Wat dient te gebeuren met de inschrijving van een minderjarig kind indien één van de ouders dit kind heeft ontvoerd naar het buitenland?
Als een minderjarig kind door één van de ouders naar het buitenland werd ontvoerd en de betrokken ouder hiervoor werd veroordeeld, dient dit minderjarig kind niet van ambtswege te worden afgevoerd van de bevolkingsregisters. Dit kind wordt in dit geval beschouwd als tijdelijk afwezig zonder enige tijdsbeperking, zodat het verder ingeschreven dient te blijven op het adres waar het vóór de ouderlijke ontvoering stond ingeschreven.
Waar dienen minderjarigen die in een jeugdinstelling of een MPI geplaatst zijn te worden ingeschreven?
Een minderjarige die is geplaatst in een jeugdinstelling of een MPI, dit met toepassing van de wet van 8 april 1965 inzake de jeugdbescherming of de regelgeving inzake de bijzondere jeugdbijstand, kan gedurende zijn verblijf in deze instelling worden beschouwd als tijdelijk afwezig op het adres waar hij stond ingeschreven voorafgaand aan de plaatsing, op voorwaarde dat hij nog regelmatig contact onderhoudt met de persoon of de personen op wiens adres hij nog staat ingeschreven.
Als blijkt dat de betrokken minderjarige, gedurende zijn verblijf in de instelling, geen contacten meer onderhoudt met de persoon of de personen op wiens adres hij staat ingeschreven, dient hij te worden ingeschreven op het adres van de instelling.
Wat dient te gebeuren met de inschrijving van minderjarigen die bij een particulier zijn geplaatst?
Een minderjarige die (door de jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg) wordt geplaatst bij een particulier (vb. bij pleegouders), dient te worden ingeschreven op het adres van de persoon bij wie hij werd geplaatst.
Soms gebeurt het dat minderjarigen voorlopig worden geplaatst of voor een kortstondige periode worden toevertrouwd aan een particulier, dit in afwachting van een definitieve plaatsing. In dergelijke gevallen kunnen deze minderjarigen als tijdelijk afwezig worden beschouwd op het adres waar zij staan ingeschreven, op voorwaarde dat deze voorlopige plaatsing in geen geval langer duurt dan 6 maanden.
Kan een minderjarige als alleenstaande worden ingeschreven?
Een niet-ontvoogde minderjarige kan slechts als alleenstaande kan worden ingeschreven in de bevolkingsregisters in hoogst uitzonderlijke omstandigheden indien geen andere inschrijvingsmogelijkheid bestaat. In de hieronder beschreven situaties is dit evenwel logisch verantwoord :
- een niet-ontvoogde minderjarige die werkelijk alleen woont op een adres, zonder dat er sprake is van een artificieel gecreëerde situatie met oog op het bekomen van bepaalde voordelen (rechtsmisbruik)
- een niet-ontvoogde minderjarige die samen woont met zijn ouders, dewelke evenwel geen verblijfsrecht hebben en dus niet ingeschreven kunnen worden in de registers.
Welke ouder dient de minderjarige te vergezellen bij de aangifte van een adresverandering wanneer beide ouders samenwonen? Wordt ook het akkoord van de andere ouder vereist?
Het volstaat dat een niet-ontvoogde minderjarige bij de aangifte van een adresverandering wordt vergezeld door één van zijn ouders, op voorwaarde dat deze ouder niet is ontzet uit het ouderlijk gezag.
Het uitdrukkelijk akkoord van de andere ouder wordt niet vereist. Er wordt ook niet vereist dat de andere ouder door de gemeente in kennis wordt gesteld van de aangifte van adreswijziging.
Welke ouder dient de minderjarige te vergezellen bij de aangifte van een adresverandering wanneer de ouders niet meer samenwonen? Wordt dan het akkoord van de andere ouder vereist?
Ook in dit geval volstaat het dat de niet-ontvoogde minderjarige bij de aangifte van een adreswijziging wordt vergezeld door één van zijn ouders, op voorwaarde dat deze ouder niet is ontzet uit het ouderlijk gezag of dat het ouderlijk gezag door de rechter niet exclusief werd toegewezen aan de andere ouder.
Het uitdrukkelijk akkoord van de andere ouder met de gevraagde adreswijziging wordt evenmin vereist.
Wel dient de gemeente de andere ouder in kennis te stellen van de aangifte van de adreswijziging, tenzij deze laatste zijn hoofdverblijfplaats zou hebben gevestigd in het buitenland, behalve bij een inschrijving in een consulair register, of van ambtswege zou zijn afgevoerd uit de bevolkingsregisters.
Wanneer een minderjarige ingeschreven staat op het adres van een derde, dient hij dan te worden vergezeld door één van zijn ouders wanneer hij aangifte doet van een adresverandering?
Nee. Van zodra de minderjarige de verblijfplaats van zijn ouders heeft verlaten en hij op het adres van een derde staat ingeschreven, is het niet meer noodzakelijk dat de minderjarige bij de aangifte van een adreswijziging wordt vergezeld door één van zijn ouders. Het volstaat dat de gemeente in dit geval de ouders van de minderjarige op de hoogte brengt van de adreswijziging.
Dient in het geval van een plaatsing van een minderjarige deze ook te worden vergezeld door één van zijn ouders bij de aangifte van de adreswijziging?
Indien de adreswijziging van de minderjarige het gevolg is van een plaatsing van deze minderjarige bij een particulier of in een instelling, dient de minderjarige echter niet te worden vergezeld door één van zijn ouders. In dergelijke situaties volstaat het dat deze minderjarige bij de aangifte van de adreswijziging wordt bijgestaan door de particulier of de vertegenwoordiger van de instelling bij wie hij werd geplaatst. Wel dient in dit geval een document te worden voorgelegd van de instantie die de plaatsing heeft bevolen.
Wat als een minderjarige, nadat hij al eerder zijn hoofdverblijf had overgebracht van het adres van zijn vader naar het adres van zijn moeder, opnieuw zijn hoofdverblijf overbrengt naar het adres van zijn vader? ...
... Moet hij bij deze nieuwe adreswijziging opnieuw vergezeld worden door één van zijn ouders?
Ja, de minderjarige dient ook in dit geval bij de aangifte van adreswijziging opnieuw te worden vergezeld door één van zijn ouders.
Wat als de ouder aan wie de kennisgeving van de adreswijziging werd gedaan zich bij de gemeente aanbiedt met een vonnis waaruit blijkt dat de ouder die de minderjarige vergezelde bij de aangifte van de adreswijzing niet het ouderlijk gezag uitoefent?
Het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege schrijft, op de datum waarop hun aanwezigheid in de gemeente werd vastgesteld, eveneens de niet-ontvoogde minderjarigen van ambtswege in die zich gevestigd hebben op een andere hoofdverblijfplaats, maar voor wie geen rechtmatige aangifte van adreswijziging werd of kan worden ingediend.
Dergelijke inschrijving van ambtswege wordt ook uitgevoerd indien de niet-ontvoogde minderjarigen hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd bij een ouder die uit zijn ouderlijk gezag werd ontheven of ten opzichte van wie het exclusieve toezicht werd toegewezen aan de andere ouder.
De personen die het gezag uitoefenen over deze minderjarigen worden op de hoogte gebracht van deze inschrijving van ambtswege.
Wie kan het voorwerp uitmaken van een inschrijving op een referentieadres en welke zijn daarvoor de modaliteiten?
De notie van referentieadres wordt gedefinieerd in artikel 1, §2, tweede lid van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Onder “referentieadres” wordt verstaan het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijf heeft gevestigd, of wel een rechtspersoon, en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven.
De mogelijkheid om op een referentieadres ingeschreven te worden is strikt beperkt tot de hierna vermelde categorieën van personen:
- de personen die in een mobiele woning verblijven;
- de personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats hebben of meer hebben;
- de gedetineerden, met name de Belgen en de vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn om langer dan drie maanden in het Rijk te verblijven, die niet voldoen aan de voorwaarden voor een tijdelijke afwezigheid (zie verder onder punt 115) op voorwaarde dat ze opgesloten zijn in het binnenland;
- de personen die, om beroepsredenen, geen hoofdverblijfplaats (meer) hebben voor een maximale duur van één jaar ; deze tijdsbeperking geldt niet voor de gevallen die zijn vermeld in het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters, artikel 20 §2, namelijk:
- het militair personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten dat in het buitenland gestationeerd is, de militairen die in het buitenland gedetacheerd zijn, hetzij bij internationale of supranationale organismen, hetzij bij een militaire basis in het buitenland, voor de duur van hun stationering of detachering;
- de personeelsleden van de federale politie die gedetacheerd zijn uit het Koninkrijk, die ofwel het militaire personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten in het buitenland begeleiden, ofwel een specifieke opdracht vervullen in het buitenland, voor de duur van hun begeleiding of opdracht;
- de dienstplichtigen onder de wapens en de gewetensbezwaarden voor de duur van hun dienst, de dienstplichtigen die vrijstelling van militaire dienst genieten krachtens artikel 16 van de op 30 april 1962 gecoördineerde dienstplichtwetten, voor de duur van hun dienst of hun coöperatieopdracht;
- de federale, gewestelijke en gemeenschapsambtenaren die een functie opnemen op een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland, op voorwaarde dat zij een hiërarchische band hebben met het posthoofd en dat zij ingeschreven worden op de diplomatieke lijst van de voornoemde vertegenwoordiging, voor de duur van hun opdracht;
- de personen die op coöperatieopdracht gestuurd worden door verenigingen die erkend zijn krachtens de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking, voor de duur van hun coöperatieopdracht.
De mogelijkheid om een referentieadres te hebben bij een rechtspersoon is strikt beperkt tot:
- De rondtrekkende bevolkingsgroepen op het adres van een vzw, een stichting of een vennootschap met sociaal oogmerk die minstens vijf jaar rechtspersoonlijkheid geniet. Deze rechtspersonen dienen zich in hun statuten tot doel te hebben gesteld onder meer de belangen van één of meer rondtrekkende bevolkingsgroepen te behartigen of te verdedigen;
- De daklozen op het adres van het OCMW van de gemeente waar zij gewoonlijk vertoeven.
De bepaling van een referentieadres veronderstelt niet alleen het akkoord van de persoon die op dat adres is ingeschreven, maar ook de zekerheid dat deze laatste zal tussenkomen om de briefwisseling op te halen en door te sturen naar de geadresseerde. Een adres poste restante is dus geen referentieadres, evenals een eenvoudige brievenbus in een gebouw, waar niemand zal zorgen voor de eventuele briefwisseling.
Ten slotte is de inschrijving op een referentieadres beperkt tot het adres vermeld in de aanvraag en het akkoord. In geval van adreswijziging van de verstrekker moet er een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Er kan een vergoeding gevraagd worden voor een inschrijving op een referentieadres, maar deze mag in geen geval hoger zijn dan de bijkomende kosten die deze inschrijving met zich meebrengt.
Kan mijn werkloosheidsuitkering verminderd worden als ik ermee akkoord ga dat een persoon zijn referentieadres bij mij neemt?
Het referentieadres is ofwel het adres van een natuurlijke persoon die ingeschreven is in de bevolkingsregisters op de plaats waar deze zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel het adres van een rechtspersoon, en waar, met het akkoord van deze natuurlijke of rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder verblijfplaats ingeschreven wordt.
Aangezien er niet « werkelijk » wordt samengewoond, heeft het feit dat iemand een persoon een referentieadres geeft bij zich thuis geen impact op het leefloon, de werkloosheidsuitkeringen enz.
Mag een persoon die om beroepsredenen in het buitenland verblijft, een referentieadres in België hebben?
Ja, de personen die, om beroepsredenen, geen hoofdverblijfplaats (meer) hebben, mogen een referentieadres hebben voor maximaal één jaar.
Wat de nomaden betreft, vragen veel personen hun inschrijving op een referentieadres op éénzelfde adres. Is er een maximum aantal personen dat mag worden ingeschreven op éénzelfde plaats als referentieadres?
Overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen, is het toegelaten voor rondtrekkende personen zonder vaste verblijfplaats om zich in te schrijven op het (referentie)adres van een rechtspersoon die zich in zijn statuten tot doel heeft gesteld de belangen van deze rondtrekkende bevolkingsgroepen te behartigen, of op het adres van een natuurlijke persoon. Onder rondtrekkende bevolkingsgroepen dient inzonderheid verstaan te worden de nomaden, zigeuners, marktkooplieden, circusartiesten en binnenschippers.
Opdat zij bereikbaar zouden kunnen zijn voor briefwisseling en alle voor hen bestemde administratieve documenten, hadden deze personen daarvóór slechts de mogelijkheid om zich in te schrijven op het referentieadres van een natuurlijk persoon. Een dergelijke inschrijving veroorzaakte echter diverse problemen. Allereerst bevond de continuïteit van deze referentieadressen zich in een onzekere toestand (omdat namelijk de natuurlijke persoon kan verhuizen, ziek worden, zich kan terugtrekken van het aanbieden van een referentieadres,…). Bovendien aanvaardden maar weinig mensen om als referentieadres te fungeren. Derhalve werden grote concentraties van inschrijvingen bij enkele mensen vastgesteld.
De wetgever heeft geoordeeld dat de mogelijkheid om een referentieadres te hebben bij verenigingen die in hun statuten hebben gesteld de belangen van deze bevolkingsgroepen te behartigen, veel meer waarborgen zou bieden aan de betrokkenen en een betere organisatie van de bevolkingsregisters zou garanderen.
De natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inschrijving van een andere persoon aanvaardt als referentieadres, mag geen winstbejag nastreven. Dit betekent echter niet dat, als tegenprestatie, geen enkele betaling gevraagd mag worden. Het bedrag van deze betaling mag echter niet hoger zijn dan de kosten die werkelijk gedragen werden door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon om de functie van referentieadres te vervullen.
Het maximum aantal personen dat mag worden ingeschreven op éénzelfde adres als referentieadres, wordt door de reglementering niet bepaald. Het college van burgemeester en schepenen is eerst verantwoordelijk voor het houden van de bevolkingsregisters en zal oordelen over het aantal personen dat rechtmatig op éénzelfde referentieadres mag worden ingeschreven. Vanuit het oogpunt van een goed bestuur, lijkt het echter uitgesloten om een onbeperkt aantal personen op éénzelfde referentieadres te laten inschrijven.
Er moet eveneens op gewezen worden dat het de nomaden zijn die zich nog gedurende het hele jaar verplaatsen, die een beroep kunnen doen op een referentieadres. Meer en meer personen die in een caravan wonen, verblijven immers gedurende het hele jaar of tijdens de winter op een vaste plaats. Deze personen mogen geen gebruik meer maken van een referentieadres, want zij kunnen aldaar ingeschreven worden met hun effectieve verblijfplaats als zij er minstens zes maanden per jaar verblijven.
In die gevallen is er immers sprake van een feitelijke hoofdverblijfplaats, zodat de gemeente dient over te gaan tot een (voorlopige) inschrijving aan dat adres.
Wat biedt een dakloze de mogelijkheid om ingeschreven te worden op het OCMW als referentieadres? Wie geeft de toelating?
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 21 februari 1997 tot bepaling van de voorwaarden om ingeschreven te worden op het adres van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn als referentieadres, worden in beschouwing genomen de personen die, wegens een gebrek aan voldoende bestaansmiddelen, geen verblijfplaats hebben of meer hebben – zij kunnen dus in geen enkel geval ingeschreven worden in een gemeentelijk bevolkingsregister in België – en die vragen om maatschappelijke bijstand in de zin van artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of het recht op maatschappelijke integratie, voorzien door de wet van 26 mei 2002. Met het oog op hun inschrijving in de bevolkingsregisters, geeft het OCMW hun een document waarin wordt bevestigd dat aan de voorwaarden voor een inschrijving op het adres van het centrum is voldaan en gebeurt de inschrijving op de datum van aflevering van het attest.
De betrokken personen moeten zich minstens één keer per trimester aanmelden bij het OCMW. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn deelt aan het college van burgemeester en schepenen mee welke personen onder hen niet meer voldoen aan de voorwaarden die vereist zijn om hun inschrijving op het adres van het centrum te behouden. Na inzage van de overgelegde documenten, voert het college van burgemeester en schepenen hen van het bevolkingsregister af.
De mogelijkheid voor een dakloze om een referentieadres te hebben op het adres van een OCMW, sluit niet uit dat een dakloze een inschrijving op een referentieadres bij een particulier kan aanvragen. Daarbij moeten dezelfde voorwaarden nageleefd worden als bij de inschrijving als referentieadres bij het OCMW.
Kan er een klacht ingediend worden tegen een weigering tot inschrijving op een referentieadres en bij welke instantie?
In dit geval kan er geen administratief beroep bij de Minister van Binnenlandse Zaken worden ingesteld maar zijn de gewone rechtbanken bevoegd. Betwistingen over een referentieadres vallen niet onder artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 aangezien het hier niet gaat over de realiteit van de hoofdverblijfplaats maar over het al dan niet voldoen aan de voorwaarden.
Behoudt een tijdelijk afwezige zijn of haar inschrijving in de bevolkingsregisters ?
Personen die zich tijdelijk of kortstondig buiten de gemeente van hun hoofdverblijfplaats ophouden, blijven ingeschreven in de registers van die gemeente. De beoordeling van en het onderzoek naar de tijdelijke afwezigheid komen aan het betrokken gemeentebestuur toe, onder voorbehoud van de bijzondere regels bepaald in hoofdstuk VI van Deel I van de Algemene Onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, alsook van de regels betreffende het recht op terugkeer voor vreemde onderdanen.
Wanneer uit een buurtonderzoek met politieverslag blijkt dat een persoon sinds meer dan 6 maanden ononderbroken afwezig is op zijn hoofdverblijfplaats zonder aangifte te doen van adreswijziging of zonder melding te maken van zijn tijdelijke afwezigheid, kan dit aanleiding geven tot een afvoering van ambtswege door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, voor zover de huidige verblijfplaats van de betrokkene niet bekend is. In bepaalde gevallen kan echter al onmiddellijk tot een afvoering van ambtswege worden overgegaan (bijvoorbeeld wanneer blijkt dat personen niet meer kunnen worden aangetroffen op hun adres waar inmiddels al nieuwe bewoners hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd, terwijl deze nieuwe bewoners niets te maken hebben met de vorige bewoners).
Wat is de definitie van een tijdelijke afwezigheid en aan welke kenmerken moet een tijdelijke afwezigheid voldoen?
Een tijdelijke afwezigheid wordt gedefinieerd als “het feit van niet effectief te verblijven op zijn hoofdverblijfplaats tijdens een bepaalde periode, waarbij er voldoende belangen behouden worden die aantonen dat de reïntegratie in de hoofdverblijfplaats op elk moment mogelijk is”.
De tijdelijke afwezigheid moet derhalve de volgende kenmerken vertonen:
- beschikken over een hoofdverblijfplaats waarnaar op elk ogenblik teruggekeerd kan worden;
- beschikken over een hoofdverblijfplaats waarin men voldoende belangen behoudt, namelijk hetzij een onbewoonde woning, maar voldoende uitgerust en bemeubeld om er effectief te kunnen leven, hetzij een woning bewoond door gezinsleden. Het moet natuurlijk gaan om één of meerdere gezinsleden die reeds in die woning verblijven bij de aanvang van de tijdelijke afwezigheid;
- de afwezigheid mag niet voor onbepaalde tijd zijn maar moet noodzakelijkerwijs tijdelijk zijn; anders zal de persoon geschrapt worden uit de bevolkingsregisters.
Of de tijdelijk afwezige persoon nu eigenaar is van zijn hoofdverblijfplaats, of dat hij er huurder van is of er gewoon over mag beschikken, heeft weinig belang: het feit dat de onmiddellijke reïntegratie mogelijk is, is voldoende.
Elke tijdelijke afwezigheid kan worden aangegeven aan de dienst bevolking van de gemeente van de hoofdverblijfplaats door het daartoe voorziene formulier in te vullen en te bezorgen.
Welke is in principe de maximale duurtijd van een tijdelijke afwezigheid ?
Een tijdelijke afwezigheid mag niet langer duren dan een jaar.
Een tijdelijke afwezigheid kan éénmaal verlengd worden, zodat een tijdelijke afwezigheid uiteindelijk twee jaar kan duren.
De betrokkene meldt de verlenging van de tijdelijke afwezigheid door een tweede maal het daartoe voorziene formulier in te vullen en te bezorgen. Nalatigheid kan leiden tot een afvoering van ambtswege.
Wanneer wordt een tijdelijke afwezigheid beëindigd?
De tijdelijke afwezigheid eindigt :
- indien de aanleiding ervoor ophoudt te bestaan ;
- indien er nieuwe bewoners worden ingeschreven aan het adres van de hoofdverblijfplaats ;
- in geval van een klaarblijkelijk einde van de band met het gezin waarvan de betrokkene deel uitmaakte – schriftelijke verklaring door de referentiepersoon van het gezin;
- zodra de betrokkene meldt dat hij zich opnieuw heeft gevestigd in de hoofdverblijfplaats ;
- de verlenging ervan niet werd aangegeven ;
- wanneer de betrokkene vraagt om een effectieve inschrijving aan het adres waar hij verblijft, of om een afvoering naar het buitenland.
Indien de gemeente geen informatie heeft betreffende de (nieuwe) hoofdverblijfplaats van de betrokkene, wordt de procedure opgestart om hem van ambtswege af te voeren.
Wanneer wordt vastgesteld dat een burger zich herhaaldelijk beroept op tijdelijke afwezigheid, dient in elk geval te worden onderzocht of de betrokkene nog wel zijn hoofdverblijfplaats heeft in de gemeente.
Is een langdurige tijdelijke afwezigheid mogelijk ?
De voorwaarden inzake de duur en de verlenging van de tijdelijke afwezigheid gelden niet in de volgende gevallen :
- de personen die op het Belgisch grondgebied verblijven in verpleeginrichtingen en andere openbare en private instellingen die zieken opvangen, rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen of gedeelten van ziekenhuizen gelijkgesteld met rust- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen, evenals de personen die geplaatst werden bij particulieren, voor de duur van hun verblijf met therapeutische en/of medische hulpverleningsdoeleinden;
- de personen die opgesloten zijn in strafinrichtingen en inrichtingen voor sociaal verweer, voor de duur van hun opsluiting;
- de minderjarigen geplaatst in een instelling in toepassing van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming of de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, voor de duur van hun plaatsing;
- het militair personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten dat in het buitenland gestationeerd is, de militairen die in het buitenland gedetacheerd zijn, hetzij bij internationale of supranationale organismen, hetzij bij een militaire basis in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, voor de duur van hun stationering of detachering;
- de personeelsleden van de federale politie die afwezig zijn uit het Koninkrijk, alsook de leden van hun gezin, die ofwel het militaire personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten in het buitenland begeleiden, ofwel een specifieke opdracht vervullen in het buitenland, voor de duur van hun begeleiding of opdracht;
- de dienstplichtigen onder de wapens en de gewetensbezwaarden voor de duur van hun dienst, de dienstplichtigen die vrijstelling van militaire dienst genieten krachtens artikel 16 van de op 30 april 1962 gecoördineerde dienstplichtwetten, voor de duur van hun dienst of hun coöperatieopdracht;
- de federale, gewestelijke en gemeenschapsambtenaren die een functie opnemen op een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, op voorwaarde dat zij een hiërarchische band hebben met het posthoofd en dat zij ingeschreven worden op de diplomatieke lijst van de voornoemde vertegenwoordiging, voor de duur van hun opdracht;
- de personen die op coöperatieopdracht gestuurd worden door verenigingen die erkend zijn krachtens de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking, alsook de leden van hun gezin, voor de duur van hun coöperatieopdracht;
- de personen van wie de verdwijning sinds zes maanden of langer gesignaleerd werd aan de lokale of federale politie en dit zonder afbreuk te doen aan de bepalingen met betrekking tot de afwezigen bedoeld in Boek I van Titel IV van het Burgerlijk Wetboek. De tijdelijke afwezigheid eindigt met de terugkeer van de verdwenen persoon of met de vaststelling van zijn overlijden;
- de personen die, in het kader van hun beroep, een specifiek werk of een bepaalde opdracht uitvoeren in een andere gemeente van het Koninkrijk of in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, voor de duur van hun werk of opdracht;
- de leerlingen en studenten ouder dan zestien jaar die financieel nog ten laste zijn van hun ouders en ergens anders verblijven dan op de verblijfplaats van het gezin waartoe zij behoren, voor de duur van hun studies.
De betrokkene moet de juiste reden vermelden op het aangifteformulier en de nodige bewijsstukken bezorgen.
Moeten gevangenen ingeschreven worden in de bevolkingsregisters?
In principe moeten de gevangenen beschouwd worden als tijdelijk afwezig in hun gemeente van verblijf.
Een gevangene die deel uitmaakt van een gezin blijft tijdens zijn verblijf in de gevangenis dus ingeschreven in de registers van de gemeente waar het gezin verblijft. Hij volgt eveneens het lot van het gezin bij wijzigingen van de hoofdverblijfplaats.
De inschrijving van een alleenstaande als zijnde tijdelijk afwezig mag eveneens behouden blijven op voorwaarde dat zijn woning niet bewoond is en hij er nog over voldoende belangen beschikt.
Nochtans, als de band met het gezin waarvan de gevangene deel uitmaakte tijdens zijn verblijf in de gevangenis verbroken wordt of als de gevangene over geen enkele haardstede (= eigen woonst in huur of eigendom hebben en als alleenstaande ingeschreven) meer beschikt, is het niet mogelijk om de inschrijving op dat adres te behouden. De gevangene zal dan worden ingeschreven aan het referentieadres van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar hij voor het laatst stond ingeschreven in de bevolkingsregisters of, indien hij nooit eerder ingeschreven was in de bevolkingsregisters van een gemeente, aan het referentieadres van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de penitentiaire inrichting ligt. Voor de vreemdelingen moet uiteraard eerst het recht op verblijf worden geverifieerd.
Worden verdwenen personen en kinderen die ontvoerd zijn door een van beide ouders beschouwd als tijdelijk afwezig?
De algemene reglementering inzake bevolking voorziet dat elke persoon moet worden ingeschreven in de registers van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, op het adres waar hij effectief verblijft gedurende het grootste deel van het jaar.
Het begrip tijdelijke afwezigheid wordt gebruikt voor de personen waarvan de verdwijning werd aangegeven bij de lokale of federale politie.In het geval van kinderen die in het buitenland worden gehouden door een van hun ouders, wordt het begrip tijdelijke afwezigheid eveneens toegepast voor zover de ouder die het kind bijhoudt in het buitenland strafrechtelijk gestraft werd. Ze worden beschouwd als tijdelijk afwezig zonder beperking in de tijd en blijven dus ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente van hun woonplaats en deel uitmaken van het gezin waartoe ze behoren.
Welke procedure moet worden gevolgd voor de studenten in het kader van de inschrijvingen in de bevolkingsregisters?
De algemene reglementering inzake bevolking voorziet dat elke persoon moet worden ingeschreven in de registers van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, op het adres waar hij effectief verblijft gedurende het grootste deel van het jaar.
Maar voor de studenten die dichtbij de plaats waar ze studeren op « kot » zitten, is men van oordeel dat het om een tijdelijke situatie gaat; zij worden dus beschouwd als tijdelijk afwezig en moeten in hun gezin ingeschreven blijven. Normaal gezien blijven de studenten tijdens deze periode immers ten laste van hun ouders en komen zij regelmatig naar huis voor de week-ends en de schoolvakanties.
Een van de voornaamste gevolgen van deze situatie is dat de studenten administratief beheerd blijven door de gemeente waar zij ingeschreven zijn, met name voor al hun officiële documenten (identiteitskaart, rijbewijs, enz.), om getuigschriften of attesten te verkrijgen en voor hun kiesverplichtingen.
Nochtans gaat het niet om een dwingende regel, want de reglementering voorziet dat de student die geen gezin of haardstede meer heeft in zijn gemeente van oorsprong en niet meer ten laste van zijn gezin valt, ingeschreven wordt in de gemeente waar hij effectief verblijft.
Een student mag dus zijn inschrijving vragen in de registers van de gemeente waar hij studeert. Naast de realiteit van de effectieve verblijfplaats moet de gemeente bijgevolg nagaan of de student niet meer ten laste van zijn gezin valt (dat hij een financiële onafhankelijkheid geniet) en of hij geen gezin of haardstede meer heeft in een andere gemeente.
Het onderzoek met betrekking tot het effectieve karakter van de hoofdverblijfplaats van een student gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het gemeentereglement terzake; de student is ertoe gehouden aan het gemeentebestuur alle elementen te verschaffen die het mogelijk moeten maken de situatie van de verblijfplaats te beoordelen, met name wat zijn financiële onafhankelijkheid betreft.
Een gezin woont op een schip dat vastgemeerd ligt aan een kaai. Mag de gemeente overgaan tot zijn inschrijving en op welke manier?
Overeenkomstig artikel 1 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, moet elke persoon worden ingeschreven in de registers van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft. De bepaling daarvan is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in de gemeente gedurende het grootste deel van het jaar.
Voor de toepassing van de bepalingen met betrekking tot de inschrijving van de personen die in een mobiele woning verblijven, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen: een echte verplaatsbare woning en een mobiele woning die haar mobiel karakter verloren heeft, dat wil zeggen gesteund door een ingebouwde installatie of vastgemaakt aan de grond (caravans, boten, enz.).
In het geval van een mobiele woning worden de personen ingeschreven in de gemeente waar zij gedurende ten minste 6 maanden per jaar verblijven op een vast adres. Tijdens hun verplaatsingen worden de personen die in een mobiele woning verblijven, beschouwd als tijdelijk afwezig. Indien zij het zich grootste deel van het jaar verplaatsen worden ze ingeschreven in de gemeente waar ze een referentieadres hebben(zie de rubriek "Referentieadres").
Deze inschrijvingsmodaliteiten zijn van toepassing op alle personen die in een verplaatsbare woning verblijven, onafhankelijk van het beroep of de staat (schippers, circusartiesten, kermisreizigers, nomaden). Vereist is dat het schip, de woonwagen of de caravan ook effectief wordt gebruikt als mobiele woning (m.a.w. dat men ermee rondtrekt van de ene naar de andere plaats).
In de tweede situatie is er geen referentieadres mogelijk voor bewoners van verplaatsbare woningen die een permanente stand- of ligplaats hebben (residentiële caravans, tot woning omgebouwde boten). In voorkomend geval dienen de bewoners te worden ingeschreven op het adres waar deze ‘verplaatsbare woning’ permanent is gevestigd of gelegen. Het referentieadres is aldus niet bedoeld voor bewoners van woonboten. Deze personen beschikken over een vast adres. Zij dienen te worden ingeschreven in de registers op de naam van het dok waar het vaartuig aangemeerd ligt en op het bijhorende kaainummer (desgevallend op de naam van de aanpalende straat met bijhorend nummer).
Krachtens artikel 1, §1, 1°, tweede lid, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen kunnen de personen die zich vestigen in een woning waarin permanente bewoning niet is toegelaten om redenen van veiligheid, gezondheid, urbanisme of ruimtelijke ordening, zoals vastgesteld door de daartoe bevoegde gerechtelijke of administratieve instantie, enkel door de gemeente voorlopig worden ingeschreven in de bevolkingsregisters. Hun inschrijving blijft voorlopig zolang de hiertoe bevoegde gerechtelijke of administratieve instantie geen beslissing of maatregel heeft genomen om een einde te maken aan de aldus geschapen onregelmatige toestand. De voorlopige inschrijving neemt een einde zodra de personen de woning hebben verlaten of een einde wordt gesteld aan de onrechtmatige toestand.