-
Met de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht krijgt elke kiezer slechts 1 stem. De leeftijdgrens om kiezer te zijn wordt verlaagd van 25 naar 21 jaar ; in 1981 van 21 naar 18 jaar. Het stemrecht blijft tot 1948 enkel voorbehouden aan mannen ; vanaf 1949 nemen de vrouwen ook deel aan de verkiezingen.
De principes van het algemeen enkelvoudig stemrecht, de verplichte en geheime stemming en de stemming in de gemeente worden opgenomen in de Grondwet.
Door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht beschikt geen enkele partij nog over een volstrekte meerderheid in het parlement en moeten voortaan coalitieregeringen tussen twee of meer partijen tot stand komen.
-
De voorwaarden om lid van de Kamer te kunnen worden, zijn : Belg zijn, het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten, 25 jaar oud zijn (21 jaar sinds 1991) en zijn woonplaats in België hebben. Alle Kamerleden worden rechtstreeks verkozen. De verdeling van het aantal Kamerleden over de kieskringen gebeurt in verhouding tot het bevolkingsaantal in ieder kiesgebied.
De voorwaarden om lid van de Senaat te kunnen worden, zijn : Belg zijn, het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten, 40 jaar oud zijn, zijn woonplaats in België hebben en een bepaalde belasting betalen of getuigen van een bepaalde capaciteit.
Naast de rechtstreeks gekozen senatoren zijn er ook provinciale senatoren(aangewezen door de provincieraden) en gecoöpteerde senatoren (aangewezen door gekozen en provinciale senatoren). De Senaat moet door zijn samenstelling de gematigde politieke instelling blijven.
De senatoren worden voortaan gekozen voor 4 jaar en terzelfdertijd met de kamerleden.
Tenslotte zijn er ook nog senatoren van rechtswege, dit zijn de kinderen van de Koning vanaf de leeftijd van 18 jaar.
Bij de recente Grondwetsherziening in 1993 zijn de voorwaarden om senator te worden dezelfde als om kamerlid te worden.
De samenstelling en de bevoegdheden van de Senaat zijn afgeslankt en de provinciale senatoren zijn vervangen door de senatoren aangewezen door de gemeenschappen.
-
Bij de verkiezingen wordt, naast het behoud van het systeem D’HONDT, ook het stelsel van de lijstenverbinding of apparentering ingevoerd. De kandidaten van een lijst kunnen namelijk een verklaring afleggen dat zij zich, voor wat de verdeling van de zetels betreft, verbinden met kandidaten van andere lijsten die in andere kieskringen worden voorgedragen. De apparentering is echter wel beperkt tot één provincie. Na een eerste verdeling van rechtstreeks toegewezen zetels in elke kieskring, worden in een tweede fase de resterende zetels verdeeld op provinciaal niveau. Hierbij wordt rekening gehouden met het totaal aantal stembiljetten van de verbonden lijsten in de ganse provincie.
Heden zijn er 150 rechtstreeks gekozen leden van de Kamer. Voor de Senaat zijn er : 40 rechtstreeks gekozen senatoren, 21 gemeenschapssenatoren, 10 gecoöpteerde senatoren en 3 senatoren van rechtswege.
Bij de lectuur van deze cijfers moet men rekening houden met de invoering van het vrouwenstemrecht in 1949 en de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd tot 18 jaar in 1981.
In 1949 werd het aantal in de Kamer te begeven zetels opgetrokken van 202 naar 212.
In 1995 daalde het aantal Kamerzetels tot 150.
-
Vanaf de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht (1900) en het algemeen enkelvoudistemrecht (1919) met evenredige vertegenwoordiging wordt voor de toewijzing van de zetels aan de lijsten het systeem D’HONDT (zie punt 2.c hierboven), alsmede de apparentering (zie punt 3.a hierboven), gebruikt.
Nadat aan iedere lijst het aantal bekomen zetels is toegewezen, moeten die zetels worden aangewezen aan de kandidaten met de meest behaalde naamstemmen. Deze aanwijzing van de gekozen kandidaten (en opvolgers) is op verschillende wijzen geschied.
Vanaf 1900 spelen de partijbesturen de belangrijkste rol bij de plaatsing van de kandidaten op de lijst, die niet meer alfabetisch gebeurde maar in de volgorde door het partijbestuur gewenst. De kandidaten die het eerst op de lijst worden geplaatst, worden bevoordeligd doordat de loutere lijststemmen (“kopstem”) die bovenaan de lijst worden gegeven, bij overdracht worden toegekend aan de eerstgeplaatste kandidaten bovenop hun eigenlijke naamstemmen (de kiezer die een loutere kopstem geeft, wordt verondersteld te hebben ingestemd met de voorgedragen volgorde van kandidaten).
Het laatste decennium heeft de wetgever de directe invloed van de kiezer op de aanwijzing van de kandidaten willen vergroten door de kiezer de mogelijkheid te geven om meerdere naamstemmen binnen dezelfde lijst uit te brengen (vanaf 1995) en om bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen binnen eenzelfde lijst enkel rekening te houden met de naamstemmen en de lijststem te laten vervallen (voorheen omgekeerd).
Vanaf 2001 wordt de devolutieve kracht van de lijststemmen of de overdracht van de lijststemmen naar de eerstgeplaatste kandidaten op een lijst beperkt met de helft. Tevens wordt het onderscheid tussen effectieve kandidaten en kandidaat-opvolgers op een lijst afgeschaft en worden de niet-gekozen kandidaten op een lijst als opvolgers aangewezen.
Vanaf 2003 worden terug aparte kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers ingevoerd en blijft de devolutieve kracht ten voordele van de volgorde van voordracht beperkt met de helft.
Het verkiesbaarheidscijfer van een lijst is de maatstaf voor een kandidaat om verkozen te worden. Dit cijfer wordt bekomen door het stemcijfer van de lijst (= het totaal aantal geldige stembiljetten van die lijst) te delen door het aantal behaalde zetels, vermeerderd met 1.
-
Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers tot 1994
De kiezer kan tot 1994 ofwel 1 lijststem uitbrengen, ofwel 1 naamstem voor een kandidaat, ofwel 1 naamstem voor een opvolger of ofwel 1 naamstem voor 1 kandidaat en 1 opvolger en dit steeds binnen éénzelfde lijst. Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen binnen eenzelfde lijst, vervallen de naamstemmen (de lijststem wordt behouden).
-
Aanwijzing gekozen kandidaten
Aantal stembiljetten met lijststemmen : 30.000
Aantal stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaten-titularissen : 42.000
Stemcijfer : 72.000
Aantal verworven zetels voor lijst A : 3
Verkiesbaarheidscijfer : 72.000 /(3+1) = 18.000
Aantal stembiljetten voor overdracht : 30.000
N.B. De stembiljetten met lijststemmen bevatten de stembiljetten met loutere lijststemmen en de stembiljetten waarop enkel op een opvolger is gestemd.
De stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaten-titularis bevatten de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-titularis en de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-titularis alsmede naast een kandidaat-opvolger.
| Kandidaten |
Naamstemmen |
Overdracht van de lijststemmen |
Totaal Naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
2.000 |
+ 16.000 |
18.000 |
1ste |
| 2 |
3.000 |
+ 14.000 |
17.000 |
3de |
| 3 |
5.000 |
0 |
5.000 |
|
| 4 |
14.000 |
0 |
14.000 |
|
| 5 |
18.000 |
0 |
18.000 |
2de |
| |
42.000 |
30.000 |
72.000 |
|
Zijn als kandidaten verkozen in volgorde :
kandidaten nr. 1, 5 en 2.
-
Aanwijzing van de opvolgers
Stemcijfer van lijst A : 72.000
Aantal verworven zetels : 3
Verkiesbaarheidscijfer : 72.000 / (3+1) = 18.000
Aantal stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaat-opvolgers : 32.000
Aantal stembiljetten voor overdracht : 40.000
N.B. De stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaat-opvolgers bevatten de stembiljetten met een stem naast de opvolger en de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-opvolger alsmede naast een kandidaat-titularis.
| Kandidaten |
Naamstemmen |
Overdracht van de lijststemmen |
Totaal Naamstemmen
|
Gekozenen |
| 1 |
6.000 |
+ 12.000 |
18.000 |
2de |
| 2 |
3.000 |
+ 15.000 |
18.000 |
3de |
| 3 |
2.400 |
+ 13.000 |
15.400 |
4de |
| 4 |
18.600 |
0 |
18.600 |
1ste |
| 5 |
400 |
0 |
400 |
6de |
| 6 |
1.600 |
0 |
1.600 |
5de |
| |
32.000 |
40.000 |
72.000 |
|
Zijn als opvolgers verkozen in volgorde :
kandidaten nr. 4, 1, 2, 3, 6 en 5.
-
Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers van 1995 tot 2000
De kiezer kan vanaf 1995 ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor opvolgers-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat en voor opvolgers-kandidaat en dit steeds binnen éénzelfde lijst. Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst, voor vier ondercategorieën :
-
stembiljetten met louter een lijststem ;
-
stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor titularissen ;
-
stembiljetten met stemmen voor een of meerdere titularissen en opvolgers ;
-
stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor opvolgers.
In het raam van de aanwijzing van de gekozenen, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de titularissen-kandidaat van een lijst, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 en voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de opvolgers-kandidaat, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.
In geen enkel geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.
Stemcijfer = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000
Aantal verworven zetels : 4
Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000) / (4 + 1)
Verdeling van het stemcijfer volgens :
ondercategorie :
- 1 : 7.000
- 2 : 25.000
- 3 : 34.000
- 4 : 6.000
- 72.000
Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de titularissen-kandidaat : 13.000 (ondercategorieën 1 + 4)
Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de opvolgers-kandidaat : 32.000 (ondercategorieën 1 + 2)
| Titularissen-kandidaat |
Naamstemmen |
Overdracht voor titularissen-kandidaat |
Totaal Naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
12.000 |
+ 2.400 |
14.400 |
4de |
| 2 |
17.000 |
- |
17.000 |
2de |
| 3 |
20.000 |
- |
20.000 |
1ste |
| 4 |
5.000 |
+ 9.400 |
14.400 |
- |
| 5 |
15.000 |
- |
15.000 |
3de |
| |
|
13.000 |
|
|
Zijn als titularis-kandidaat verkozen in volgorde :
nr. 3, 2, 5 en 1.
| Opvolgers–kandidaat |
Naamstemmen |
Overdracht voor opvolgers |
Totaal Naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
12.000 |
+ 2.400 |
14.400 |
2de |
| 2 |
25.000 |
- |
25.000 |
1ste |
| 3 |
5.000 |
+ 9.400 |
14.400 |
3de |
| 4 |
1.000 |
+ 13.400 |
14.400 |
4de |
Zijn als opvolger-kandidaat verkozen in volgorde :
nr. 2, 1, 3 en 4
Bij de opvolgers is het totaal van de stembiljetten bestemd voor de overdracht (32.000 – 25.200 of saldo 6.800) niet volledig opgebruikt.
-
Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers tussen 2001 en 2002
Doordat er geen aparte opvolgers zijn op een lijst kan de kiezer, ofwel een lijststem uitbrengen ofwel één of meerdere naamstemmen op kandidaten en dit steeds binnen éénzelfde lijst.
Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
De overdracht van de lijststemmen ten gunste van de volgorde van kandidaten wordt beperkt met de helft, zodat de bekomen naamstemmen doorslaggevender worden.
Nadat de gekozen kandidaten zijn aangewezen, wordt overgegaan tot de aanduiding van de opvolgers. Wanneer één of meerdere kandidaten op dezelfde lijst verkozen zijn, worden de niet-gekozen kandidaten op dezelfde lijst op dezelfde wijze aangeduid tot opvolger.
Aantal stembiljetten met een loutere lijststem : 33.000
Aantal stembiljetten met naamstemmen : 39.000
Stemcijfer : 72.000
Aantal verworven zetels : 4
Verkiesbaarheidscijfer : (72.000) / (4 + 1) = 14.400
Aantal stemmen voor overdracht : 33.000 / 2 = 16.500
Gekozenen :
| Kandidaten |
Naamstemmen |
Overdracht |
Totaal naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
9.600 |
+ 4.800 |
14.400 |
3de |
| 2 |
2.100 |
+ 11.700 |
14.400 |
4de |
| 3 |
7.700 |
- |
7.700 |
|
| 4 |
8.400 |
- |
8.400 |
|
| 5 |
17.300 |
- |
17.300 |
1ste |
| 6 |
9.700 |
- |
9.700 |
|
| 7 |
16.000 |
- |
16.000 |
2de |
| |
|
16.500 |
|
|
Zijn als kandidaten verkozen, in volgorde :
Kandidaten nr. 5, 7, 1 en 2.
| Kandidaten |
Naamstemmen |
Overdracht |
Totaal naamstemmen |
Gekozenen |
| 3 |
7.700 |
+ 6.700 |
14.400 |
1ste |
| 4 |
8.400 |
+ 6.000 |
14.400 |
2de |
| 6 |
9.700 |
+ 3.800 |
13.500 |
3de |
| |
|
16.500 |
|
|
Zijn als opvolgers verkozen, in volgorde :
Kandidaten nr. 3, 4 en 6.
N.B. Bovenstaande aanwijzing van de gekozenen en opvolgers geschiedt op deze wijze bij de verkiezing van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap op 13 juni 2004.
-
Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers vanaf 2003 voor de federale Parlementsverkiezingen, het Europese Parlement en de Parlementen van gewest en gemeenschap
De kiezer kan vanaf 2003 (zoals bij de verkiezingen van 1995 tot 2000) ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor opvolgers- kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat en voor opvolgers-kandidaat en dit steeds binnen éénzelfde lijst. Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst, voor vier ondercategorieën :
-
stembiljetten met louter een lijststem ;
-
stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor titularissen (naamstemmen) ;
-
stembiljetten met stemmen voor een of meerdere titularissen en opvolgers (naamstemmen) ;
-
stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor opvolgers (naamstemmen).
In het raam van de aanwijzing van de gekozenen, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de titularissen-kandidaat van een lijst, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 en voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de opvolgers-kandidaat, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.
In geen geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.
N.B.
Er dient hier te worden opgemerkt dat vanaf 2003 uitsluitend de lijsten voorafgaandelijk tot de zetelverdeling zijn toegestaan, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring of het kiescollege behaald hebben (= de kiesdrempel van 5 % voor de toelating tot de zetelverdeling).
Het aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht tellen voortaan echter slechts mee voor de helft.
Stemcijfer = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000
Aantal verworven zetels : 4
Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000) / (4 + 1)
Verdeling van het stemcijfer volgens :
ondercategorie :
- 1 : 7.000
- 2 : 25.000
- 3 : 34.000
- 4 : 6.000
- 72.000
Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de titularissen-kandidaat =
13.000 : 2 = 6.500 (ondercategorieën 1 + 4)
Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de opvolgers-kandidaat =
32.000 : 2 = 16.000 (ondercategorieën 1 + 2)
| Titularissen-kandidaat |
Naamstemmen |
Overdracht voor titularissen-kandidaat |
Totaal Naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
12.000 |
+ 2.400 |
14.400 |
4de |
| 2 |
17.000 |
- |
17.000 |
2de |
| 3 |
20.000 |
- |
20.000 |
1ste |
| 4 |
5.000 |
+ 4.100 |
9 100 |
- |
| 5 |
15.000 |
-
|
15.000 |
3de |
| |
|
6.500 |
|
|
Zijn als titularis-kandidaat verkozen in volgorde :
nr. 3, 2, 5 en 1.
| Opvolgers-kandidaat |
Naamstemmen |
Overdracht voor opvolgers |
Totaal Naamstemmen |
Gekozenen |
| 1 |
13.000 |
+ 1.400 |
14.400 |
2de |
| 2 |
25.000 |
- |
25.000 |
1ste |
| 3 |
8.000 |
+ 6.400 |
14.400 |
3de |
| 4 |
1.000 |
+ 8.200 |
9.200 |
4de |
| |
|
16.000 |
|
|
Zijn als opvolger-kandidaat verkozen in volgorde :
nr. 2, 1, 3 en 4
N.B. De aanwijzing van de gekozenen (titularissen en opvolgers) voor de verkiezingen van het Europees Parlement en de Parlementen van gewest en gemeenschap geschiedt op bovenstaande wijze op 7 juni 2009.