijke voor de verwerking in een afhankelijke positie bevindt, wat hem belet vrij zijn toestemming te verlenen (behalve indien de betrokken persoon voordeel kan halen uit de bewerking van zijn gegevens).

    Deze gevoelige gegevens mogen ook worden verwerkt als dit specifiek vereist is door de arbeidswetgeving.

    Hetzelfde geldt voor de gegevens die vrijwillig openbaar werden gemaakt door de betrokkene. Het zou bijvoorbeeld moeilijk zijn voor een politicus om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in te roepen ten opzichte van zijn lidmaatschap van een bepaalde partij.

    Bovendien mogen de gegevens over politieke voorkeur, vakbondslidmaatschap, religieuze overtuiging, ... respectievelijk door de politieke partijen, vakbonden, religieuze organisaties, ... worden behandeld als deze organismen dergelijke gegevens niet meedelen zonder de toestemming van de betrokken personen.

    Gerechtelijke gegevens mogen enkel worden verwerkt door een openbare instantie voor zover dit noodzakelijk is voor de vervulling van de taken ervan, door een advocaat voor de verdediging van zijn cliënt, door iedere persoon om zijn eigen geschil te regelen of als de verwerking ervan noodzakelijk is voor wettelijk vastgelegde doeleinden.

    En niet te vergeten moet natuurlijk in ieder geval voldaan worden aan de bepalingen van de wet op de bescherming van de privacy, zowel met betrekking tot de nagestreefde doelstellingen, de modaliteiten van toegang tot deze gegevens, de verplichting om de betrokken personen op de hoogte te brengen...

    Er moet natuurlijk ook verwezen worden naar de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 mei 2007, die discriminatie verbiedt op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, rijkdom, religieuze of filosofische overtuiging, politieke overtuiging, taal, de huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.

    In het licht van het voorgaande is het nauwelijks denkbaar, zonder vooruit te lopen op de toekomstige bedoelingen van de wetgever, dat het Rijksregister van de natuurlijke personen ooit informatie zou moeten opnemen over ras, politieke opvattingen, godsdienstige of filosofische overtuigingen, lidmaatschap van een vakbond, gezondheid, leven en seksuele geaardheid, administratieve of strafrechtelijke verdenkingen, vervolgingen of veroordelingen..., aangezien deze gegevens inderdaad geen identificatiegegevens zijn in de strikte zin van het woord, noch gegevens waardoor burgers gelokaliseerd kunnen worden.

    Als de wetgever echter zou beslissen om dergelijke gegevens op te nemen, zouden deze toch van de bijzondere bescherming genieten die wordt gegarandeerd door wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zowel in de toegang ertoe als de mededeling ervan.

    Net als voor medische gegevens, is de opneming van dergelijke gegevens een echt maatschappelijk probleem waarvan de uitwerkingen meervoudig zijn en waarin soms tegenstrijdige belangen meespelen, waarin het parlementaire debat het parlementaire debat voluit haar rol moet spelen als bewaker van de democratie en de beschermer van de privacy.

  • Wat zal er met mijn gegevens gebeuren na mijn overlijden?

    Het elektronische dossier wordt na de datum van overlijden dertig jaar bewaard bij het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Kan mijn pseudoniem opgenomen worden in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Het pseudoniem is onafhankelijk van de voor- en achternaam. Het wordt meestal aangenomen door kunstenaars.

    U kunt aan het gemeentebestuur vragen om het pseudoniem of alias op te nemen, voor zover deze naam algemeen en/of permanent gebruikt wordt. De gemeente blijft vrij om de gegrondheid van deze aanvraag te beoordelen.

    Als de gemeente positief antwoordt op het verzoek, zal het pseudoniem worden geregistreerd in het bevolkingsregister en het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Wordt een adellijke titel opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    De adellijke titel is een eervolle vermelding die gaat over de naam en die deel uitmaakt van de officiële aanwijzing van een persoon. De adellijke titel wordt automatisch opgenomen in de bevolkingsregisters, alsook in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Wat moet ik doen als ik verhuis: moet ik de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen verwittigen?

    Nee. In geval van adreswijziging, moet u de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen niet waarschuwen.

    U moet daarentegen de adreswijziging aangeven bij het gemeentebestuur waarbij u bent ingeschreven, als het gaat om een verhuis op het grondgebied van dezelfde gemeente, of bij het gemeentebestuur van de gemeente van aankomst waar u zich vestigt, als het om een andere gemeente gaat.

    In dit laatste geval wordt de gemeente van beheer (d.w.z. de gemeente van vertrek), eens deze verklaring is afgelegd bij de gemeente van aankomst, op de hoogte gebracht dat een van zijn inwoners zich in deze andere gemeente heeft gevestigd. Naar aanleiding van de verklaring van adreswijziging, zal de gemeentelijke overheid een onderzoek van de woonplaats instellen om de juistheid van de verklaring te controleren.

    De adreswijziging in het bevolkingsregister zal automatisch worden ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen (het dient te worden opgemerkt dat de verklaring van adreswijziging eveneens zal worden opgeslagen in het Rijksregister van de natuurlijke personen).

    Om deze administratieve stap te vergemakkelijken, hebben de diensten van het Rijksregister te een speciale toepassing ontwikkeld die de burger helpt zijn verhuis te melden bij de betrokken gemeentelijke overheden. Deze toepassing, genaamd "Declar" is beschikbaar via de toepassing "Mijndossier." Deze is momenteel echter nog in ontwerp en is operationeel in een aantal pilootgemeenten. Ze wordt wel verder ontwikkeld (u mag natuurlijk informatie inwinnen bij uw gemeente).

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/fouten-melden/

    In dit verband moet worden opgemerkt dat sommige gemeenten ook hun eigen softwaretoepassing hebben ontwikkeld om de verklaring van adreswijziging mogelijk te maken. In dit geval vermeldt de toepassing "Mijndossier" een link naar de toepassingen van deze gemeenten.

  • Wat als ik verhuis naar het buitenland?

    Het feit dat men naar het buitenland vertrekt heeft niet als gevolg dat men afgevoerd wordt van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Krachtens de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de wet van 26 juni 2002 inzake consulaire bevolkingsregisters, wordt, wanneer een inwoner zijn nieuwe adres in het buitenland vermeldt bij de aangifte van zijn vertrek naar het buitenland bij de gemeentelijke bevolkingsdienst, dit adres ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen en zal zijn verblijf in het buitenland later worden bijgewerkt door de diplomatieke post, op voorwaarde dat hij zich laat inschrijven bij voornoemde diplomatieke of consulaire post in de consulaire registers.

    De aandacht moet ook gevestigd worden op het feit dat deze procedure alleen geldt voor Belgen die hun vertrek naar het buitenland aangeven.

    Dus als ik vertrek zonder een adres na te laten, zal ik worden afgevoerd van de bevolkingsregisters, en dus ook van het Rijksregister van de natuurlijke personen.

  • Waarom is het nuttig om mijn beroep op te nemen?

    Tussen de informatiegegevens die zijn opgenomen in het Rijksregister van natuurlijke personen, zit de vermelding van het beroep. Deze verklaring heeft alleen betrekking op het hoofdberoep, zonder verdere details, bijvoorbeeld een specialiteit of een indicatie van de werkgever.

    Wanneer het echter om een vrij beroep gaat, waarvan de titel bij wet beschermd is, zal de ambtenaar van de gemeentedienst van de aangever een officieel document eisen dat bewijst dat hij dit beroep uitoefent.

    In veel adviezen hebben de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het Sectoraal comité van het Rijksregister aangegeven dat ze vonden dat de informatie met betrekking tot het beroep onbetrouwbaar was omdat de gemeentelijke diensten materieel niet in staat waren om de informatie te controleren en, indien van toepassing, deze bij te werken.

    Deze informatie is echter nuttig.

    Zo bepaalt artikel 95, § 4, van het Kieswetboek een aantal mensen die deel kunnen uitmaken van een stem- of stemopnemingsbureau, welke bepaling op het beroep gebaseerd is. Het gaat om bepaalde vrije beroepen, zoals notarissen en advocaten, maar ook om bepaalde leden van de rechterlijke macht of van federale, gemeenschaps- en gewestelijke, provinciale en gemeentelijke openbare instellingen, evenals onderwijzend personeel.

    Er wordt ook aan de bevoegde overheidsdiensten gevraagd om een lijst van hun personeel, met inbegrip van hun beroep, mee te delen aan de gemeentelijke overheden waar deze personen verblijven.

    Informatie met betrekking tot het beroep kan ook interessant zijn in het kader van bepaalde wetenschappelijke onderzoeken of statistieken.

    Daarom hebben de diensten van het Rijksregister, om de opname van deze informatie te vergemakkelijken en de betrouwbaarheid en relevantie ervan te verhogen, een vereenvoudigde lijst van de verschillende beroepen opgesteld, in de vorm van codes. Het doel is om de aanmaak mogelijk te maken van een samenvattend kader waarin burgers eenvoudig een beroepscategorie kunnen kiezen die overeenkomt met de functie die zij effectief uitoefenen.

  • Hoe wordt men referentiepersoon, vroeger “gezinshoofd” genoemd?

    De informatie over de gezinssamenstelling heeft twee aspecten: de referentiepersoon, voorheen bekend als "gezinshoofd" en de leden van het huishouden.

    Wanneer een persoon alleen leeft, zal deze automatisch worden beschouwd als het hoofd gezinshoofd.

    Wanneer het huishouden bestaat uit meerdere personen, zal slechts een van hen worden beschouwd als referentiepersoon. Er bestaat geen bijzondere regel voor de aanwijzing van de referentiepersoon, behalve de logica en het gezond verstand. De referentiepersoon is echter meestal een van de echtgenoten of partners, of een (van de twee) ouder(s), of de persoon die het recht op verschillende vergoedingen opent.

    Het feit dat men wordt aangewezen als de referentiepersoon van een huishouden brengt geen voordelen met zich mee.

    Wat de referentiepersoon betreft, bevat de informatie de lijst van personen die deel uitmaken van zijn huishouden, terwijl bij de andere leden van het huishouden, alleen de referentiepersoon wordt vermeld.

  • Wordt de overeenkomst tot wettelijke samenwoning opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Ja.

    De informatie over het bestaan van een overeenkomst tot wettelijke samenwoning blijkt immers erg nuttig te zijn voor bepaalde instanties, zoals de notarissen of de OCMW's.

    Ter herinnering, de wettelijke samenwoning werd ingevoerd in het Burgerlijk Wetboek bij de wet van 23 november 1998. Onder wettelijke samenwoning verstaat men een toestand van samenleven van twee personen. De wettelijke samenwoning verandert in tegenstelling tot het huwelijk niet de burgerlijke staat van de personen. Ze brengt echter rechten en plichten met zich mee voor de samenwonende personen, welke invloeden inroepbaar zijn tegen derden.

    Krachtens artikel 1477 van het Burgerlijk Wetboek, dat verwijst naar artikel 215 van hetzelfde wetboek over de uitwerkingen van het huwelijk, is het akkoord van de wettelijk samenwonende partner vereist bij de aankoop of de hypotheek van de "gezinswoning", zelfs als het goed de eigendom is van de andere partner, en vereist deze opname van een akkoord van de twee partners in de authentieke akte die opgemaakt zal worden door de notaris. In dit geval is het interessant voor de notarissen om te weten of de eigenaar van een familiewoning al dan niet gebonden is door een overeenkomst tot wettelijke samenwoning.

    De informatie over wettelijke samenwoning blijkt eveneens nodig in het kader van de toepassing van verschillende andere wetgevingen, zoals deze over het werk van gastarbeiders, de hele wetgeving over de sociale zekerheid…

  • Wat omvat het informatiegegeven over de verblijfssituatie van vreemdelingen?

    Dit informatiegegeven heeft alleen betrekking op buitenlanders die in een Belgische gemeente wonen en daarom ingeschreven moeten worden in het vreemdelingenregister, hetzij in het wachtregister.

    Dit informatiegegeven kan verschillende gegevens bevatten over:

    • de beroepskaart die wordt afgegeven aan elke vreemdeling die in België een zelfstandige winstgevende activiteit uitoefent, hoewel bepaalde categorieën van vreemdelingen, zoals de onderdanen van een land van de Europese Unie, ervan worden vrijgesteld;
    • de werkvergunning, die wordt afgegeven aan vreemdelingen uit een land buiten de Europese Unie die in België een beroepsactiviteit als werknemer uitoefenen;
    • de kaarten en identiteitsdocumenten;
    • de reden voor het verblijf en, in het geval van gezinshereniging, het identificatienummer van de persoon die het recht op gezinshereniging opent.

    Dit 14e wettelijke informatiegegeven werd toegevoegd aan de andere wettelijke informatiegegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen om bepaalde gegevens over vreemdelingen ter beschikking te stellen van de partners van het project LIMOSA.

    Dit project LIMOSA, dat een betere controle van het gebruik van buitenlandse arbeidskrachten en de strijd tegen sociale fraude mogelijk maakt, heeft als doel elke vreemde werknemer, freelancer of student/stagiair in te schrijven die tijdelijk of deeltijds prestaties zou leveren in België. In het kader van dit project werd een webapplicatie ontworpen om de vereiste verklaring te doen voordat de vreemdelingen aan het werk worden gezet, d.i. de hierboven vermelde verklaring, genaamd "LIMOSA".

    Dit 14e wettelijke informatiegegeven is ook nuttig gebleken voor andere openbare diensten, met name de regionale Inspectiediensten belast met de toepassing van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Wie heeft toegang tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen ?

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wie heeft toegang tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen ?

    De burger, voor zijn eigen gegevens.

    Een zeker aantal overheden, organismen en expliciet gemachtigde personen (zie vraag « Welke overheden, organismen of personen mogen mijn gegevens raadplegen? » hieronder).

  • Hoe kan ik mijn eigen gegevens raadplegen die opgenomen zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Elke burger heeft het recht om alle informatie over zichzelf in het Rijksregister van de natuurlijke personen, te raadplegen. het gaat om de uitoefening van een grondwettelijk recht; artikel 32 van de Grondwet bepaalt immers het volgende: "Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen".

    Drie koninklijke besluiten regelen de instelling van dit grondwettelijke recht tot raadpleging en rechzetting van de eigen gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen:

    • het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de uitoefening van het recht op toegang en verbetering door de personen ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
    • het koninklijk besluit van 5 juni 2004 tot vaststelling van het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
    • het koninklijk besluit van 13 februari 2005 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en van het stelsel van het recht tot kennisname van de overheden, instellingen en personen die de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt.

    Het recht op raadpleging kan dus uitgeoefend worden door naar het gemeentebestuur te gaan. De raadpleging van de eigen gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen is echter veel eenvoudiger via internet, door zich met de elektronische identiteitskaart te verbinden met de toepassing « Mijndossier »:

    https://www.mijndossier.rrn.fgov.be

    Door zich verbinding te maken met de toepassing "Mijndossier", krijgt de burger rechtstreeks toegang tot zijn persoonlijke dossier en kan hij bijvoorbeeld uittreksels uit het Rijksregister van de natuurlijke personen afdrukken.

    Op grond van artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, gelden deze informatiegegevens tot bewijs van het tegendeel en kunnen ze rechtsgeldig gebruikt worden ter vervanging van de uittreksels uit de bevolkingsregisters: ze hebben dezelfde juridische status als papieren documenten die door de gemeentebesturen worden uitgereikt.

    De toepassing "Mijndossier" maakt het ook mogelijk voor de burgers om kennis te nemen van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het bevolkingsregister of het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven (het gaat bijvoorbeeld om de politiediensten of de inspectiediensten van de RVA), alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.

  • Wat is « Mijndossier » ?

    Overeenkomstig met artikel 6, § 3, van de wet betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, heeft elke houder van een elektronische identiteitskaart, met behulp van zijn elektronische identiteitskaart, het recht op:

    • inzage van de hem betreffende informatiegegevens die zijn opgenomen in het bevolkingsregister of in het Rijksregister van de natuurlijke personen,
    • verbetering van deze gegevens welke niet op nauwkeurige, volledige en juiste wijze zijn opgenomen,
    • kennisname van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het bevolkingsregister of het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven, alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.

    Wanneer het nodig is om de rechtzetting te vragen van gegevens die onjuist of onvolledig blijken te zijn zijn, dan is dit mogelijk via de toepassing "DECLAR / fouten melden", beschikbaar op het volgende adres:

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/fouten-melden/

    Concreet wordt de burger, wanneer hij verbinding maakt met de toepassing "Mijndossier", verzocht om zijn identiteitskaart in de lezer te steken en het certificaat te kiezen dat moet worden gebruikt om de verbinding te beveiligen.

    De elektronische identiteitskaart van elke burger beschikt immers over twee certificaten: een authenticatiecertificaat dat bevestigt dat het wel degelijk de burger en geen andere persoon is die de transactie uitvoert, en het handtekeningcertificaat dat voor elke burger gelijk is aan het digitale equivalent van zijn handtekening (een digitaal document ondertekend met dit certificaat heeft dezelfde juridische waarde als een handmatig ondertekend papieren document ).

    Om ervoor te zorgen dat niemand anders dan de burger deze certificaten kan gebruiken in zijn plaats, wordt hem telkens gevraagd om zijn pincode in te voeren, aangezien de toepassing "Mijndossier" geen uitzondering maakt op deze regel.

    Eenmaal verbonden met de toepassing "MijnDossier", zal de burger in het hoofddeel van het venster zijn gegevens zien verschijnen en links een menu waarmee hij toegang krijgt tot meer nauwkeurige gegevens. Door te kiezen voor de functie "Transacties" in dit menu, kan de burger sommige of al zijn gegevens (samenstelling van het gezin, getuigschrift van verblijf...) downloaden en afdrukken. Dit document, dat beveiligd en gewaarmerkt wordt door het Rijksregister van de natuurlijke personen, heeft, zoals hierboven vermeld, dezelfde juridische waarde als het papieren document dat wordt uitgereikt door het gemeentebestuur.

    Merk op dat via de toepassing "MijnDossier", niet enkel de veertien wettelijke informatiegegevens beschikbaar zijn, maar ook andere informatie die is opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen op grond van artikel 3, paragraaf 3, van de wet van 8 augustus 1983, d.w.z. andere gegevens die zijn opgenomen door de diensten van het Rijksregister op verzoek van de gemeenten.

  • Wat moet ik doen als ik vaststel dat mijn gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen fout of onvolledig zijn?

    Als een burger vaststelt dat zijn gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen fout of onvolledig zijn, moet hij contact opnemen met zijn gemeente om deze fouten te melden. De burger moet dus naar zijn gemeentebestuur gaan, de fout melden via de post of per e-mail.

    Om deze stap te vergemakkelijken, hebben de diensten van et Rijksregister een bijzondere toepassing ter beschikking van het publiek gesteld, die het mogelijk maakt om de vastgestelde fouten te melden. Het gaat om de toepassing « Declar / Fouten melden », die beschikbaar is op volgend adres (toepassing « MijnDossier »):

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/fouten-melden/

    Deze toepassing maakt het ook mogelijk voor de burgers om eventuele verschillen te melden die kunnen bestaan tussen de gegevens in het elektronisch dossier in het Rijksregister van de natuurlijke personen en in de bevolkingsregisters of in de registers die door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken worden bewaard in de Belgische diplomatieke of consulaire posten in het buitenland.

    Als dergelijke verschillen of fouten moeten worden gemeld, komt het Rijksregister van de natuurlijke personen immers tussen als tussenpersoon bij de betrokken gemeenten of de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken om hen te informeren en moeten deze overheden de nodige controles uitvoeren op basis van de bewijsstukken waarover zijzelf beschikken of die hun door de burger worden gegeven.

    De declarant wordt automatisch via e-mail op de hoogte gehouden over het gevolg dat aan zijn verzoek wordt gegeven.

  • Mag ik de gegevens over mijn familieleden raadplegen?

    Alleen wettelijke vertegenwoordigers krijgen toegang tot de gegevens van de mensen die zij vertegenwoordigen. Ouders kunnen dus de gegevens met betrekking tot hun kinderen bekijken, tot hun meerderjarigheid.

    Dit geldt ook voor de vertegenwoordigers van onbekwame personen.

    Het is daarentegen niet mogelijk om de gegevens van andere familieleden te zien, ongeacht de graad van verwantschap.

    De wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen regelt immers op zeer strikte en restrictieve wijze de toegang tot de gegevens die zijn opgeslagen in het Rijksregister van de natuurlijke personen en alleen de overheden, instanties en personen die specifiek gemachtigd zijn, hetzij door de wet, de Koning of het Sectoraal Comité van het Rijksregister, mogen er toegang toe krijgen of deze meegedeeld krijgen, en dit enkel in het kader van de specifieke doeleinden waarvoor ze werden gemachtigd.

  • Mag ik de gegevens van derden raadplegen ?

    Nee. Het is niet mogelijk om gegevens van derden te raadplegen.

    De wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen regelt immers op zeer strikte en restrictieve wijze de toegang tot de gegevens die zijn opgeslagen in het Rijksregister van de natuurlijke personen en alleen de overheden, instanties en personen die specifiek gemachtigd zijn, hetzij door de wet, de Koning of het Sectoraal Comité van het Rijksregister, mogen er toegang toe krijgen of deze meegedeeld krijgen, en dit enkel in het kader van de specifieke doeleinden waarvoor ze werden gemachtigd.

    Daarom kan een individu de gegevens van zijn buurvrouw niet raadplegen, ook al is het zijn lovenswaardige bedoeling om haar te verrassen met bloemen voor haar verjaardag.

  • Een vroegere buurman moet me nog veel geld of heeft me de dvd’s die ik hem heb uitgeleend niet teruggegeven, maar hij is verhuisd. Mag ik zijn nieuw adres vragen aan het Rijksregister van de natuurlijke personen?

    Nee. Het is niet mogelijk om gegevens van derden te raadplegen.

    De wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen regelt immers op zeer strikte en restrictieve wijze de toegang tot de gegevens die zijn opgeslagen in het Rijksregister van de natuurlijke personen en alleen de overheden, instanties en personen die specifiek gemachtigd zijn, hetzij door de wet, de Koning of het Sectoraal comité van het Rijksregister, mogen er toegang toe krijgen of deze meegedeeld krijgen, en dit enkel in het kader van de specifieke doeleinden waarvoor ze werden gemachtigd.

    Daarom kan een individu de gegevens van zijn vroegere buurman niet raadplegen of de diensten van het Rijksregister verzoeken om hem deze mee te delen. In dit geval moet de benadeelde burger naar de rechter stappen of zijn dvd-collectie op eigen kosten terug aanvullen.

  • Mag ik een beroep doen op het Rijksregister om een familiereünie of een bijeenkomst van alumni te organiseren?

    In de huidige toestand van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, mag een individu geen gegevens uit het Rijksregister van de natuurlijke personen raadplegen, tenzij dit uitdrukkelijk werd toegestaan in het kader van een doeleinde voorzien door of krachtens de wet of een algemeen belang.

    Het is dus niet mogelijk om de diensten van het Rijksregister te vragen om de mededeling van het adres van alumni of familieleden om bijvoorbeeld om een bijeenkomst of familiereünie te organiseren.

    Een school die over de bijgewerkte adressen van alumni zou beschikken mag deze, volgens de beginselen van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ook niet meedelen aan degenen die graag een bijeenkomst willen organiseren, tenzij de genoemde leerlingen uitdrukkelijk hun toestemming geven. In dit geval zou wel worden toegestaan dat de school een brief stuurt aan de alumni om hen op de hoogte te brengen van het initiatief van de organisator van de reünie. In dit geval wordt de privacy van de alumnus gerespecteerd.

    Omdat ze regelmatig wordt benaderd door burgers die een adres willen krijgen omdat ze op zoek zijn naar een familielid, een vergadering, een gedenkteken, ..., heeft de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer op 27 mei 2009 een aanbeveling geformuleerd, namelijk aanbeveling nr. 02/2009, waarbij zij de tussenkomst van het Rijksregister van de natuurlijke personen toestaat als tussenpersoon om de lokalisering van personen mogelijk te maken, "om sociale of humanitaire redenen ".

    De aanvraag moet dus gericht worden tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, met name de afdeling Externe Betrekkingen , Park Atrium, Koloniënstraat 11, 1000 Brussel, met vermelding van de redenen voor de zoektocht naar de adressen en waarbij ten minste de volledige naam en het laatst gekende adres van de gezochte persoon en, indien mogelijk, de datum of het geboortejaar worden gevraagd. De diensten van het Rijksregister zullen dan, met een standaardbrief, contact opnemen met de betrokken personen, aan wie zal worden verduidelijkt wie contact met hen probeert op te nemen en waarom. De ontvanger is dan vrij om al dan niet gevolg te geven aan dit bericht.

    Er moet echter aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat u kunt gebruik maken van deze procedure voor onrechtstreekse mededeling van adressen. De aanvrager mag geen toestemming hebben tot toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen of de bevolkingsregisters en de zoektocht naar een adres moet worden beperkt tot de lokalisering van personen voor sociale of humanitaire doeleinden. Zoektochten voor commerciële doeleinden zijn volledig uitgesloten.

    Het is aan de aanvragers om de kosten van de zoektocht te betalen.

  • Welke overheden, organismen of personen mogen mijn gegevens raadplegen?

    Alleen de autoriteiten, instanties en personen die specifiek gemachtigd zijn door de wet, de Koning of het Sectoraal comité van het Rijksregister kunnen mijn gegevens raadplegen die zijn opgeslagen in het Rijksregister van de natuurlijke personen of deze meegedeeld krijgen (zie vraag nr. 3 van het 3 e deel: "Wie kan toegang krijgen tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen, deze meegedeeld krijgen of het identificatienummer gebruiken? ").

    De raadpleging moet ook gebeuren in het kader van de specifieke doeleinden waarvoor de machtiging tot toegang of mededeling werd gegeven (zie vraag nr. 4 van het 3e deel: "Hoe kan men een aanvraag tot toegang rechtvaardigen? Welke doelstellingen kunnen de toegang tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen, de raadpleging ervan of het gebruik van het identificatienummer rechtvaardigen? ").

    De lijst van deze machtigingen, of deze nu werden toegekend door de wet, bij koninklijk besluit, door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of het Sectoraal comité van het Rijksregister, is beschikbaar op het volgende adres:

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/toegang-tot-het-rijksregister/

    Op de website van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is ook de lijst beschikbaar met de machtigingen tot toegang of mededeling (maar alleen deze toegekend door de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het Sectoraal comité van het Rijksregister vanaf 1 januari 2004):

    http://www.privacycommission.be/nl/machtigingen-rr

  • Welke veiligheidsmaatregelen werden genomen om te vermijden dat mijn gegevens geraadpleegd zouden worden door personen die niet gemachtigd zijn ?

    Vergeet niet dat het recht op respect van de privacy vastgelegd werd in artikel 22 van de Grondwet!

    Volgens de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kunnen de maatregelen om de veiligheid van persoonlijke gegevens getoetst worden aan de volgende zeven kenmerken:

    • vertrouwelijkheid: alleen bevoegde personen hebben toegang tot de informatie,
    • Integriteit: de gegevens moeten niet worden gewijzigd,
    • beschikbaarheid: beschikbaarheid van de gegevens die toegankelijk moeten zijn voor de personen die gemachtigd zijn om ze te verwerken en ze moeten altijd gebruikt kunnen worden,
    • verantwoording: het moet mogelijk zijn de auteur van de gegevens te identificeren, zowel als de persoon die ze behandelt,
    • niet-afwijzing: met moet kunnen aantonen dat de gegevens zijn verwerkt, zonder dat het mogelijk is om later ontkennen,
    • authenticiteit: men moet kunnen aantonen dat de gegevens betrekking hebben op een bepaalde persoon en niet op een andere,
    • betrouwbaarheid: de gegevens moeten kunnen worden gebruikt, wat betekent dat ze volledig en accuraat moeten zijn.

    De genomen maatregelen om een maximale veiligheid te garanderen van de informatie gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen, zijn talrijk en van uiteenlopende aard: wet- en regelgeving, logistiek, administratief en zelfs strafrechtelijk van aard.

    ⇒ Verzameling, opneming en bewaring van de gegevens.

    Zowel de verzameling als de bewaring van de gegevens worden bij wet geregeld. De wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, maar eveneens de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en alle besluiten die genomen werden in uitvoering van deze twee wetten, regelen alle aspecten van de verzameling, de opneming en de bewaring van de gegevens.

    Wat de bevolkingsregisters betreft, die de belangrijkste bron zijn van de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen, worden bijvoorbeeld inspecties uitgevoerd in de gemeenten door bevolkingsinspecteurs. Deze controleren met name de kwaliteit van de gegevens en de overeenstemming tussen de genoemde bevolkingsregisters en het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Om de kwaliteit van de gegevens die zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen te waarborgen, moet een permanente synchronisatie worden uitgevoerd met de bevolkingsregisters.

    Andere synchronisatiebewerkingen worden eveneens uitgevoerd. Zo wordt de informatie in het Rijksregister van de natuurlijke personen regelmatig vergeleken met deze in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, waardoor het mogelijk wordt om eventuele verschillen te vinden tussen deze twee databanken, alsook om de nodige rechtzettingen uit te voeren.

    Daarnaast zijn logistieke maatregelen genomen om de fysieke beveiliging van de gegevens te garanderen. Zo worden de computers die de centrale databank van het Rijksregister van de natuurlijke personen vormen, in zeer goed beveiligde informaticazalen geïnstalleerd, waarin de toegang strikt beperkt is en gecontroleerd wordt. Er zijn ook kopieën die op andere beveiligde sites worden opgeslagen en een back-up centrum in Vilvoorde. Het gaat om een soort van "dubbel" Rijksregister van de natuurlijke personen waarvan de toegang wordt beperkt tot enkele informatici van het Rijksregister.

    ⇒ Beheer van toegang en raadpleging van de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Zowel voornoemde wet van 8 augustus 1983 als de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens bevatten tal van bepalingen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, door de toegang tot deze gegevens aan zeer strikte regels te onderwerpen. Dezelfde wetten regelen ook het toegangsrecht en het recht op rechtzetting door de natuurlijke personen van de persoonlijke informatie die hen betreft.

    Alleen de overheden, instellingen en personen die gemachtigd zijn, mogen toegang krijgen tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen of deze raadplegen. Deze toegang en raadplegingen worden streng gecontroleerd door de diensten van het Rijksregister en er worden maatregelen genomen om te voorkomen dat niet-gemachtigde personen toegang krijgen. De personeelsleden van de gemachtigde instanties moeten zich authenticeren, hetzij via hun elektronische identiteitskaart, hetzij via wachtwoorden of specifieke toegangscodes voordat ze toegang krijgen tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen.

    De lijst van personen die gemachtigd zijn om toegang te krijgen tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, alsmede de identiteit van de overheden of organisaties waarvoor zij werken, moeten te allen tijde bijgewerkt worden en beschikbaar zijn.

    Daarnaast bestaat er een opslagsysteem voor de raadplegingen, ook wel "logging" genoemd, niet alleen voor de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen, maar ook voor elke gebruiker. Zo moet hij kunnen terugvinden wie welke informatie over die persoon heeft geraadpleegd, wanneer en waarom, en over een periode van 10 jaar.

    Het is juist dit opslagsysteem dat het voor elke burger mogelijk maakt om, dankzij de elektronische identiteitskaart en door de toepassing van "MijnDossier", kennis te nemen van de overheden, organismen en personen zijn gegevens gedurende de afgelopen zes maanden hebben geraadpleegd en/of bijgewerkt.

    Dezelfde applicatie "Mijndossier" garandeert ook recht op raadpleging van de eigen gegevens en, indien nodig, om ze te laten rechtzetten als ze onvolledig of onjuist is zijn.

    ⇒ Beroepsgeheim en strafrechtelijke sancties.

    Alle medewerkers die toegang hebben tot het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn natuurlijk gebonden aan het beroepsgeheim, en kunnen persoonlijk aansprakelijkheid worden gesteld op tucht-, civiel en strafrechtelijk vlak.

    Op strafrechtelijk vlak is de onrechtmatige raadpleging of bijwerking van een dossier in het Rijksregister van de natuurlijke personen immers een inbreuk op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een nationaal Rijksregister van de natuurlijke personen en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

    Artikel 13 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen voorziet in behoorlijk strenge sancties die van toepassing zijn in geval van overtreding van de bepalingen van artikel 8, §2, (gebruik van het rijksregisternummer zonder machtiging of voor andere doeleinden dan die waarvoor die machtiging is verleend), van artikel 11 (verplichting van geheimhouding voor personen die bij het uitoefenen van hun functies in de inzameling, de verwerking of de mededeling van de informatiegegevens tussenkomen en verplichting om alle nodige voorzorgsmaatregelen te nemen ten einde de veiligheid van de opgenomen gegevens te verzekeren) en 12, §2 (aanduiding bij naam van de personen die binnen het organisme dat toegang heeft gekregen, gemachtigd zijn om toegang tot of mededeling van de informatiegegevens te verkrijgen en ondertekening van een verklaring waarin zij zich ertoe verbinden het vertrouwelijke karakter van de informatiegegevens te bewaren) van de wet.

    De artikelen 38 en volgende van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzicht van de verwerking van persoonsgegevens voorzien eveneens in strafsancties.

    De personeelsleden van de diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen, alsmede de gebruikers van dit register, worden regelmatig via interne nota's, omzendbrieven en andere communicatiemiddelen gewezen op hun verantwoordelijkheden als verantwoordelijke voor de verwerking.

    De gebruikers van het Rijksregister van de natuurlijke personen worden verzocht om alle technische en organisatorische maatregelen te treffen om strafbare feiten te voorkomen, zoals onrechtmatige raadplegingen buiten de strikt omschreven doeleinden, en om de traceerbaarheid van de raadplegingen te garanderen (het instellen van een loggingsysteem).

  • Wat moet ik doen als ik vaststel dat een overheid of organisme mijn gegevens ten onrechte raadpleegt: kan ik klacht indienen en bij wie?

    Als u, bijvoorbeeld door "Mijndossier" te raadplegen, vaststelt dat een organisme of overheid uw gegevens onrechtmatig raadpleegt of dat hij of zij zijn/haar verplichtingen niet naleeft, heeft u het recht om een klacht in te dienen bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de rechtbank.

    De Commissie zaal eerst controleren of ze, op basis van de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de klacht kan behandelen. Zo ja, zal ze proberen om op te treden als bemiddelaar tussen de twee partijen om het geschil in der minne op te lossen.

    De Commissie behandelt de klachten die haar voorgelegd gratis.

    Indien de Commissie vaststelt dat het niet mogelijk is om een akkoord te bereiken of dat de bemiddeling niet het verwachte resultaat oplevert, kan ze zelf de belastende feiten aangeven bij het Openbaar Ministerie of zich tot de rechtbank wenden, wat de betrokkene er uiteraard niet van weerhoudt om hetzelfde te doen.

    Merk op dat, hoewel de wet op de bescherming van de persoonlijke levessfeer boetes oplegt voor elke overtreding, de Commissie zelf geen boetes kan opleggen. Hiertoe moet een beroep gedaan worden op een rechtbank.

    Bovendien moet ook worden opgemerkt dat de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer over het zogenaamd "onrechtstreeks" toegangsrecht beschikt ten behoeve van de burger die niet rechtstreeks zijn toegangsrecht zou kunnen uitoefenen.

    De toepassing "Mijndossier" maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de overheden, organisaties en personen te kennen die in de loop van de laatste zes maanden de gegevens hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven, alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.

    In geval van vermoeden of geschillen, kan de burger echter aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vragen om op het recht op toegang in zijn plaats uit te oefenen.

    Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend en gedateerd worden en moet de contactgegevens van de aanvrager, zijn geboortedatum en nationaliteit bevatten, alsook een kopie van zijn identiteitskaart of enig ander document waaruit zijn identiteit blijkt, bijvoorbeeld een paspoort.

    De Commissie zal dan de nodige controles uitvoeren, in het bijzonder met betrekking tot de rechtmatigheid van de eventuele raadplegingen. Ze kan ook, indien nodig, vragen om de rechtzetting van de gegevens of toekomstige raadplegingen verbieden. De Commissie zal echter geen andere informatie meedelen aan de aanvrager dan deze waardoor hij weet dat de nodige controles zijn gebeurd.

  • Wat is het principe van de unieke gegevensinzameling?

    De machtiging die verleend wordt door het Sectoraal comité van het Rijksregister brengt natuurlijk een recht met zich mee, om toegang te krijgen tot de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen, maar dit wel binnen de beperkingen die worden opgelegd door de machtiging.

    De verkrijging van dit recht brengt echter eveneens het verbod met zich mee om dezelfde gegevens rechtstreeks aan de betrokken persoon te vragen.

    Zodra een gegeven wordt meegedeeld aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en erin werd opgenomen, is de betrokken persoon dus in geen geval meer verplicht om dit rechtstreeks mee te delen aan de overheden, organisaties en personen die gemachtigd zijn om deze gegevens te raadplegen in voornoemd register.

Status BELPIC :
Status RR :
BELPIC werkt stabiel
BELPIC (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
BELPIC is momenteel buiten dienst
Rijksregister werkt stabiel
Het Rijksregister (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
Rijksregister is momenteel buiten dienst