U bent hier :  FAQ » Identiteitsdocumenten »eID

eID

  • print
Laatste nieuws

Geen nieuws in deze lijst:

Historiek

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Welke beslissingen zijn de invoering van de elektronische identiteitskaart voorafgegaan?

    1. Reeds op 22 september 2000 heeft de Ministerraad beslist dat er een conceptstudie moest uitgevoerd worden over de invoering van de digitale identiteitskaart.

    2. Op 19 juli 2001, heeft de Ministerraad zijn toestemming verleend aan het concept dat voorgesteld werd op het einde van deze studie: een identiteitskaart met een elektronische chip die, behalve de persoonsgegevens die met het blote oog zichtbaar zijn, twee paren sleutels bevat: de identificatiesleutel en de handtekeningsleutel. De Ministerraad heeft eveneens het voorgestelde scenario goedgekeurd, te weten de uitvoering van het project in twee fases.

      Tijdens de eerste fase moest deze identiteitskaart in elf pilootgemeenten ingevoerd worden.

      De tweede fase, die de eventuele uitbreiding van de uitreiking van de digitale identiteitskaart naar de overige 578 gemeenten behelst, zou moeten aanvangen na de evaluatie van de resultaten van het pilootproject, zes maanden na de uitreiking van de eerste digitale identiteitskaarten, en na beslissing van de Ministerraad.

      Het Rijksregister, dat sedert 20 jaar de bevolkingsgegevens van de gemeenten van het Rijk centraliseert en dat sinds meer dan 15 jaar het centraal identiteitskaartenbestand beheert, is ertoe geroepen om de hoeksteen van het systeem te worden.

      Zijn exploitatie-infrastructuur (materieel, software en telecommunicatie) moest aangepast worden om een efficiënte en een veilige elektronische verbinding te kunnen verzekeren, enerzijds met de gemeenten die de rol van registratie-overheid vervullen en anderzijds met de personalisator en de initialisator van de kaart en met de certificatie-autoriteit die belast is met de uitreiking van de identificatie- en handtekeningcertificaten, die op deze kaart opgenomen zijn.

      De infrastructuur van de gemeenten moest ook aangepast worden.

      Sterk beveiligde verbindingen met het Rijksregister moesten tot stand gebracht worden en speciaal voor deze toepassing bestemde computers moesten geïnstalleerd worden.

    3. De ontwikkeling van deze nieuwe exploitatie-infrastructuur werd verwezenlijkt in uitvoering van de overheidsopdracht die, overeenkomstig de beslissing van de Ministerraad van 19 juli 2001, werd gegund volgens een openbare aanbestedingsprocedure.

    4. Het tweede luik van het project had betrekking op de productie van de identiteitskaart. Een procedure van algemene offerte-aanvraag voor de aanmaak, de personalisatie, de initialisatie en de verdeling van de digitale identiteitskaarten en voor de levering van certificatiediensten werd gestart op 12 april 2002 door de bekendmaking van de overheidsopdracht in het Bulletin der Aanbestedingen.

      Aangezien er na de algemene offerte-aanvraag geen enkel regelmatig aanbod ingediend werd, heeft de Ministerraad op 19 juli 2002 beslist de opdracht toe te kennen via onderhandelingsprocedure.

      Na beëindiging van de onderhandelingen werd het voorstel om de loten 1 en 3 betreffende het "kaartgedeelte" toe te kennen aan de N.V. ZETES en de loten 2 en 4 betreffende de "certificaten" aan de N.V. BELGACOM, voorgelegd aan de Ministerraad, die op 27 september 2002 hiermee ingestemd heeft.

      De aannemers hadden zich ertoe verbonden de uitvoeringstermijn van 5 maanden na te leven, die begon te lopen vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van toekenning van de overheidsopdracht, en zelfs om alles in het werk te stellen om deze termijn terug te brengen tot vier en één halve maand.

    5. Zo kon de uitreiking van de eerste kaarten plaatsvinden op 31 maart 2003 ter gelegenheid van de contactdag, die werd bijgewoond door meer dan 1.300 personen.

    6. De elf pilootgemeenten werden geactiveerd vanaf deze datum zodat sedert 25 juli 2003 alle betrokken gemeenten operationeel zijn.

    7. De beslissing om de elektronische identiteitskaart algemeen in te voeren werd genomen bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, na een positieve evaluatie door de Ministerraad op 20 maart 2004 en door de bevoegde commissie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 24 maart 2004.

    8. Het koninklijk besluit van 1 september 2004 houdt de beslissing in om de elektronische identiteitskaart algemeen in te voeren (Belgisch Staatsblad van 15 september 2004).

    9. Het ministerieel besluit van 28 februari 2014 sluit de periode voor de vervanging van de identiteitskaarten "oud model" door elektronische identiteitskaarten af. Op 31 maart 2014 werden de kaarten "oud model" uit de omloop genomen. Zij zijn dus niet meer geldig en hebben geen enkele wettelijke waarde meer. Sinds 31 maart 2014 moet elke Belg dus beschikken over een elektronische identiteitskaart.

  • Wanneer werd de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart van 5 jaar naar 10 jaar gebracht? Op welke wettelijke basis is dat gebeurd?

    Vanaf de uitreiking van de eerste elektronische identiteitskaarten op 31 maart 2003 tot maart 2014 bedroeg de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart 5 jaar voor alle Belgische burgers vanaf de leeftijd van 12 jaar.

    Sinds 1 maart 2014 heeft elke elektronische identiteitskaart van Belg, die bij de gemeente besteld wordt, een geldigheidsduur van 10 jaar (of van 6 jaar of 30 jaar in geval van afwijking).

    Het koninklijk besluit van 25 februari 2014 (BS 28 februari 2014) bepaalt de datum van inwerkingtreding van de wet van 9 januari 2012 tot wijziging van artikel 6, §6, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Er werd ook een tweede koninklijk besluit goedgekeurd, het koninklijk besluit van 24 februari 2014 (BS 28 februari 2014), dat ertoe strekt uitvoering te geven aan artikel 6, §6, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 9 januari 2012, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 februari 2012.

    Ter herinnering, artikel 6, §6, van de voormelde wet van 19 juli 1991 bepaalt dat de elektronische kaart maximaal tien jaar geldig blijft vanaf de datum van aanvraag van een identiteitskaart door een Belgische burger en dat de Koning voor bepaalde leeftijdscategorieën afwijkingen kan toestaan op de normale geldigheidstermijn van tien jaar voor de elektronische identiteitskaart van Belg.

    Het voormelde koninklijk besluit legt bijgevolg vast welke elektronische identiteitskaarten tien jaar geldig blijven en voor welke leeftijdscategorieën een kortere of langere geldigheidsduur wordt bepaald.

Het verplicht bij zich hebben

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Moet ik verplicht mijn identiteitskaart bij me hebben?

    Het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten bepaalt dat iedere Belg vanaf de leeftijd van 15 jaar, zijn identiteitskaart steeds bij zich moet hebben. De kaart levert het bewijs van zijn inschrijving in de bevolkingsregisters of, in geval van verlies, diefstal of vernietiging van deze kaart, een getuigschrift van de aangifte van verlies, diefstal of vernietiging.

    De gemeentebesturen reiken eveneens een identiteitskaart uit voor Belgische kinderen die de volle leeftijd van 12 jaar bereikt hebben en nog geen 15 jaar oud zijn.

    De strafsancties voorzien in artikel 7 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten kunnen toegepast worden op de personen die, vanwege hun nalatigheid, nog steeds in het bezit zijn van kaarten van het oude model. Bij identiteitscontroles worden de politiediensten verzocht om de geldigheid van de kaarten te controleren en om houders van verlopen kaarten, het niet-dragen van de identiteitskaart of nog het weigeren om zijn identiteitskaart voor te leggen, te verbaliseren.

  • Aan welke overheid (-heden) is men verplicht zijn identiteitskaart te tonen?

    Krachtens artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten, bepaalt de Koning welke de openbare overheden en ambtenaren zijn op wier vordering de identiteitskaart moet worden getoond.

    De bepalingen in artikel 1, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten bepalen aan wie de kaart moet worden getoond.

    Dit is het geval bij elke vordering van de politie, in het kader van haar wettelijke en reglementaire opdrachten, alsmede bij elke aanvraag van getuigschriften en uittreksels door gemeentelijke diensten of door andere openbare diensten.

    De andere overheden dan die welke gemachtigd zijn om te eisen dat de identiteitskaart getoond wordt, mogen de burger slechts vragen om zijn identiteitskaart te tonen: zij kunnen hem geenszins verplichten het te doen.

  • Hoe gebeurt de identiteitscontrole van een persoon door de politie? Kan de identiteitskaart van de betrokkenen ingehouden worden door de politie of de gemeente?

    De identificatie en de identiteitscontrole van een persoon worden uitgevoerd volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten en artikel 34 van de wet op het politieambt.

    Artikel 34, §4 van de wet op het politieambt bepaalt de modaliteiten van de identiteitscontrole. Deze modaliteiten zijn dezelfde ongeacht het motief dat de identiteitscontrole rechtvaardigt (arrestatie, poging tot inbreuk of inbreuk, poging tot het verstoren of het verstoren van de openbare orde, vreemdelingenwetgeving, enz.).

    Dit artikel 34, §4 schrijft voor dat de identiteitsstukken aan de politieambtenaar overhandigd worden en door deze laatste slechts ingehouden mogen worden gedurende de voor de verificatie van de identiteit noodzakelijke tijd. Ze moeten onmiddellijk teruggegeven worden na de controle. De duur van de identiteitscontrole, en dus van de inhouding van de identiteitsstukken, hangt af van de omstandigheden, met name van de aard van de voorgelegde documenten die mogelijk bijkomende controle vereisen. De identiteitscontrole maakt het niet mogelijk om de betrokken persoon langer dan 12 uur op te houden. De politiediensten kunnen een vreemdeling die geen houder is van de bij de wet vereiste identiteitsstukken of documenten vatten en hem onderwerpen aan een maatregel van bestuurlijke aanhouding, in afwachting van een beslissing van de Minister of zijn gemachtigde. De vrijheidsbeneming mag niet langer dan vierentwintig uur duren (artikel 74/7 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen).

    De identiteitscontrole van een persoon impliceert eveneens de controle van de authenticiteit van de door de persoon voorgelegde documenten. De niet-authentieke valse of vervalste documenten zijn het voorwerp van een gerechtelijk beslag.

    Voornoemde principes en modaliteiten zijn vermeld in de richtlijnen die opgesteld worden door de verschillende politiekorpsen en in de handboeken van de basisopleiding van de politieagenten.

    Een persoon die nagelaten heeft om zijn identiteitskaart te vernieuwen en om het vervallen document aan het gemeentebestuur te bezorgen, overtreedt de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten en kan daardoor een boete krijgen van 26 tot 500 euro. De politieagenten stellen het proces-verbaal van de begane inbreuk op en raden de betrokkene aan om dit in orde te brengen.

    Behalve de hypothese van een gerechtelijk beslag, verbiedt artikel 34, §4, van de wet op het politieambt de politiediensten om identiteitsdocumenten in te houden van de houder.

    De gemeentebeambte kan, op basis van artikel 5, §1, 1° van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, de vervallen identiteitskaart inhouden van een persoon die zich aan het loket aanbiedt om een uittreksel uit het bevolkingsregister of een certificaat op basis van deze registers te krijgen. De gemeentebeambte kan de identiteitskaart eveneens inhouden van een persoon die van ambtswege afgevoerd is van het bevolkingsregister, dit op basis van artikel 5, §3 van voormeld koninklijk besluit van 25 maart 2003.

  • Mag men bij het onthaal van een openbaar gebouw een identiteitskaart vragen en bijhouden?

    De bepalingen van artikel 1, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 29 juli 1985 betreffende de identiteitskaarten werden behouden in het koninklijk besluit betreffende de identiteitskaarten van 25 maart 2003. Deze bepalingen leggen vast aan wie de identiteitskaart getoond moet worden. Dit is het geval bij elk verzoek van de politie, in het kader van haar wettelijke en reglementaire opdrachten, alsmede bij elke vraag naar certificaten en uittreksels door gemeentelijke of door andere openbare diensten.

    Over het algemeen sluiten deze bepalingen de mogelijkheid niet uit om naar de identiteitskaart te vragen bij het onthaal van een gebouw dat tot de openbare of privésfeer behoort. Het spreekt voor zich dat voornoemde bepalingen niet toelaten dat het onthaalpersoneel, bijvoorbeeld, de identiteitskaart langer bijhouden dan nodig om kennis te nemen van de identiteit.

    Wat de verplichting betreft om zijn identiteitskaart voor te leggen (zonder dat deze bijgehouden wordt), bepaalt het koninklijk besluit van 25 maart 2003 dat de identiteitskaart voorgelegd moet worden “als de houder het bewijs van zijn identiteit dient te leveren”, dit wil zeggen dat dit beoordeeld moet worden in functie van het algemene principe dat geldt voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, namelijk dat het doel waarvoor de voorlegging van de kaart wordt geëist, wettig, bepaald en expliciet moet zijn. Het feit om zich te moeten verzekeren van de identiteit van de bezoekers in het licht van het eigendomsrecht en van de noodzaak om de veiligheid van een gebouw te verzekeren, lijkt aan deze criteria te voldoen. Het is echter niet gerechtvaardigd om de identiteitskaart bij te houden tijdens de duur van het bezoek. Het feit om aan een derde te vragen om zijn identiteitskaart voor te leggen, moet bepaald worden door een wet, een besluit of een intern reglement.

Geldigheid

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat is de normale geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart uitgereikt sinds maart 2014?

    De elektronische identiteitskaart, die wordt uitgereikt aan de Belgische burgers, blijft tien jaar geldig (in plaats van vijf jaar) vanaf de datum van aanvraag van de kaart door de burger.

  • Waarom werd de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart van 5 jaar naar 10 jaar gebracht?

    De verlenging van de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart van Belg van vijf naar tien jaar brengt een vermindering van de administratieve lasten voor de burgers en de gemeenten met zich mee. De burger dient in het vervolg slechts één keer om de 10 jaar (en niet meer om de 5 jaar) de kosten voor het nemen van een pasfoto en voor het aanmaken van een identiteitskaart te betalen. Ook moet hij/zij zich minder vaak verplaatsen naar het gemeentebestuur. Bovendien betekent deze maatregel een beperking van de desbetreffende werklast voor de gemeenten.

  • Is de elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 5 jaar die vóór maart 2014 uitgereikt werd, nog geldig, ondanks het in omloop brengen van de elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 10 jaar?

    Ja, tot de vervaldatum. Daarna wordt de burger opgeroepen om een elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 10 jaar (of 6 of 30 jaar in geval van afwijking) te krijgen. Er zal dus een overgangsperiode zijn (van maart 2014 tot maart 2019) tijdens welke de elektronische identiteitskaarten met een geldigheidsduur van 5 of 10 jaar naast elkaar zullen bestaan.

  • Zijn er afwijkingen betreffende de normale geldigheidsduur van 10 jaar van de elektronische identiteitskaart?

    Ja, er zijn 2 afwijkingen.

    In afwijking van de normale geldigheidsduur van tien jaar:

    • is de elektronische identiteitskaart uitgereikt aan Belgische minderjarigen die de volle twaalf jaar en minder dan achttien jaar oud zijn, zes jaar geldig vanaf de datum van aanvraag van de kaart;

    • is de elektronische identiteitskaart uitgereikt aan Belgische burgers die vijfenzeventig jaar en ouder zijn, dertig jaar geldig vanaf de datum van aanvraag.

  • Waarom is de elektronische identiteitskaart voor Belgische minderjarigen van 12 tot 18 jaar slechts 6 jaar geldig?

    Deze termijn van zes jaar werd in de eerste plaats gekozen omdat de fysionomie en dus ook de gelaatstrekken van de minderjarigen tussen twaalf en achttien jaar nog veel veranderen. Een kaart met een geldigheidsduur van tien jaar met dezelfde foto, die gemaakt is op de leeftijd van twaalf jaar, is dan ook niet aangewezen, noch aanvaardbaar.

    In de tweede plaats werd deze termijn van zes jaar gekozen, omdat minderjarigen tot de leeftijd van achttien jaar onbekwaam zijn om rechtshandelingen te stellen. Overeenkomstig artikel 488 van het Burgerlijk Wetboek wordt de meerderjarigheid immers vastgesteld op de volle leeftijd van achttien jaar en derhalve wordt men pas op deze leeftijd bekwaam geacht tot het stellen van alle burgerhandelingen.

    De elektronische identiteitskaart die wordt uitgereikt aan de Belgische kinderen van twaalf tot achttien jaar, bevat daarom enkel een certificaat om zich te identificeren, maar niet om een handtekening te zetten.

  • Moet een persoon van 75 jaar of ouder in het bezit zijn van een geldige elektronische identiteitskaart?

    Ja.

    Belgische burgers van vijfenzeventig jaar en ouder die in het bezit zijn van een elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 5 jaar, moeten hun huidige kaart enkel vernieuwen als ze vervalt. Deze burgers zullen tijdig opgeroepen worden om een elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 30 jaar te krijgen.

    Indien deze Belgische burgers van vijfenzeventig jaar en ouder daarentegen nog in het bezit zijn van een geplastificeerde identiteitskaart «oud model», moeten zij deze vervangen door een elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 30 jaar.

  • Wat is de geldigheidsduur van een elektronische identiteitskaart uitgereikt aan een persoon van 75 jaar of ouder sinds maart 2014?

    De elektronische identiteitskaart uitgereikt aan Belgische burgers van vijfenzeventig jaar en ouder is dertig jaar geldig vanaf de datum van aanvraag.

  • Waarom is de elektronische identiteitskaart voor personen van 75 jaar en ouder 30 jaar geldig?

    Veel bejaarde personen zijn mentaal of fysiek niet langer in staat om zelf nog gevolg te geven aan de oproeping voor een elektronische identiteitskaart en zich hiervoor persoonlijk naar het gemeentehuis te begeven. Deze situatie doet derhalve een systeem van volmachten en administratieve lasten ontstaan voor de familie of het personeel van de rusthuizen, alsook voor de gemeentebesturen.

    Bovendien ondergaan bejaarden meestal geen grote fysionomische veranderingen meer, zodat de gebruikte foto gedurende de volledige geldigheidsduur van hun kaart houdbaar blijft.

    Overeenkomstig de Resolutie 77/26 van de Raad van Europa van 28 september 1977 betreffende de opmaak en de harmonisatie van nationale identiteitskaarten, moet een identiteitskaart een begin- en einddatum hebben. Daarom wordt heden een geldigheidsduur van dertig jaar aangenomen voor de elektronische identiteitskaarten van de Belgische burgers van vijfenzeventig jaar en ouder.

    De certificaten van de elektronische identiteitskaarten die worden uitgereikt aan bejaarde personen van 75 jaar en ouder, zullen echter om de tien jaar vernieuwd moeten worden om geldig te blijven teneinde een functioneel en veilig gebruik van de certificaten te waarborgen (de elektronische identiteitskaart zelf van 30 jaar blijft geldig).

  • Kan een persoon van 75 jaar en ouder zijn elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 30 jaar vernieuwen?

    Bejaarde burgers kunnen steeds vrijwillig een nieuwe elektronische identiteitskaart aanvragen indien zij dit zelf nodig vinden. Bovendien blijven de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten van toepassing. Dit artikel zegt dat de elektronische identiteitskaart vernieuwd wordt wanneer de houder een kaart in een andere taal wenst, wanneer de foto van de houder niet meer gelijkend is, wanneer de kaart beschadigd is, wanneer de houder van naam of voornaam verandert, wanneer de houder van geslacht verandert en bij verlies van de Belgische nationaliteit.

  • In welke landen wordt mijn elektronische identiteitskaart erkend als geldig identiteits- en reisdocument?

    De elektronische identiteitskaart kan als reisdocument gebruikt worden voor verplaatsingen binnen de Lidstaten van de Europese Unie, in enkele grenslanden van de Unie, alsmede in enkele verder gelegen landen, die een toeristische trekpleister vormen.

    De duur van een verblijf in een vreemd land (voor privé-doeleinden of om toeristische of familiale redenen) mag, over het algemeen, niet langer dan drie maanden bedragen. Dezelfde voorwaarden zijn over het algemeen van toepassing op zakenreizen. In geval van twijfel kan u contact opnemen met de ambassade of het consulaat van het land van bestemming.

    Een geldig paspoort wordt vereist voor alle landen waar het voorleggen van uw identiteitskaart niet voldoende is. Naast een geldig paspoort eisen sommige landen ook dat dit voorzien is van een visum. Dit is een toelating om binnen te komen en gedurende een beperkte periode op hun grondgebeid te verblijven. Als u door uw reis genoodzaakt bent om door meerdere landen te reizen, kan een transitvisum vereist zijn. Dit is geldig om binnen een bepaalde periode een beperkt aantal keer een doorreis te verrichten. De aanvraag tot het bekomen van een visum wordt gericht aan de ambassades of consulaten van de landen die u wenst te bezoeken. Voor meer informatie,kan u de website van de FOD Buitenlandse Zaken raadplegen, die terzake bevoegd is: http://diplomatie.belgium.be/.

    Ten slotte bezitten kinderen onder de twaalf jaar nog geen identiteitskaart. Hun ouders kunnen een Kids-ID met foto, die een geldigheidsduur van 3 heeft, aanvragen bij de gemeente ten minste 15 dagen voor zij op reis vertrekken. Dit identiteitsdocument geeft hun echter niet automatisch toegang tot alle landen waar Belgen, op eenvoudig vertoon van hun identiteitskaart, toegelaten worden.

    Alle lidstaten van de Europese Unie laten het Kids-ID toe als het kind vergezeld is door zijn ouders. Voor andere landen is het raadzaam om daar bevestiging van te vragen bij het reisagentschap of de ambassade van het land van bestemming.

    In de praktijk is het mogelijk dat de leden van een gezin die ouder dan twaalf jaar zijn met hun Belgische identiteitskaart in een land toegelaten worden, terwijl de personen jonger dan twaalf een paspoort nodig hebben.

Vermeldingen

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Welke elementen moeten op de identiteitskaart vermeld worden?

    De vermeldingen die op de identiteitskaart staan, worden uit de bevolkingsregisters gehaald en worden bepaald in artikel 14 van de wet van 25 maart 2003 tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

    Op de voorkant van de identiteitskaart werd, op het bovenste gedeelte, enerzijds het woord "België" en anderzijds het woord "identiteitskaart" geplaatst, voor een houder die de hoedanigheid van Belg heeft. Deze woorden zijn eerst op de identiteitskaart gedrukt in de taal van de gemeente die het document uitreikt of in de taal die de houder kiest uit de talen die toegestaan zijn in de gemeenten, bedoeld in artikelen 6 tot 8 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en vervolgens in de twee andere landstalen en in het Engels.

    De titels van de rubrieken waaronder op de identiteitskaart de persoonlijke gegevens, eigen aan elke houder, geplaatst zijn, worden allereerst vermeld in de taal van de gemeente van uitreiking van het document of in de taal die door de houder gekozen werd, volgens het in de vorige alinea gehanteerde onderscheid, en vervolgens in het Engels.

    De informatiegegevens van persoonlijke aard, die met het blote oog zichtbaar zijn en op elektronische wijze gelezen kunnen worden, zijn:

    • de naam;
    • de eerste twee voornamen;
    • de eerste letter van de derde voornaam;
    • de nationaliteit;
    • de geboorteplaats en -datum;
    • het geslacht;
    • de plaats van de uitreiking van de kaart;
    • de datum van het begin en het einde van de geldigheidsduur van de kaart;
    • de benaming en het nummer van de kaart;
    • de foto van de houder;
    • het identificatienummer van het Rijksregister.

    De informatiegegevens van persoonlijke aard, die uitsluitend met het blote oog zichtbaar zijn, zijn de volgende:

    • de handtekening van de houder;
    • de handtekening van de gemeentelijke ambtenaar.

    De informatiegegevens van persoonlijke aard, die op elektronische wijze leesbaar zijn, betreffen:

    • de identiteits- en handtekeningsleutels;
    • de indentiteits- en handtekeningscertificaten;
    • de geaccrediteerde certificatiedienstverlener;
    • de informatie nodig voor de authentificatie van de kaart, voor de beveiliging van de elektronisch leesbare gegevens voorkomend op de kaart en voor het gebruik van de bijhorende gekwalificeerde certificaten;
    • de andere, door de wetten opgelegde, vermeldingen;
    • de hoofdverblijfplaats van de houder.

    Opmerking: de burgerlijke stand van personen wordt niet meer op de identiteitskaart vermeld.

  • Mag men de gebruikelijke voornaam op de identiteitskaart laten vermelden?

    Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 25 maart 2003 tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, mogen de twee eerste voornamen en de eerste letter van de derde voornaam van de houder op de elektronische identiteitskaart vermeld worden. De identiteitskaart mag geen andere informatiegegevens bevatten dan die welke uitdrukkelijk bepaald zijn door de reglementering. De voornamen worden op de kaart vermeld zoals ze op de geboorteakte geschreven staan, rekening houdende met de beschikbare plaats, waarbij de exacte spelling en de juiste volgorde dienen gerespecteerd te worden.

  • Wat moet men op de elektronische identiteitskaart vermelden voor personen die in het buitenland geboren zijn, in het geval dat enkel het land gekend is?

    De geboorteplaats is de naam van de gemeente. Indien de geboorteplaats in het buitenland ligt, wordt deze niet meer gevolgd door het land tussen haakjes en de eventuele afkorting ervan. Bijvoorbeeld: “Hanoi” en niet meer “Hanoi (Vietnam)”.

    Indien de geboorteplaats echter onbekend is, wordt het geboorteland in het Rijksregister opgenomen en wordt dit aangeduid op de kaart in het veld “geboorteplaats”. Het gaat om het geboorteland op het moment van de geboorte (bijvoorbeeld: desgevallend, Zaïre en niet Congo).

  • Geeft de reglementering betreffende de elektronische identiteitskaarten de burger de mogelijkheid om te vragen dat zijn rijksregisternummer niet op zijn kaart zou vermeld worden?

    Neen, integendeel, de wet van 25 maart 2003 stelt dat het identificatienummer van het Rijksregister een informatiegegeven van persoonlijke aard is, dat op de kaart vermeld moet worden en zowel met het blote oog als op elektronische wijze leesbaar moet zijn.

  • Mag men bepaalde handicaps zoals doof, stom, blind, enz. op een elektronische identiteitskaart vermelden?

    Enkel de vermeldingen die door de wet voorzien zijn, mogen op een identiteitskaart vermeld worden.

    Het op de identiteitskaart vermelden van gegevens van medische aard die eigenlijk zeer delicaat en persoonlijk zijn, zou als discriminerend kunnen worden beschouwd. Deze informatiegegevens zouden overigens problemen kunnen veroorzaken op het niveau van de interpretatie en de registratie door de ambtenaren van de burgerlijke stand of door hun gemachtigden, die geen enkele bevoegdheid op medisch vlak hebben.

Adres

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Vervalt de identiteitskaart bij elke adreswijziging? Krijgen de burgers die naar een andere gemeente verhuizen een oproeping?

    Neen, als de elektronische identiteitskaart van de houder nog steeds geldig is, hoeft zij niet te worden vervangen. Dat is één van de grote voordelen van de elektronische identiteitskaarten voor de burger, die geen nieuwe kaart meer moet betalen wanneer hij van de ene naar de andere gemeente verhuist.

    De houder moet zich echter bij binnen de 8 dagen na de verandering op het gemeentebestuur aanbieden, om zijn verblijfsverandering aan te geven. Na onderzoek door het gemeentebestuur, kan hij zijn nieuwe adres op de chip van zijn identiteitskaart laten inschrijven.

  • Waarom wordt het adres op de elektronische identiteitskaart niet meer vermeld en is het niet meer zichtbaar?

    Resolutie (77) 26 van de Raad van Europa van 28 september 1977 met betrekking tot het opmaken en het harmoniseren van de nationale identiteitskaarten vermeldt dat het adres een facultatief gegeven is.

    Aangezien het adres door de Europese reglementering niet als een identiteitsgegeven beschouwd wordt, werd beslist om het adres dat met het blote oog zichtbaar is, te schrappen teneinde het de burger gemakkelijker te maken. Bij een adreswijziging moet de kaart dus niet vervangen en voor een nieuwe kaart betaald worden. Het volstaat om naar zijn gemeentebestuur te gaan om de informatie op de chip te laten aanpassen.

    Aangezien ongeveer 10 % van de Belgen elk jaar verhuist, betekent dat dat de samenleving circa 10 miljoen euro zal besparen.

  • Hoe kunnen de instellingen en organismen die verplicht zijn om kennis te hebben van het adres van de houder, in het kader van de diensten of prestaties die zij uitvoeren, in de toekomst dit gegeven controleren?

    Daar zij beschikken over een kaartlezer met chip, conform de technische specificaties gepubliceerd op de websites http://eid.belgium.be/ en http://www.ibz.rrn.fgov.be, en via een programma voor het visualiseren van de gegevens die op de chip staan, kunnen de betrokken instellingen probleemloos kennisnemen van het adres van de houder, wanneer deze zich met zijn kaart aanbiedt.

    De wet bepaalt dat het adres een gegeven is dat enkel elektronisch leesbaar is.

    De installatieprocedure hangt af van het besturingssysteem van uw computer (Windows, Linux of Mac): zie volgende link: http://eid.belgium.be/nl/je_eid_gebruiken/de_eid-middleware_installeren/

  • Bij de uitreiking van de elektronische identiteitskaart blijven sommige gemeenten een papieren document “adresbewijs” uitreiken. Moet men dat verplicht bij zich hebben?

    Neen, helemaal niet. Dat document is geen identiteitsdocument en het bij zich hebben ervan is uiteraard niet verplicht. Men moet enkel zijn elektronische identiteitskaart verplicht bij zich hebben (of in sommige gevallen het attest van verlies of diefstal daarvan).

Chip en certificaten

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Is de houder van de kaart verplicht om de identiteits- en handtekeningscertificaten te activeren?

    Neen, de wet van 25/03/2003 voorziet dat de houder, indien hij dit wenst, kan afzien van het activeren van zijn certificaten.

  • Kunnen alle elektronische identiteitskaarten voorzien worden van de 2 elektronische certificaten (identiteit en handtekening)?

    Neen, het handtekeningcertificaat kan niet geactiveerd worden voor personen die onbekwaam geacht worden krachtens de geldende wetgeving.

  • Wat met het handtekeningcertificaat van de minderjarigen?

    Tot de leeftijd van achttien jaar zijn minderjarigen niet bekwaam om geldige rechtshandelingen te stellen. Overeenkomstig artikel 488 van het Burgerlijk Wetboek wordt de meerderjarigheid immers vastgesteld op de volle leeftijd van achttien jaar en derhalve wordt men pas op deze leeftijd bekwaam tot het stellen van alle burgerhandelingen.

    De elektronische identiteitskaart die wordt uitgereikt aan de Belgische kinderen van twaalf tot achttien jaar, bevat daarom slechts één actief certificaat, met name het certificaat om zich te identificeren, maar geen certificaat om een handtekening te zetten.

  • Wat is momenteel de gewaarborgde geldigheidsduur van de elektronische certificaten op de identiteitskaart?

    10 jaar. Technologische evoluties zijn in de toekomst steeds mogelijk.

  • Wat met de elektronische certificaten op de elektronische identiteitskaarten met een geldigheidsduur van 30 jaar?

    De certificaten van de elektronische identiteitskaarten die worden uitgereikt aan bejaarde personen van 75 jaar en ouder, zullen om de 10 jaar vernieuwd moeten worden om geldig te blijven teneinde een functioneel en veilig gebruik van de certificaten te waarborgen (de elektronische identiteitskaart van 30 jaar blijft geldig). De gemeente kan een rekeying uitvoeren van de certificaten, eventueel bij volmacht. Technologische evoluties zijn in de toekomst steeds mogelijk.

  • Wat met de certificaten wanneer een jongere van 16 jaar zijn/haar zijn/haar elektronische identiteitskaart met een geldigheidsduur van 6 jaar verliest?

    Indien een burger die tussen de 12 en de 18 jaar oud is, zijn/haar kaart verliest of indien zijn/haar kaart gestolen wordt, ontvangt hij/zij, na de nodige stappen te hebben uitgevoerd vermeld in Hoofdstuk VI van de Algemene Onderrichtingen betreffende de elektronische identiteitskaart van Belg, een kaart met een geldigheidsduur van 6 jaar. Wanneer deze burger 18 jaar is, kan hij/zij naar de gemeente gaan voor een rekeying van zijn/haar certificaten, opdat zijn/haar kaart het identiteits- en handtekeningcertificaat zou bevatten.

    Voorbeeld: Een burger ontvangt op 12-jarige leeftijd een kaart met een geldigheidsduur van 6 jaar met identiteitscertificaat, maar hij/zij verliest zijn/haar kaart wanneer hij/zij 16 jaar is; hij/zij krijgt dan een kaart met een geldigheidsduur van 6 jaar (geldig tot zijn/haar 22ste) met identiteitscertificaat, maar wanneer hij/zij de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft, kan hij/zij naar de gemeente gaan voor een rekeying van zijn/haar certificaten, opdat zijn/haar kaart een identiteits- en handtekeningcertificaat zou bevatten.

  • Kunnen de certificaten in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaatsingetrokken worden?

    Neen, de intrekking van de certificaten kan enkel plaatsvinden in de gemeente van inschrijving (of via de Helpdesk DOC STOP).

  • Bevat de elektronische identiteitskaart onzichtbare informatiegegevens?

    De kaart bevat een elektronische chip. Daarop staan dezelfde informatiegegevens geregistreerd als die op de kaart, namelijk uw adres, alsmede de identiteits- en handtekeningscertificaten, die u de mogelijkheid bieden om onder andere, met behulp van een kaartlezer, documenten elektronisch te ondertekenen.

  • Wat te doen als de elektronische identiteitskaart defect is of de chip losgekomen is?

    In geval van een defecte of losgekomen chip waarbij vaststaat dat de burger niet verantwoordelijk is voor de situatie, zullen de kosten verbonden aan, in voorkomend geval, de productie van een nieuwe kaart, niet door de burger gedragen moeten worden. De eventuele kosten verbonden aan de noodzaak om een beroep te doen op de spoedprocedure, zullen eveneens niet door de burger ten laste genomen worden als er een tastbaar bewijs is dat het noodzakelijk is om een beroep te doen op de spoedprocedure.

    Een aanvraag tot terugbetaling moet evenwel altijd door de gemeente ingediend worden en de beslissing wordt onderworpen aan een onderzoek van de situatie.

    De gemeenteambtenaar voert een eerste analyse uit en onderzoekt de kaart om elke nalatigheid op te sporen. Indien het defect toe te wijzen is aan een nalatigheid van de burger, zullen de kosten verbonden aan de nieuwe kaart niet terugbetaald worden.

    1) Indien de gemeenteambtenaar van mening is dat de burger zijn/haar kaart niet als een goede huisvader gebruikt heeft, moet hij, aan de hand van het door de burger te ondertekenen formulier, aan de burger vragen of de betrokkene akkoord is met zijn beslissing. Als dit het geval is, dan kan de defecte kaart vernietigd worden.

    Indien de burger niet akkoord is met de mening van de gemeenteambtenaar, heeft hij/zij de mogelijkheid om een bijkomende analyse door de Helpdesk ADIB te vragen (cf. Bijlage 32).

    2) In alle gevallen waarbij de Helpdesk de terugbetaling aan de burger weigert, stuurt de Helpdesk een mail naar de gemeente waarin hij de reden voor de weigering tot terugbetaling vermeldt.

  • Kan de houder van de elektronische identiteitskaart kennis nemen van de inhoud van de chip, en zo ja, op welke wijze?

    Ja, de burger kan op elk ogenblik, door middel van deze kaart, de gegevens nazien die opgenomen zijn op de elektronische chip. Als hij vaststelt dat één van de gegevens van persoonlijke aard, die op de kaart opgenomen zijn, onvolledig, onnauwkeurig of onjuist is, kan hij aan de gemeente vragen om dit gegeven te verbeteren.

    Hoe kan de visualisatie verricht worden?

    • hetzij met behulp van een persoonlijke PC die uitgerust is met een compatibele chipkaartlezer en waarop het visualisatieprogramma "gedownload" wordt;
    • hetzij bij de gemeente waar de visualisatie verricht wordt op de PC van de gemeente (RA-PC).

Elektronische handtekening

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Heeft een elektronische handtekening dezelfde bewijskracht als een manuele handtekening?

    Ja.

    Wat de nationale wetgeving betreft, dient er verwezen te worden naar:

    1. De wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure wijzigt het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek wat “het bewijs van de verplichtingen” betreft. Deze wijzigingen strekken ertoe een functionele definitie van de elektronische handtekening in te stellen, opdat deze dezelfde waarde zou hebben als een handgeschreven handtekening. De elektronische handtekening moet het mogelijk maken om de auteur van een bericht met zekerheid te identificeren en zijn instemming met de inhoud van het bericht te bewijzen. Deze wet voegt met name een tweede lid toe in artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek waarin het volgende bepaald wordt: “Kan, voor de toepassing van dit artikel, voldoen aan de vereiste van een handtekening, een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont”.

    2. De wet van 21 juli 2016 tot uitvoering en aanvulling van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, houdende invoeging van titel 2 in boek XII "Recht van de elektronische economie" van het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan titel 2 van boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan titel 2 van boek XII, in de boeken I, XV en XVII van het Wetboek van economisch recht heft de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, gewijzigd bij de wet van 15 februari 2012 en het koninklijk besluit van 6 december 2002 houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren, op.

      Het toepassingsgebied van deze wet wordt gepreciseerd in artikel 5. Bepaalde regels ter aanvulling van verordening 910/2014 worden vastgelegd in verband met het juridisch kader voor diensten van elektronische handtekening, elektronisch zegel, elektronische archivering, elektronische aangetekende zending en elektronische tijdstempel, verleend door een vertrouwensdienstverlener die in België gevestigd is, of voor een elektronische archiveringsdienst die voor eigen rekening door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in België gevestigd is, wordt uitgebaat.

      Artikel 7, § 11 van de voormelde wet strekt ertoe ervoor te zorgen dat de documenten die elektronisch ondertekend worden in alle juridische veiligheid gematerialiseerd kunnen worden. Artikel 7, § 12 strekt er op dezelfde wijze toe de documenten met een elektronisch zegel te materialiseren. In de praktijk hebben de kopieën en uittreksels die via “Mijn Dossier” uitgereikt en afgeprint worden, dezelfde juridische waarde als de kopieën en uittreksels van de bevolkingsregisters die door de gemeente uitgereikt worden.

    3. De wet van 15 december 2013 houdende invoeging van Boek XII, "Recht van de elektronische economie", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XII, in de Boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht, waarvan we in het bijzonder artikel XII.15 (zoals aangevuld door de voormelde wet van 21 juli 2016) vermelden.

      Aan elke wettelijke of reglementaire vormvereiste voor de totstandkoming van contracten langs elektronische weg is voldaan wanneer de functionele kwaliteiten van deze vereiste zijn gevrijwaard. Er moet in overweging genomen worden dat:
      - aan de vereiste van een geschrift is voldaan door een opeenvolging van verstaanbare tekens die toegankelijk zijn voor een latere raadpleging, welke ook de drager en de transmissiemodaliteiten ervan zijn;
      - aan de uitdrukkelijke of stilzwijgende vereiste van een handtekening is voldaan wanneer deze laatste beantwoordt aan de voorwaarden van ofwel artikel 1322, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ofwel van artikel 3.12 van de verordening 910/2014;
      - aan de vereiste van een geschreven vermelding van degene die zich verbindt, kan worden voldaan door om het even welk procédé dat waarborgt dat de vermelding effectief uitgaat van deze laatste.

  • Kan de houder van een elektronische identiteitskaart op een geldige wijze met behulp van die kaart documenten ondertekenen?

    Ja, natuurlijk. Dankzij uw eID met geactiveerde certificaten is het mogelijk om met name mails te ondertekenen of om aangetekende mails te versturen en om te kopen, te verkopen, te factureren, te bestellen, te reserveren en contracten af te sluiten.

    Steeds meer softwareleveranciers maken gebruik van de kansen die de eID hun biedt.

    Het is van nu af aan mogelijk om “aangetekende” e-mails te sturen, die dezelfde wettelijke waarde hebben als aangetekende zendingen per post, en die u “tekent” met uw eID.

    U kan documenten van Microsoft Office (zoals Word en Excel) van een wettelijke handtekening voorzien.

    U kan e-mails die verzonden worden via Outlook van een wettelijke handtekening voorzien met uw eID.

  • Kan men met de elektronische identiteitskaart op een veiligere manier surfen?

    Ja, zij verhoogt de beveiliging van het Internet, met name door de identificatie van de burger en de beveiliging van discussieruimtes. De toegang met de eID biedt een betere beveiliging van netwerken tegen hacking dan de toegang door middel van een gebruikerswoord en een paswoord.

Uitreikingsprocedure

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Mag een gemeente weigeren een Belgische identiteitskaart uit te reiken?

    Volgens de reglementering op de identiteitskaarten moet elke Belg vanaf de volle leeftijd van 15 jaar houder zijn van een identiteitskaart en die steeds bij zich hebben.

    Het is niet voorzien dat de gemeente kan weigeren een identiteitskaart uit te reiken aan een persoon die regelmatig ingeschreven is in haar bevolkingsregister, maar men moet zich richten tot de gemeente van de hoofdverblijfplaats om zijn identiteitskaart te krijgen.

  • Welke is de normale termijn voor de aanmaak van de identiteitskaart?

    De normale termijn voor de terugkeer van de vervaardigde identiteitskaart naar de gemeente bedraagt drie weken, te rekenen vanaf de datum van verzending van het ondertekende basisdocument door de gemeente naar de firma “ZETES”, die belast is met de aanmaak van de elektronische identiteitskaarten.

  • Worden de PIN- en PUK-codes, die voor de burger bestemd zijn, door de firma ZETES samen verstuurd met de levering van de identiteitskaarten aan de gemeente?

    Wegens veiligheidsredenen en teneinde te vermijden dat de burger zijn geheime codes ontvangt voordat de kaart aan de gemeente geleverd wordt, behoudt de firma ZETES de aangemaakte kaarten totdat de firma, die belast is met de beveiligde verdeling van de kaarten in de gemeenten, ze komt afhalen met het oog op de overhandiging ervan aan de gemeenten.

    Na er zich van vergewist te hebben dat de aangemaakte elektronische identiteitskaarten in de gemeente van bestemming terecht zijn gekomen, begint de producent van de kaarten aan de beveiligde aanmaak van de PIN- en PUK-mailings, die bestemd zijn voor de houders van de aangemaakte kaarten.

    Zodra de burger deze geheime codes ontvangen heeft, kan hij zich komen aanmelden bij de gemeente zonder dat hij het gevaar loopt zich nutteloos verplaatst te hebben.

  • Wanneer wordt het elektronisch basisdocument bij de gemeente opgesteld?

    Het elektronisch basisdocument moet uitgegeven worden in aanwezigheid van de burger (behalve in enkele specifieke gevallen die in de reglementering bepaald zijn).

    De gemeente voert een gedetailleerde controle uit van de informatie op het scherm alvorens het basisdocument via elektronische weg naar de kaartproducent te sturen. Een kopie van het basisdocument kan op vraag van de burger afgeprint worden net voor het elektronisch verstuurd wordt. Indien zou blijken dat de informatiegegevens niet correct zijn, moet de aanvraag geannuleerd worden. Er kan een nieuw basisdocument gevraagd worden na verbetering van de informatiegegevens in het Rijksregister.

  • Wat gebeurt er wanneer een persoon zich in de onmogelijkheid bevindt om te tekenen?

    Wanneer de titularis van de kaart, wegens zijn analfabetisme, een lichamelijke of een mentale handicap of tengevolge van een ernstige en langdurige ziekte, zich in de onmogelijkheid bevindt om te tekenen, duidt de gemeenteambtenaar de optie "vrijgesteld" aan.

    Behalve in het geval waarbij duidelijk vastgesteld wordt dat de betrokken burger niet in staat is om te tekenen (bijvoorbeeld in geval van een duidelijk zichtbare fysieke of mentale handicap die het onmogelijk maakt om een handtekening te zetten), moet het bewijs van de onmogelijkheid om te tekenen voor de burger aangetoond worden door een recent medisch attest.

    Als de burger tijdelijk

    niet in staat is om te tekenen, bijvoorbeeld door een ongeval, en dat dit bevestigd kan worden door een medisch attest, kan de ambtenaar beslissen om het laatste elektronisch beeld van de handtekening te gebruiken, mits het akkoord van de burger en op voorwaarde dat het elektronisch beeld van de handtekening reeds opgenomen is in het centraal bestand van de identiteitskaarten.

  • Hoe kan men het probleem oplossen betreffende de bejaarden die in rustoorden verblijven en die zich in de onmogelijkheid bevinden om zich te verplaatsen teneinde hun kaart te laten activeren?

    Voor deze categorie personen zijn er specifieke procedures voorzien teneinde hun elektronisch basisdocument op te stellen en hen in het bezit te stellen van een identiteitskaart.

    Wat de activering van de identiteitskaart en van de er opgenomen certificaten betreft, kan het probleem als volgt opgelost worden: de betrokken bejaarde zou aan een vertrouwenspersoon een volgens de regels opgemaakte volmacht (zie model onder bijlage 27 van de Algemene onderrichtingen betreffende de elektronische identiteitskaarten) kunnen verlenen.

    Voor verdere details kan u de rubriek “Algemene Onderrichtingen” (hoofdstuk V) van deze site raadplegen.

  • Welke maatregelen kunnen genomen worden wanneer iemand weigert gevolg te geven aan de uitnodiging om het basisdocument met het oog op het aanmaken van een nieuwe identiteitskaart, te komen ondertekenen ?

    De vernieuwingsprocedure voor de identiteitskaarten, die vervangen moeten worden na een periode van 10 jaar, wordt automatisch ingezet door de FOD Binnenlandse Zaken, ten minste drie maanden voor de vervaldatum.

    Als de houder zich niet bij de bevolkingsdienst heeft aangemeld ten laatste drie maanden na de datum die vermeld staat op de oproepingsbrief van het gemeentebestuur waarin hij verzocht wordt om zijn elektronische basisdocument te komen opstellen met het oog op het verkrijgen van een nieuwe elektronische identiteitskaart, wordt zijn huidige identiteitskaart geannuleerd in het register van de identiteitskaarten (aangezien deze verlopen is); dit wordt vermeldt op de oproeping.

    Men moet zich baseren op hoofdstuk IV, punt 5.5. van de Algemene onderrichtingen betreffende de elektronische identiteitskaarten.

  • Wat moet de burger bij zich hebben op het ogenblik van de activering en de uitreiking van zijn elektronische identiteitskaart?

    De burger moet zijn PIN-code (Private Identification Number) en zijn PUK-code (Personal Unblocked Key) bij hebben om naar de bevolkingsdienst van zijn gemeente te gaan teneinde er zijn elektronische identiteitskaart af te halen. Hij moet eveneens zijn oude kaart teruggeven.

    De gemeentelijke beambte legt het toekomstige nut van de codes uit en verzoekt de burger om de briefwisseling met de codes zorgvuldig op een andere plek bewaren dan die waar hij zijn elektronische identiteitskaart bewaart.

  • Wordt een vervaardigde elektronische identiteitskaart gedurende onbepaalde duur bewaard bij het gemeentebestuur ?

    Indien de houder zijn nieuwe kaart niet afgehaald heeft binnen drie maanden na de eerste aanmaning door het gemeentebestuur, zal deze kaart geannuleerd worden in het register van de identiteitskaarten en vernietigd. De termijn wordt op maximum één jaar gebracht voor de personen die in één van de gevallen van tijdelijke afwezigheid verkeren, zoals bedoeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.

  • Mag een gemeentebestuur een voor eensluidend verklaard afschrift van een identiteitskaart uitreiken?

    Krachtens artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten, is de identiteitskaart een bewijs van inschrijving in de bevolkingsregisters van de gemeente die ze uitgeeft. Zij is opgesteld aan de hand van deze registers, maar zii is geen eenvoudige kopie.

    Een voor eensluidend verklaard afschrift van een Belgische identiteitskaart heeft voor de Belgische overheid geen enkele officiële waarde. Enkel de identiteitskaart of het attest van verlies of van vernietiging van deze kaart gelden als bewijs van de identiteit, als het geval zich voordoet.

    Op basis van artikel 126 van de nieuwe gemeentewet zou aan het gemeentebestuur echter kunnen gevraagd worden om een kopie van de identiteitskaart effectief eensluidend te verklaren met het origineel.

    De FOD Binnenlandse Zaken heeft afgeraden gevolg te geven aan een dergelijke aanvraag.

    Er kan bij de gemeente, in een consulaat of bij een notaris evenwel een document verkregen worden waarin vermeld wordt dat de betrokken persoon houder is van een paspoort of identiteitskaart.

    Het attest, met het opschrift van de gemeente, de ambassade of de notaris, moet er als volgt uitzien:

    Bij dit attest kan eveneens een kopie van de identiteitskaart of van het paspoort bijgevoegd worden.

    Indien de informatie gebruikt wordt voor het buitenland, moet het attest ondertekend worden door de burgemeester, de schepen of een notaris. In voorkomend geval moet het vertaald en daarna gelegaliseerd of geapostilleerd worden.

  • Bestaat er een spoedprocedure om een elektronische identiteitskaart te krijgen?

    Ja, er bestaat een spoedprocedure voor de elektronische identiteitskaart.

    De burger moet snel geholpen worden, ofwel omdat hij dringend een nieuwe kaart nodig heeft die de gegevens bevat die met het blote oog zichtbaar zijn, ofwel omdat hij de elektronische functie wil gebruiken, ofwel omdat hij zowel de kaart met de met het blote oog zichtbare gegevens als de elektronische functie nodig heeft.

    Deze spoedprocedure kan met name zeer nuttig zijn bij verlies of diefstal van de identiteitskaart van de burger in het vooruitzicht van een reis naar een Europees land of naar een ander land dat de elektronische identiteitskaart als reisdocument accepteert.

    De spoedprocedure biedt de mogelijkheid aan de burger die zijn aanvraag vóór 15 uur indient, om de eerste werkdag (extreme spoedprocedure) of binnen de twee werkdagen (spoedprocedure) een nieuwe elektronische identiteitskaart te krijgen.

    Overeenkomstig het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarvan de bijlage gewijzigd werd bij ministerieel besluit van 27 maart 2013 (Belgisch Staatsblad van 21 en 29 maart 2013), wordt het bedrag van de vergoedingen volgens de spoedprocedure of de extreme spoedprocedure, afhankelijk van het gebruikte vervoer, op 1 januari van elk jaar, automatisch herzien, vanaf 1 januari 2014.

    Deze bedragen worden jaarlijks aan de gemeenten meegedeeld per omzendbrief.

    De huidige tarieven betreffende de spoedprocedure van de identiteitsdocumenten kunnen geraadpleegd worden onder de rubriek "Tarieven" op onze website.

  • Hoe moet een eID worden vernietigd ?

    De procedure wordt beschreven in bijlage 14 van de Algemene Onderrichtingen.

    De kaart moet twee keer worden gesneden:

    1. door de CHIP
    2. door de FOTO
    3. naar ZETES worden gestuurd in een sealbag met RODE sticker

    Bij Zetes worden de sealbags met rode sticker vernietigd zonder openen.

Vervanging

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wanneer moet de identiteitskaart vervangen worden?

    Naar gelang van het geval moet de kaart vernieuwd of vervangen worden:

    1. bij het verstrijken van de geldigheidsperiode van de identiteitskaart;
    2. wanneer de houder een kaart wenst in een andere taal dan die waarin zijn/haar kaart is opgemaakt, voor zover hij/zij verblijft in een gemeente die gemachtigd is om kaarten in de gekozen taal uit te reiken;
    3. wanneer de foto van de houder niet meer gelijkend is;
    4. wanneer de kaart beschadigd is;
    5. wanneer de houder van naam of van voornaam verandert;
    6. wanneer de houder van geslacht verandert;
    7. in geval van verlies of diefstal van de identiteitskaart;
    8. wanneer de houder daartoe een aanvraag indient.

    De elektronische identiteitskaart wordt aan het gemeentebestuur teruggegeven in alle hierboven bedoelde gevallen van vernieuwing, alsook in geval van verlies van de Belgische nationaliteit of van overlijden van de houder.

  • Wat moet de burger meebrengen naar het gemeentebestuur wanneer hij een kaart aanvraagt?

    De burger moet zich persoonlijk aanbieden bij de bevolkingsdienst van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft, met het oog op de behandeling van het basisdocument, dat door middel van digitale procédés, de mogelijkheid biedt om de identiteitskaart aan te maken.

    De burger moet het volgende meebrengen: een foto die beantwoordt aan de vereiste eigenschappen, alsmede de te vervangen identiteitskaart of, bij gebrek daaraan (allereerste toekenning van een identiteitskaart of vervanging van een verloren, beschadigde of gestolen identiteitskaart), elk ander document waarmee hij zijn identiteit kan bewijzen.

    De prijs die de gemeente vraagt voor de aanmaak van de kaart zal geïnd worden op het ogenblik van de uitgifte van het basisdocument. Het is dus raadzaam voor de burger om op voorhand contact op nemen met het gemeentebestuur of om de website van zijn gemeente te raadplegen, teneinde het bedrag mee te nemen, dat hem ter plaatse zal gevraagd worden.

    Als de burger opgeroepen wordt om zijn huidige kaart te laten vervangen, wordt het door de gemeente gevraagde bedrag op de oproeping vermeld.

  • Waarom worden de identiteitskaarten enkele maanden vóór hun vervaldatum vernieuwd?

    De procedure voor de hernieuwing van de identiteitskaarten wordt automatisch ingezet door de FOD Binnenlandse Zaken drie maanden vóór hun vervaldatum.

    Aangezien het bij zich hebben van een identiteitskaart vanaf de leeftijd van 15 jaar verplicht is, op straffe van door de wet bepaalde strafrechtelijke sancties, wordt alles dus in het werk gezet om aan de burger een geldige identiteitskaart te overhandigen vóór de vervaldatum van de vorige. Bovendien kan de geldigheidsduur van de identiteitskaart niet door de gemeente verlengd worden, aangezien dat één van de beschermde gegevens op de kaart zelf vormt en aangezien dat in het Register van de identiteitskaarten geregistreerd wordt.

  • Als een burger van het ene naar het andere taalgebied verhuist (bijvoorbeeld van Luik naar Oostende), moet hij dan zijn kaart hernieuwen?

    Neen, het volstaat om het adres op de chip van de kaart aan te passen. Deze aanpassing geschiedt natuurlijk in de bestuurstaal van de nieuwe gemeente.

    Als hij dit wenst, kan de burger, bij een verhuizing naar een ander taalgebied, uiteraard een nieuwe identiteitskaart krijgen. Deze wordt echter niet gratis uitgereikt.

Foto's

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Op welke wettelijke basis beroepen de gemeenten zich om bepaalde foto’s bestemd om op een identiteitskaart te worden aangebracht, te weigeren?

    Wat de elektronische identiteitskaarten van de Belgen betreft, moeten de foto’s conform de ICAO normen van de fotomatrix.

    De foto’s worden in vooraanzicht en zonder hoofddeksel genomen (behalve bij het dragen van een hoofddeksel om religieuze of medische redenen). Beide ogen moeten zichtbaar zijn (geen donkere bril, behalve voor de visueel gehandicapten: voorlegging van een medisch attest).

    * Criteria voor het aanvaarden van de foto voor de elektronische identiteitskaarten van Belgen

Prijs

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat is de prijs van een elektronische identiteitskaart?

    Overeenkomstig het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarvan de bijlage gewijzigd werd bij ministerieel besluit van 27 maart 2013 (Belgisch Staatsblad van 21 en 29 maart 2013), wordt het bedrag van de vergoedingen volgens de spoedprocedure of de extreme spoedprocedure, afhankelijk van het gebruikte vervoer, op 1 januari van elk jaar, automatisch herzien, vanaf 1 januari 2014.

    Het bedrag van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van een elektronische identiteitskaart voor Belgen, een verblijfskaart of -document voor vreemdelingen of een elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen jonger dan twaalf jaar, wordt jaarlijks geïndexeerd en per omzendbrief aan de gemeenten meegedeeld.

    De huidige tarieven van de identiteitsdocumenten kunnen geraadpleegd worden onder de rubriek "Tarieven" op onze website.

    Indien ze het wenst, kan de gemeente een gemeentebelasting toevoegen aan het basisbedrag.

    Het bedrag van de kaart dat van de burger wordt gevraagd, moet worden vermeld in zijn/haar oproeping en moet worden geïnd bij de ondertekening van zijn/haar basisdocument.

  • Is de prijs verschillend als ik ervoor kies om de elektronische certificaten niet te activeren?

    Neen, de prijs die door uw gemeente gevraagd wordt, blijft dezelfde, ongeacht of uw kaart voorzien is of niet voorzien is van de elektronische certificaten.

PIN-PUK codes

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat gebeurt bij de reset van een pincode?

    Bij het resetten van een PIN wordt er een VOLLEDIG NIEUWE PIN (willekeurige combinatie) gegenereerd. Er wordt dus NIET teruggegaan naar de originele PIN die op het PIN/PUK-document werd weergegeven. Voor de reset van de PINcode is de PUKcode vereist.

  • Zijn de pin-pukbrieven verschillend bij personen die geen certificaten wensen te activeren ?

    Er bestaan inderdaad twee versies: één voor burgers die de digitale handtekening hebben aangevraagd (met pin- én pukcode), en één voor burgers die géén actieve certificaten hebben aangevraagd (enkel een pukcode).

  • Wat moet men doen als de kaart nog niet geactiveerd is en de burger zijn pin-pukbrief niet heeft ontvangen?

    Het is mogelijk om, via de gemeente, een herafdruk van deze codes aan te vragen.

    • De burger gaat naar de gemeente, vult een verklaring op erewoord van niet-ontvangst van de codes (zie bijlage 9) in en tekent deze. Als de burger zijn aanvraag van herafdruk van de codes bij de gemeente doet per telefoon of e-mail, kan de bijlage 9 vooraf ingevuld worden door de dienst Bevolking en zal deze ondertekend worden door de betrokkene bij ontvangst van zijn codes;
    • De gemeente vraagt via e-mail aan de Helpdesk Belpic om deze codes opnieuw af te drukken. Het onderwerp van deze e-mail moet verplicht gestructureerd zijn als volgt: [Pinpuk]NN ;
    • De Helpdesk Belpic geeft de aanvraag door aan Zetes ;
    • Zetes stuurt de pin-/pukmailing opnieuw naar de gemeente waar de kaart werd uitgegeven in een sealbag met wit etiket.
  • Wat moet men doen als de kaart al geactiveerd is en de burger zijn codes vergeten is en niet meer over zijn pin-pukbrief beschikt waarin deze vermeld staan?

    Het is eveneens mogelijk om via de gemeente een herafdruk van deze codes aan te vragen.

    Opgelet: om dit te doen, mag er geen adreswijziging bezig zijn:

    • De burger gaat naar de gemeente, waar hij een verklaring op erewoord van verlies van de codes (zie bijlage 9) invult en tekent. Als de burger zijn aanvraag van herafdruk van de codes bij de gemeente doet per telefoon of e-mail, kan de bijlage 9 vooraf ingevuld worden door de dienst Bevolking en zal deze ondertekend worden door de betrokkene bij ontvangst van zijn codes;
    • De gemeente vraagt via e-mail aan de Helpdesk Belpic om deze codes opnieuw af te drukken. Het onderwerp van deze e-mail moet verplicht gestructureerd zijn als volgt: [Pinpuk]NN;
    • De Helpdesk Belpic stuurt de aanvraag door naar Zetes nadat de Helpdesk de situatie van de kaart heeft gecontroleerd (deze moet actief zijn) ;
    • Zetes stuurt een pukcode naar de gemeente van beheer van de burger in een sealbag met wit etiket;
    • Met deze pukcode kan een pincode aangevraagd worden via Belpic.

    Sinds 22 april 2010 is het ook mogelijk een aanvraag te doen van een nieuwe PIN/PUK-code via het internet.

    Bij de aanmaak van een nieuwe elektronische identiteitskaart verstuurt de kaartproducent de codes naar de burger. Indien men de PIN-code en/of PUK-code niet meer kent en niet meer in het bezit is van dit document kan men een nieuwe code aanvragen. Sommige gemeenten bieden deze dienst aan via hun e-loket.

    De aanvraag kan nu ook gebeuren via de website van de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de FOD Binnenlandse Zaken. De aanvrager vult zijn rijksregisternummer in en een geldig e-mail adres. De nieuwe codes worden dan verstuurd naar de gemeente waar de aanvrager ingeschreven is.

    Voor de aanvraag van de nieuwe codes hoeft men dus niet meer naar de gemeente. Dat is wel nog nodig om de nieuwe PIN-code te activeren.

  • Wat moet men doen als burger zijn pincode heeft geblokkeerd maar nog over zijn pin-pukbrief beschikt?

    Het is mogelijk om de pincode te deblokkeren door de pukcode te gebruiken.

    Hoe?

    • De burger gaat naar de gemeente;
    • De ambtenaar kiest de rubriek “deblokkeren pincode “ (zie Handleiding Belpic “deblokkeren pincode”);
    • De burger moet zijn pukcode invoeren;
    • Na deze verrichting, wordt de oorspronkelijke pincode gedeblokkeerd en is deze opnieuw operationeel.

    Het is mogelijk om een nieuwe pincode aan te vragen via het gebruik van de pukcode.

    Hoe?

    • De burger gaat naar de gemeente;
    • De ambtenaar kiest de rubriek “Reset pincode “ (zie Handleiding Belpic V20.03 – rubriek “Reset pincode”;
    • De burger moet zijn pukcode invoeren;
    • Een nieuwe pincode wordt weergegeven op de lezer van de burger, deze code is meteen operationeel.

Toegang en recht tot verbetering bij het rijksregister en bij de bevolkingsregisters

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Kan men door middel van zijn elektronische identiteitskaart de gegevens kennen die over zich in het bevolkingsregister opgenomen zijn en hoe kan men de informatiegegevens die onjuist blijken te zijn, laten verbeteren?

    Ja, dat is mogelijk als de identiteits- en handtekeningscertificaten op de kaart geactiveerd zijn.

    De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen voorziet in zijn artikel 6, § 3 dat de houder van de kaart, via deze kaart of bij de gemeente waar hij in de bevolkingsregisters ingeschreven is, steeds inzage kan vragen van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de kaart of via de kaart toegankelijk zijn en het recht heeft op verbetering van zijn persoonsgegevens die niet op nauwkeurige, volledige en juiste wijze zouden opgenomen zijn op de kaart.

    De houder van de kaart heeft het recht om via de kaart of bij de gemeente waar hij in de bevolkingsregisters ingeschreven is, te vragen:

    • om inzage te krijgen in de hem betreffende informatiegegevens, die vermeld staan in het bevolkingsregister of in het Rijksregister van de natuurlijke personen (cf. koninklijk besluit van 05/06/2004 – B.S. van 21/06/2004);
    • deze gegevens te laten verbeteren als ze niet op nauwkeurige, volledige en juiste wijze zouden opgenomen zijn op de kaart (cf. koninklijk besluit van 05/06/2004 – B.S. van 21/06/2004);
    • kennis te nemen van alle overheden, instellingen en personen te kennen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven (cf. koninklijk besluit van 13/02/2005 – B.S. van 28/02/2005).

    Elke houder van een elektronische identiteitskaart waarvan de handtekening- en identiteitscertificaten geactiveerd zijn, kan dus de volgende zaken raadplegen:

    • op elk ogenblik de hem betreffende gegevens die vermeld staan in het Rijksregister van de natuurlijke personen, door middel van een kaartlezer, verbonden met een computer die op het Internet aangesloten is en door middel van de website van het Rijksregister https://mijndossier.rrn.fgov.be
    • op elk ogenblik de hem betreffende informatiegegevens die vermeld staan in het bevolkingsregister, door middel van een kaartlezer, verbonden met een computer die op het Internet aangesloten is en door middel van de website van zijn gemeente, als daar een dergelijke applicatie ontwikkeld werd.
    • de hem betreffende informatiegegevens die vermeld staan in het Rijksregister van de natuurlijke personen of bij het bevolkingsregister bij de gemeente waar hij in de bevolkingsregisters ingeschreven staat.

Mededeling van informatiegegevens uit de bevolkingsregisters

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Kan ik, vanaf mijn PC en zonder mij naar het gemeentebestuur te verplaatsen, een uittreksel krijgen uit de bevolkingsregisters of een getuigschrift dat aan de hand van die registers opgemaakt is?

    Elke houder van een elektronische identiteitskaart waarvan de handtekening- en identiteitscertificaten geactiveerd werden, kan eveneens steeds de hem betreffende informatiegegevens uit het bevolkingsregister raadplegen en ze verkrijgen , onder de vorm van een uittreksel of een getuigschrift dat aan de hand van die registers is opgemaakt, door middel van een kaartlezer verbonden met een computer die op het Internet aangesloten is en door middel van de website van zijn gemeente, als daar een dergelijke applicatie ontwikkeld werd.

    Elke burger kan, vanuit de toepassing “Mijn Dossier”, gratis een attest krijgen dat opgesteld is volgens de informatiegegevens overgenomen uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, overeenkomstig de door de Minister van Binnenlandse Zaken bepaalde modellen, voor zover de informatiegegevens die het bevat op hem betrekking hebben. De betrokken titularis moet geen persoonlijk belang aantonen. Deze attesten zullen een elektronische stempel krijgen.

    Op dezelfde manier kan elke burger een attest krijgen, dat opgesteld is volgens de informatiegegevens opgenomen in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister, voor zover de informatiegegevens die zij bevatten op hem betrekking hebben. De betrokken titularis moet geen persoonlijk belang aantonen.

    De lijst van de attesten, evenals de inhoud en het formaat, verkregen bij de gemeenten, bijvoorbeeld door middel van elektronische loketten, die persoonlijke informatiegegevens uit de bevolkingsregisters bevatten, zullen bepaald worden door de Minister van Binnenlandse Zaken.

Verlies en diefstal

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat moet een persoon doen die zijn kaart verloren heeft of wiens elektronische identiteitskaart gestolen werd? Wat is het gevaar dat een persoon met slechte bedoelingen, in wiens bezit de kaart zou geraakt zijn, ...

    ... frauduleus gebruik zou kunnen maken van de kaart?

    1. In geval van verlies, diefstal of vernieling van de kaart moet de houder daarvan zo snel mogelijk aangifte doen bij de Helpdesk DOC STOP van de ADIB van de FOD Binnenlandse Zaken, bedoeld in artikel 6ter van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, opdat het document zo snel mogelijk als dusdanig gesignaleerd zou worden in de administratieve en politionele databanken en op die manier elk misbruik van het verloren, gestolen of vernield document te vermijden.

      De Helpdesk DOC STOP kan bereikt worden op het nummer 00 800 2123 2123 – DOC STOP, van overal ter wereld, 24u/24 en 7d/7.

      Dit internationaal nummer is gratis toegankelijk in België. Vanuit het buitenland moet hetzelfde nummer worden gevormd, maar moet het kengetal 00 worden vervangen door het internationale kengetal van het land waarvandaan er wordt opgebeld. Is dit nummer niet toegankelijk, dan moet er worden gebeld naar het volgende nummer:+32 2 518 2123 (betalend nummer maar overal beschikbaar).

      Opgelet: het 00800-nummer is niet in alle landen beschikbaar en is evenmin noodzakelijkerwijze beschikbaar voor alle diensten en operatoren (gsm). De beschikbaarheid van het 00800-nummer in de verschillende landen en voor de verschillende diensten en operatoren evolueert voortdurend en is met name afhankelijk van de akkoorden die Belgacom sluit met de verschillende operatoren en landen. Deze situatie is ook afhankelijk van de diensten die elk land aanbiedt. Zo zijn er landen waar het principe van het gratis nummer eenvoudigweg niet bestaat. De informatie m.b.t. de beschikbaarheid van het nummer naargelang het land kan teruggevonden worden op de website https://www.docstop.be.

      De aangifte bij DOC STOP (zoals bij de gemeente) van het verlies, de diefstal of de vernieling van een identiteitsdocument, een elektronische kaart voor vreemdelingen, een elektronische identiteitskaart voor Belgen die in het buitenland verblijven of een paspoort leidt tot de onmiddellijke annulering ervan door DOC STOP, teneinde elk misbruik met het verloren, gestolen of vernielde document te vermijden. De elektronische functies worden onmiddellijk en definitief ingetrokken. Het document is voortaan ongeldig, ook al wordt het daarna nog teruggevonden. Tot slot preciseren we dat DOCSTOP alleen werkt voor Belgische documenten.

      Fax : 02/518.26.16 - e-mail : docstop(at)rrn.fgov.be.

    2. De titularis van de kaart begeeft zich zo vlug mogelijk naar het gemeentebestuur om een getuigschrift van verlies of diefstal (bijlage 12) te krijgen en om, in geval van diefstal, klacht te gaan neerleggen bij de politie.

      Een aangifte van diefstal of verlies bij de politie volstaat niet, zoals ook de aangifte bij de politie de privépersoon niet ontslaat van de verplichting om zijn gestolen of verloren debet- of kredietkaarten te blokkeren bij CARDSTOP. We wijzen erop dat in geval van verlies van een identiteitskaart of een paspoort, de aangifte bij de politie zinloos is indien men zich bevindt in de gemeente waar men woont en het gemeentebestuur open is, en dat het niet past de aangifte bij de politie te eisen. Een aangifte bij uw gemeentebestuur of een oproep naar DOCSTOP volstaat. Anderzijds blijft de aangifte bij de politie verplicht in geval van verlies van een elektronische vreemdelingenkaart. In alle gevallen (behalve voor het paspoort en de elektronische identiteitskaart van een Belg die in het buitenland verblijft) moet de burger, nadat hij naar DOCSTOP heeft gebeld voor zijn aangifte van verlies, diefstal of vernietiging van zijn document, naar de gemeente of de politie gaan om er zijn Bijlage 12 te krijgen die, uitsluitend in België, als voorlopig identiteitsbewijs geldt.

      Het publiek moet bijgevolg worden gesensibiliseerd om elk verlies of elke diefstal van een identiteitsdocument of een paspoort zo snel mogelijk aan te geven bij DOCSTOP teneinde misbruiken met zijn document te voorkomen.

    3. De gebruiker van DOCSTOP ontvangt op het adres van zijn hoofdverblijfplaats een schriftelijke bevestiging van zijn aangifte met een dossiernummer.

    4. De gemeente annuleert de kaart en vraagt aan de certificatiedienstverlener om de certificaten die op de kaart opgenomen waren, in te trekken (als dat nog niet gebeurd is via DOC STOP). Ze start eveneens de procedure voor de fabricatie van een nieuwe identiteitskaart.

  • Welke zijn de mogelijke risico's en gevaren wanneer, bij verlies of diefstal van de kaart, de schorsing van de elektronische functie van de kaart niet vlug genoeg geschiedt?

    Om de identiteits- en handtekeningcertificaten, die op de kaart opgenomen zijn, te kunnen gebruiken, moet men de PIN-code kennen, die een geheime code is die alleen gekend is door de titularis van de kaart.

    Het is onmogelijk deze certificaten te gebruiken in plaats van de titularis van de kaart zonder de PIN-code te kennen.

    Men dient echter zo vlug mogelijk het verlies of de diefstal aan te geven bij de bevoegde instanties teneinde elk misbruik van dit document te vermijden. De schorsing van de elektronische functie vermijdt risico's van frauduleus gebruik van de certificaten.

  • Kan iemand die in het bezit is van mijn kaart, mijn identiteit aannemen?

    De elektronische identiteitskaart werkt op dezelfde manier als een bankkaart met een PIN-code. Zonder deze PIN-code kan niemand op het Internet of op elke andere elektronische applicatie zich als de kaarthouder voordoen. Het is dus belangrijk om de PIN-code uiterst geheim te houden.

  • Wat te doen in geval van diefstal in het buitenland van mijn elektronische identiteitskaart?

    1. De burger vindt de nodige richtlijnen op de website van de FOD Buitenlandse Zaken: http://diplomatie.belgium.be/nl/Diensten/Op_reis_in_het_buitenland/Belgen_in_nood;
    2. De diplomatieke post bezorgt het door de burger ondertekend formulier tot aangifte van verlies of diefstal aan de Helpdesk Docstop;
    3. DOC STOP informeert de gemeente op geautomatiseerde wijze;
    4. De gemeente:
      - annuleert onmiddellijk in Belpic het nummer van de kaart die als verloren of gestolen aangegeven werd bij DOC STOP vanuit een ambassade of consulaat;
      - verzoekt de burger om een nieuwe eID-kaart aan te vragen.
  • Is het mogelijk voor de gemeente om, via de Belpic-toepassing, de bijlage 12 aan te maken met de foto van de burger?

    Ja.

    Sinds februari 2010, wordt de bijlage 12 die aangemaakt wordt door de RAPC, afgedrukt met de foto van de burger. Deze foto wordt uit de fotodatabase gehaald die zich in het Rijksregister bevindt.

    Twee gevallen kunnen zich voordoen:

    • de foto bestaat in de database. Deze wordt dan getoond en nadien afgedrukt op de bijlage 12. De beambte van de gemeente moet nagaan of de voorgestelde foto nog steeds gelijkend is en het nog steeds mogelijk maakt om de betrokkene te identificeren. Indien dit niet het geval is, moet de burger een recente en gelijkende foto doorsturen;
    • de foto bestaat niet in de database. In dit geval wordt in de zone voor afbeelding van de foto op de bijlage 12 volgende boodschap afgedrukt: “foto niet beschikbaar”. De burger moet dus een recente en gelijkende foto doorsturen. Het zegel van de overheid moet eveneens (gedeeltelijk) aangebracht worden op de foto van de declarant.

Vertrek naar het buitenland

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat moet een Belg met zijn identiteitskaart doen wanneer hij in het buitenland gaat wonen?

    De Belg die zijn hoofdverblijfplaats naar het buitenland overbrengt, moet dat, ten laatste de dag vóór zijn vertrek, aangeven bij de gemeente waar hij is ingeschreven. De gemeente gaat vervolgens over tot de afvoering van het bevolkingsregister.

    De identiteitskaart wordt beschouwd als vervallen bij de afvoering van ambtswege. In dit geval annuleert degemeente de identiteitskaart op de datum van de gemeentelijke beslissing van afvoering van ambtswege(annulatiecode 04.).Bij vertrek naar het buitenland, blijft de identiteitskaart nog geldig vanaf datum van afvoering voor hetbuitenland in de bevolkingsregisters tot de geldigheidsdatum die is vermeld op de identiteitskaart. De informatiedat de identiteitskaart geldig blijft tot de geldigheidsdatum, die is vermeld op de kaart, blijft opgenomen in hetRegister van de identiteitskaarten.

    De Belg, die zijn vertrek naar het buitenland komt melden bij zijn Belgische gemeente van beheer, overhandigt zijn elektronische identiteitskaart aan de gemeentelijke ambtenaar, die enkel in de "chip" van de identiteitskaart in de zone adresverandering de code 00992 (= vertrek naar het buitenland) aanbrengt. In het Register van de Identiteitskaarten wordt geen enkele bijwerking gedaan. De annulatiecode 03 ( = vertrek naar het buitenland) wordt niet meer gebruikt en is niet meer toegankelijk voor de gemeentebesturen vanaf 1 september 2008.

    Bij een eventuele terugkeer van een Belg naar België blijft de elektronische identiteitskaart eveneens geldig tot de einddatum die is vermeld op zijn identiteitskaart. Bij zijn (weder)inschrijving in een Belgische gemeente wordt dan het nieuwe adres bijgewerkt op de "chip" van de identiteitskaart.

    Bovendien hebben de Belgen die in het buitenland verblijven, de mogelijkheid hun inschrijving bij de diplomatieke of consulaire post waarvan hun verblijfplaats afhangt, te vragen.

    Hoewel het algemene principe van afvoering voor de Belgische onderdanen die in het buitenland verblijven vastgelegd is, bepaalt de reglementering evenwel dat bepaalde categorieën van personen beschouwd worden als tijdelijk afwezig in hun Belgische gemeente van inschrijving (artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister). Het gaat hoofdzakelijk om het militair en burgerpersoneel van de strijdkrachten die in het buitenland gedetacheerd zijn, het personeel van de diplomatieke en consulaire posten evenals de leden van de coöperatie met de ontwikkelingslanden.

    Ten slotte wordt de procedure voor de uitreiking van een identiteitskaart van Belg in het buitenland bepaald in de wet van 26 juni 2002 inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten en valt zij onder de bevoegdheid van de FOD Buitenlandse Zaken. Er wordt een identiteitskaart uitgereikt aan de Belgen die de volle leeftijd van 12 jaar bereikt hebben en die zich voorafgaandelijk hebben laten inschrijven in het bevolkingsregister van de consulaire post onder wiens bevoegdheid zij vallen.

Overlijden

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat gebeurt er met de elektronische identiteitskaart bij overlijden van haar houder?

    In geval van overlijden van de houder, wordt de identiteitskaart teruggegeven aan het gemeentebestuur dat overgaat tot de annulering en de onmiddellijke vernietiging ervan.

  • Wat gebeurt er met de elektronische identiteitskaart in geval van overlijden van haar houder in een andere gemeente dan zijn gemeente van inschrijving?

    In geval van overlijden van de titularis, wordt de identiteitskaart geannuleerd en worden de elektronische functies van de identiteitskaart ingetrokken door de gemeente die de overlijdensakte opgesteld heeft, gelijktijdig met het opstellen van de overlijdensakte.

    Wanneer de aangifte van overlijden plaats heeft in een andere gemeente dan die waar de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven, dient de gemeente waar de aangifte gedaan werd, de teruggave van de kaart te vragen met het oog op de vernietiging ervan. Zij moet de gemeente van inschrijving bij het doorsturen van het uittreksel uit de akte van overlijden verwittigen door op het model nr. 7 het nummer van de vernietigde kaart te vermelden.

    Als er geen enkele kaart kan worden teruggegeven, moet daar een melding van gemaakt worden op het voornoemde model.

    In ieder geval dient de gemeente via teleprocessing de identiteitskaart van de overleden persoon in het centraal identiteitskaartenbestand te annuleren.

Machtiging van het gemeentepersoneel

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Tot wie moet men zich richten voor de toegang van het gemeentepersoneel tot de Belpic-interface?

    De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer van de toegangen van hun medewerkers tot de Belpic-toepassing. De gemeentelijke verantwoordelijke voor het beheer van de machtigingen kan zelf controleren wie toegang heeft tot de Belpic-toepassing en rechten toevoegen/wijzigen/schrappen via onze Webtoepassing “Rrnadmin”. Deze toepassing, die reeds gebruikt wordt door de gemeentediensten voor de toegangen tot het Rijksregister, werd dus uitgerust met een bijkomende functionaliteit.

    U vindt de nodige formulieren (luik Z/luik C) om de stappen te ondernemen voor uw toegangen, via de volgende links van de website van de ADIB:

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/fileadmin/user_upload/nl/rr/formulieren/luik-c.pdf

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/fileadmin/user_upload/nl/rr/formulieren/luik-z.pdf

    Alle informatiegegevens betreffende “Rrnadmin” zijn ook beschikbaar op de website via de volgende link:

    http://www.ibz.rrn.fgov.be/nl/rijksregister/beheer-van-de-toegangen-de-toepassing-rrnadmin/

  • Kan met de eID van andere personeelsdelen (buiten de bevolkingsdienst) ook identiteitskaarten geactiveerd worden?

    Enkel de eID's met een machtiging kunnen hiervoor worden gebruikt.

  • Kan men eveneens paspoorten activeren met de eID van andere ambtenaren die geen deel uitmaken van de dienst bevolking?

    Nee, want in dat geval is er geen machtiging.

  • Zijn de eID van de personeelsleden van de dienst Bevolking anders dan vb. de eID van andere personeelsleden?

    Op de machtiging na is er geen enkel verschil.

Helpdesk - Beheer van de oproepen

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Klopt het dat de Helpdesk een opvolgingssysteem heeft voor de problemen die worden gemeld ?

    Ja, de helpdesk creëert een 'TicketNummer' voor elke oproep.

    Er wordt aan de gemeentes aangeraden om bij elk contact dit ticketnummer expliciet op te vragen en te noteren voor verdere opvolging of escalatie.

Checkdoc

Toon alle antwoorden
Verberg alle antwoorden
  • Wat is Checkdoc?

    De website www.checkdoc.be is bedoeld om identiteitsfraude en diefstal van identiteitsdocumenten tegen te gaan.

    Het doel ervan is om alle natuurlijke of rechtspersonen die een financiële, commerciële of administratieve transactie met voorlegging van een identiteitsdocument willen uitvoeren, ervan op de hoogte te brengen of het voorgelegde identiteitsdocument bij de Belgische overheden bekend staat als gestolen, verloren, verlopen of ongeldig en, op deze manier, te vermijden dat de gebruiker van CHECKDOC eventueel slachtoffer wordt van oplichting gebaseerd op identiteitsfraude.

    De typegebruiker is een autoverhuurder, bank of kredietinstelling, de hotelsector, een notaris, handelaar enz.

    www.checkdoc.be is een zoekmotor die een opzoeking doet in het Rijksregister en de databank van de paspoorten op basis van het identificatienummer van het voorgelegde document. In enkele seconden ontvangt de gebruiker een antwoord onder de vorm van “hit/no hit” en kan hij dus met meer zekerheid een beslissing nemen over de transactie.

Status BELPIC :
Status RR :
BELPIC werkt stabiel
BELPIC (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
BELPIC is momenteel buiten dienst
Rijksregister werkt stabiel
Het Rijksregister (toegang tot de "natuurlijke personen") is operationeel maar sommige functionaliteiten zijn verstoord
Rijksregister is momenteel buiten dienst